| |
Statenvertaling 1750 |  | |
 |
| |
| | 1Ti 2:1 | Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;
| |
| | 1Ti 2:2 | Voor koningen, en allen, die in hoogheid zijn; opdat wij een gerust en stil leven leiden mogen in alle godzaligheid en eerbaarheid.
| |
| | 1Ti 2:3 | Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;
| |
| | 1Ti 2:4 | Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.
| |
| | 1Ti 2:5 | Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;
| |
| | 1Ti 2:6 | Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;
| |
| | 1Ti 2:7 | Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.
| |
| | 1Ti 2:8 | Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.
| |
| | 1Ti 2:9 | Desgelijks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen des haars, of goud, of paarlen, of kostelijke kleding;
| |
| | 1Ti 2:10 | Maar (hetwelk de vrouwen betaamt, die de godvruchtigheid belijden) door goede werken.
| |
| | 1Ti 2:11 | Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid.
| |
| | 1Ti 2:12 | Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij lere, noch over den man heerse, maar wil, dat zij in stilheid zij.
| |
| | 1Ti 2:13 | Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.
| |
| | 1Ti 2:14 | En Adam is niet verleid geworden; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest.
| |
| | 1Ti 2:15 | Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.
| |