| |
Statenvertaling 1750 |  | |
 |
| |
| | 1Cr 15:1 | Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat;
| |
| | 1Cr 15:2 | Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt.
| |
| | 1Cr 15:3 | Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;
| |
| | 1Cr 15:4 | En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften;
| |
| | 1Cr 15:5 | En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven.
| |
| | 1Cr 15:6 | Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het meren deel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.
| |
| | 1Cr 15:7 | Daarna is Hij gezien van Jakobus, daarna van al de apostelen.
| |
| | 1Cr 15:8 | En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien.
| |
| | 1Cr 15:9 | Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd heb.
| |
| | 1Cr 15:10 | Doch door de genade Gods ben ik, dat ik ben; en Zijn genade, die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods, Die met mij is.
| |
| | 1Cr 15:11 | Hetzij dan ik, hetzij zijlieden, alzo prediken wij, en alzo hebt gij geloofd.
| |
| | 1Cr 15:12 | Indien nu Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden opgewekt is, hoe zeggen sommigen onder u, dat er geen opstanding der doden is?
| |
| | 1Cr 15:13 | En indien er geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt.
| |
| | 1Cr 15:14 | En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof.
| |
| | 1Cr 15:15 | En zo worden wij ook bevonden valse getuigen Gods; want wij hebben van God getuigd, dat Hij Christus opgewekt heeft, Dien Hij niet heeft opgewekt, zo namelijk de doden niet opgewekt worden.
| |
| | 1Cr 15:16 | Want indien de doden niet opgewekt worden, zo is ook Christus niet opgewekt.
| |
| | 1Cr 15:17 | En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden.
| |
| | 1Cr 15:18 | Zo zijn dan ook verloren, die in Christus ontslapen zijn.
| |
| | 1Cr 15:19 | Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen.
| |
| | 1Cr 15:20 | Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn.
| |
| | 1Cr 15:21 | Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens.
| |
| | 1Cr 15:22 | Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden.
| |
| | 1Cr 15:23 | Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst.
| |
| | 1Cr 15:24 | Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht.
| |
| | 1Cr 15:25 | Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.
| |
| | 1Cr 15:26 | De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood.
| |
| | 1Cr 15:27 | Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft.
| |
| | 1Cr 15:28 | En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.
| |
| | 1Cr 15:29 | Anders, wat zullen zij doen, die voor de doden gedoopt worden, indien de doden ganselijk niet opgewekt worden? Waarom worden zij voor de doden ook gedoopt?
| |
| | 1Cr 15:30 | Waarom zijn ook wij alle ure in gevaar?
| |
| | 1Cr 15:31 | Ik sterf alle dagen, hetwelk ik betuig bij onzen roem, dien ik heb in Christus Jezus, onzen Heere.
| |
| | 1Cr 15:32 | Zo ik, naar den mens, tegen de beesten gevochten heb te Efeze, wat nuttigheid is het mij, indien de doden niet opgewekt worden? Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij.
| |
| | 1Cr 15:33 | Dwaalt niet. Kwade samensprekingen verderven goede zeden.
| |
| | 1Cr 15:34 | Waakt op rechtvaardiglijk, en zondigt niet. Want sommigen hebben de kennis van God niet. Ik zeg het u tot schaamte.
| |
| | 1Cr 15:35 | Maar, zal iemand zeggen: Hoe zullen de doden opgewekt worden, en met hoedanig een lichaam zullen zij komen?
| |
| | 1Cr 15:36 | Gij dwaas, hetgeen gij zaait, wordt niet levend, tenzij dat het gestorven is;
| |
| | 1Cr 15:37 | En hetgeen gij zaait, daarvan zaait gij het lichaam niet, dat worden zal, maar een bloot graan, naar het voorvalt, van tarwe, of van enig der andere granen.
| |
| | 1Cr 15:38 | Maar God geeft hetzelve een lichaam, gelijk Hij wil, en aan een iegelijk zaad zijn eigen lichaam.
| |
| | 1Cr 15:39 | Alle vlees is niet hetzelfde vlees; maar een ander is het vlees der mensen, en een ander is het vlees der beesten, en een ander der vissen, en een ander der vogelen.
| |
| | 1Cr 15:40 | En er zijn hemelse lichamen, en er zijn aardse lichamen; maar een andere is de heerlijkheid der hemelse, en een andere der aardse.
| |
| | 1Cr 15:41 | Een andere is de heerlijkheid der zon, en een andere is de heerlijkheid der maan, en een andere is de heerlijkheid der sterren; want de ene ster verschilt in heerlijkheid van de andere ster.
| |
| | 1Cr 15:42 | Alzo zal ook de opstanding der doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid;
| |
| | 1Cr 15:43 | Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht.
| |
| | 1Cr 15:44 | Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam, en er is een geestelijk lichaam.
| |
| | 1Cr 15:45 | Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest.
| |
| | 1Cr 15:46 | Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke.
| |
| | 1Cr 15:47 | De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den Hemel.
| |
| | 1Cr 15:48 | Hoedanig de aardse is, zodanige zijn ook de aardsen; en hoedanig de Hemelse is, zodanige zijn ook de hemelsen.
| |
| | 1Cr 15:49 | En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen.
| |
| | 1Cr 15:50 | Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beerven kunnen, en de verderfelijkheid beerft de onverderfelijkheid niet.
| |
| | 1Cr 15:51 | Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;
| |
| | 1Cr 15:52 | In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.
| |
| | 1Cr 15:53 | Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
| |
| | 1Cr 15:54 | En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning.
| |
| | 1Cr 15:55 | Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?
| |
| | 1Cr 15:56 | De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet.
| |
| | 1Cr 15:57 | Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus.
| |
| | 1Cr 15:58 | Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere.
| |