All NT OTBook
Compare Texts
1 Timothy 1 2 Timothy 3

2 Timothy 4:1-22

Titus 1 Titus 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
2Ti 4:1
 
Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:  
 
2Ti 4:2
 
Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.  
 
2Ti 4:3
 
Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden;  
 
2Ti 4:4
 
En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen.  
 
2Ti 4:5
 
Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij.  
 
2Ti 4:6
 
Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd mijner ontbinding is aanstaande.  
 
2Ti 4:7
 
Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geeindigd, ik heb het geloof behouden;  
 
2Ti 4:8
 
Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.  
 
2Ti 4:9
 
Benaarstig u haastelijk tot mij te komen.  
 
2Ti 4:10
 
Want Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld liefgekregen, en is naar Thessalonica gereisd; Krescens naar Galatie, Titus naar Dalmatie.  
 
2Ti 4:11
 
Lukas is alleen met mij. Neem Markus mede, en breng hem met u; want hij is mij zeer nut tot den dienst.  
 
2Ti 4:12
 
Maar Tychikus heb ik naar Efeze gezonden.  
 
2Ti 4:13
 
Breng den reismantel mede, dien ik te Troas bij Karpus gelaten heb, als gij komt, en de boeken, inzonderheid de perkamenten.  
 
2Ti 4:14
 
Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaads betoond; de Heere vergelde hem naar zijn werken.  
 
2Ti 4:15
 
Van welken wacht gij u ook, want hij heeft onze woorden zeer tegengestaan.  
 
2Ti 4:16
 
In mijn eerste verantwoording is niemand bij mij geweest, maar zij hebben mij allen verlaten. Het worde hun niet toegerekend.  
 
2Ti 4:17
 
Maar de Heere heeft mij bijgestaan, en heeft mij bekrachtigd; opdat men door mij ten volle zou verzekerd zijn van de prediking, en alle heidenen dezelve zouden horen. En ik ben uit den muil des leeuws verlost.  
 
2Ti 4:18
 
En de Heere zal mij verlossen van alle boos werk, en bewaren tot Zijn hemels Koninkrijk; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.  
 
2Ti 4:19
 
Groet Priska en Aquila, en het huis van Onesiforus.  
 
2Ti 4:20
 
Erastus is te Korinthe gebleven; en Trofimus heb ik te Milete krank gelaten.  
 
2Ti 4:21
 
Benaarstig u, om voor den winter te komen. U groet Eubulus, en Pudens, en Linus, en Klaudia, en al de broeders.  
 
2Ti 4:22
 
De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
1 Timothy 12 Timothy 31 2 3 4 Titus 1Titus 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards