All NT OTBook
Compare Texts
Galatians 1 Ephesians 4

Ephesians 5:1-33

Ephesians 6 Philippians 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Eph 5:1
 
Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen;  
 
Eph 5:2
 
En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.  
 
Eph 5:3
 
Maar hoererij en alle onreinigheid, of gierigheid, laat ook onder u niet genoemd worden, gelijkerwijs het den heiligen betaamt,  
 
Eph 5:4
 
Noch oneerbaarheid, noch zot geklap, of gekkernij, welke niet betamen; maar veelmeer dankzegging.  
 
Eph 5:5
 
Want dit weet gij, dat geen hoereerder, of onreine, of gierigaard, die een afgodendienaar is, erfenis heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.  
 
Eph 5:6
 
Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.  
 
Eph 5:7
 
Zo zijt dan hun medegenoten niet.  
 
Eph 5:8
 
Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts.  
 
Eph 5:9
 
(Want de vrucht des Geestes is in alle goedigheid, en rechtvaardigheid, en waarheid),  
 
Eph 5:10
 
Beproevende wat den Heere welbehagelijk zij.  
 
Eph 5:11
 
En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer.  
 
Eph 5:12
 
Want hetgeen heimelijk van hen geschiedt, is schandelijk ook te zeggen.  
 
Eph 5:13
 
Maar al deze dingen, van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt, is licht.  
 
Eph 5:14
 
Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die slaapt, en staat op uit de doden; en Christus zal over u lichten.  
 
Eph 5:15
 
Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen.  
 
Eph 5:16
 
Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn.  
 
Eph 5:17
 
Daarom zijt niet onverstandig, maar verstaat, welke de wil des Heeren zij.  
 
Eph 5:18
 
En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest;  
 
Eph 5:19
 
Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart;  
 
Eph 5:20
 
Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus;  
 
Eph 5:21
 
Elkander onderdanig zijnde in de vreze Gods.  
 
Eph 5:22
 
Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere;  
 
Eph 5:23
 
Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams.  
 
Eph 5:24
 
Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles.  
 
Eph 5:25
 
Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;  
 
Eph 5:26
 
Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord;  
 
Eph 5:27
 
Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.  
 
Eph 5:28
 
Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die heeft zichzelven lief.  
 
Eph 5:29
 
Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt het, en onderhoudt het, gelijkerwijs ook de Heere de Gemeente.  
 
Eph 5:30
 
Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen.  
 
Eph 5:31
 
Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen.  
 
Eph 5:32
 
Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.  
 
Eph 5:33
 
Zo dan ook gijlieden, elk in het bijzonder, een iegelijk hebbe zijn eigen vrouw, alzo lief als zichzelven; en de vrouw zie, dat zij den man vreze.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Galatians 1Ephesians 41 2 3 4 5 6 Ephesians 6Philippians 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards