All NT OTBook
Compare Texts
Deuteronomy 1 Joshua 18

Joshua 19:1-51

Joshua 20 Judges 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Jos 19:1
 
Daarna ging het tweede lot uit voor Simeon, voor den stam der kinderen van Simeon, naar hun huisgezinnen; en hun erfdeel was in het midden van het erfdeel der kinderen van Juda.  
 
Jos 19:2
 
En zij hadden in hun erfdeel: Beer-seba, en Seba, en Molada,  
 
Jos 19:3
 
En Hazar-sual, en Bala, en Azem,  
 
Jos 19:4
 
En Eltholad, en Bethul, en Horma,  
 
Jos 19:5
 
En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-suza,  
 
Jos 19:6
 
En Beth-lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.  
 
Jos 19:7
 
Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;  
 
Jos 19:8
 
En al de dorpen, die rondom deze steden waren, tot Baalath-beer, dat is Ramath tegen het zuiden. Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Simeon, naar hun huisgezinnen.  
 
Jos 19:9
 
Het erfdeel der kinderen van Simeon is onder het snoer der kinderen van Juda; want het erfdeel der kinderen van Juda was te groot voor hen; daarom erfden de kinderen van Simeon in het midden van hun erfdeel.  
 
Jos 19:10
 
Daarna kwam het derde lot op voor de kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; en de landpale van hun erfdeel was tot aan Sarid.  
 
Jos 19:11
 
En hun landpale gaat opwaarts naar het westen en Mar-ala, en reikt tot Dabbaseth, en reikt tot aan de beek, die voor aan Jokneam is.  
 
Jos 19:12
 
En zij wendt zich van Sarid oostwaarts tegen den opgang der zon, tot de landpale van Chisloth-thabor, en zij komt uit te Dobrath, en gaat opwaarts naar Jafia.  
 
Jos 19:13
 
En vandaar gaat zij oostwaarts door naar den opgang, naar Gath-hefer, te Eth-kazin, en zij komt uit te Rimmon-methoar, hetwelk is Nea.  
 
Jos 19:14
 
En deze landpale keert zich om tegen het noorden naar Hannathon, en haar uitgangen zijn het dal van Jiftah-el.  
 
Jos 19:15
 
En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.  
 
Jos 19:16
 
Dit is het erfdeel der kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; deze steden en haar dorpen.  
 
Jos 19:17
 
Het vierde lot ging uit voor Issaschar, voor de kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen.  
 
Jos 19:18
 
En hun landpale was Jizreela, en Chesulloth, en Sunem,  
 
Jos 19:19
 
En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,  
 
Jos 19:20
 
En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,  
 
Jos 19:21
 
En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-pazzez.  
 
Jos 19:22
 
En deze landpale reikt aan Thabor, en Sahazima, en Beth-semes; en de uitgangen van hun landpale zijn aan de Jordaan; zestien steden en haar dorpen.  
 
Jos 19:23
 
Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Issaschar, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.  
 
Jos 19:24
 
Toen ging het vijfde lot voor den stam der kinderen van Aser uit, naar hun huisgezinnen.  
 
Jos 19:25
 
En hun landpale was Helkath, en Hali, en Beten, en Achsaf,  
 
Jos 19:26
 
En Allammelech, en Am-ad, en Mis-al; en zij reikt aan Karmel westwaarts, en aan Sichor-libnath;  
 
Jos 19:27
 
En wendt zich tegen den opgang der zon naar Beth-dagon, en reikt aan Zebulon, en aan het dal Jiftha-el noordwaarts naar Beth-emek, en Nehiel, en komt uit tot Kabul ter linkerhand;  
 
Jos 19:28
 
En Ebron, en Rehob, en Hammon, en Kana, tot aan groot Sidon.  
 
Jos 19:29
 
En deze landpale wendt zich naar Rama, en tot aan de vaste stad Tyrus; dan keert deze landpale naar Hosa, en haar uitgangen zijn aan de zee, van het landsnoer strekkende naar Achzib,  
 
Jos 19:30
 
En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.  
 
Jos 19:31
 
Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Aser, naar hun huisgezinnen, deze steden en haar dorpen.  
 
Jos 19:32
 
Het zesde lot ging uit voor de kinderen van Nafthali, voor de kinderen van Nafthali, naar hun huisgezinnen.  
 
Jos 19:33
 
En hun landpale is van Helef, van Allon tot Zaanannim, en Adami-nekeb, en Jabneel, tot Lakkum; en haar uitgangen zijn aan de Jordaan.  
 
Jos 19:34
 
En deze landpale wendt zich westwaarts naar Asnoth-thabor, en van daar gaat zij voort naar Hukkok, en zij reikt aan Zebulon tegen het zuiden, en aan Aser reikt zij tegen het westen, en aan Juda aan de Jordaan tegen den opgang der zon.  
 
Jos 19:35
 
De vaste steden nu zijn: Ziddim, Zer en Hammath, Rakkath en Cinnereth,  
 
Jos 19:36
 
En Adama, en Rama, en Hazor,  
 
Jos 19:37
 
En Kedes, en Edrei, en En-hazor,  
 
Jos 19:38
 
En Jiron, en Migdal-el, Horem en Beth-anath, en Beth-semes; negentien steden en haar dorpen.  
 
Jos 19:39
 
Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Nafthali, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.  
 
Jos 19:40
 
Het zevende lot ging uit voor den stam der kinderen van Dan, naar hun huisgezinnen.  
 
Jos 19:41
 
En de landpale van hun erfdeel was: Zora, en Esthaol, en Ir-semes,  
 
Jos 19:42
 
En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,  
 
Jos 19:43
 
En Elon, en Timnatha, en Ekron,  
 
Jos 19:44
 
En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,  
 
Jos 19:45
 
En Jehud, en Bene-berak, en Gath-rimmon,  
 
Jos 19:46
 
En Me-jarkon, en Rakkon, met de landpale tegenover Jafo.  
 
Jos 19:47
 
Doch de landpale der kinderen van Dan was hun te klein uitgekomen; daarom togen de kinderen van Dan op, en krijgden tegen Lesem, en namen haar in, en sloegen haar met de scherpte des zwaards, en erfden haar, en woonden daarin; en zij noemden Lesem Dan, naar den naam van hun vader Dan.  
 
Jos 19:48
 
Dit is het erfdeel van den stam der kinderen van Dan, naar hun huisgezinnen, deze steden en haar dorpen.  
 
Jos 19:49
 
Toen zij nu geeindigd hadden het land erfelijk te delen, naar zijn landpalen, zo gaven de kinderen Israels aan Jozua, den zoon van Nun, een erfdeel in het midden van hen.  
 
Jos 19:50
 
Naar den mond des HEEREN gaven zij hem die stad, welke hij begeerde, Thimnath-serah, op het gebergte van Efraim; en hij bouwde die stad, en woonde in dezelve.  
 
Jos 19:51
 
Dit zijn de erfdelen, welke Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun, en de hoofden der vaderen van de stammen, door het lot aan de kinderen Israels erfelijk uitdeelden te Silo, voor het aangezicht des HEEREN, aan de deur van de tent der samenkomst. Aldus maakten zij een einde van het uitdelen des lands.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Deuteronomy 1Joshua 181 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 Joshua 20Judges 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards