All NT OTBook
Compare Texts
Romans 1 1 Corinthians 5

1 Corinthians 6:1-20

1 Corinthians 7 2 Corinthians 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
1Cr 6:1
 
Durft iemand van ulieden, die een zaak heeft tegen een ander, te recht gaan voor de onrechtvaardigen, en niet voor de heiligen?  
 
1Cr 6:2
 
Weet gij niet, dat de heiligen de wereld oordelen zullen? En indien door u de wereld geoordeeld wordt, zijt gij onwaardig de minste gerechtzaken?  
 
1Cr 6:3
 
Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer de zaken, die dit leven aangaan?  
 
1Cr 6:4
 
Zo gij dan gerechtzaken hebt, die dit leven aangaan, zet die daarover, die in de Gemeente minst geacht zijn.  
 
1Cr 6:5
 
Ik zeg u dit tot schaamte. Is er dan alzo onder u geen, die wijs is, ook niet een, die zou kunnen oordelen tussen zijn broeders?  
 
1Cr 6:6
 
Maar de ene broeder gaat met den anderen broeder te recht, en dat voor ongelovigen.  
 
1Cr 6:7
 
Zo is er dan nu ganselijk gebrek onder u, dat gij met elkander rechtzaken hebt. Waarom lijdt gij niet liever ongelijk? Waarom lijdt gij niet liever schade?  
 
1Cr 6:8
 
Maar gijlieden doet ongelijk, en doet schade, en dat den broederen.  
 
1Cr 6:9
 
Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beerven?  
 
1Cr 6:10
 
Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven.  
 
1Cr 6:11
 
En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods;  
 
1Cr 6:12
 
Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen zijn niet oorbaar; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal onder de macht van geen mij laten brengen.  
 
1Cr 6:13
 
De spijzen zijn voor de buik, en de buik is voor de spijzen; maar God zal beide dezen en die te niet doen. Doch het lichaam is niet voor de hoererij, maar voor den Heere en de Heere voor het lichaam.  
 
1Cr 6:14
 
En God heeft ook den Heere opgewekt, en zal ons opwekken door Zijn kracht.  
 
1Cr 6:15
 
Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de leden van Christus nemen, en maken ze leden ener hoer? Dat zij verre.  
 
1Cr 6:16
 
Of weet gij niet, dat die de hoer aanhangt, een lichaam met haar is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot een vlees wezen.  
 
1Cr 6:17
 
Maar die den Heere aanhangt, is een geest met Hem.  
 
1Cr 6:18
 
Vliedt de hoererij. Alle zonde, die de mens doet, is buiten het lichaam, maar die hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam.  
 
1Cr 6:19
 
Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?  
 
1Cr 6:20
 
Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Romans 11 Corinthians 51 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 1 Corinthians 72 Corinthians 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards