All NT OTBook
Compare Texts
Luke 1 John 8

John 9:1-41

John 10 Acts 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Jhn 9:1
 
En voorbijgaande, zag Hij een mens, blind van de geboorte af.  
 
Jhn 9:2
 
En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze, of zijn ouders, dat hij blind zou geboren worden?  
 
Jhn 9:3
 
Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.  
 
Jhn 9:4
 
Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan.  
 
Jhn 9:5
 
Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het Licht der wereld.  
 
Jhn 9:6
 
Dit gezegd hebbende, spoog Hij op de aarde, en maakte slijk uit dat speeksel, en streek dat slijk op de ogen des blinden;  
 
Jhn 9:7
 
En zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (hetwelk overgezet wordt: uitgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende.  
 
Jhn 9:8
 
De geburen dan, en die hem te voren gezien hadden, dat hij blind was, zeiden: Is deze niet, die zat en bedelde?  
 
Jhn 9:9
 
Anderen zeiden: Hij is het; en anderen: Hij is hem gelijk. Hij zeide: Ik ben het.  
 
Jhn 9:10
 
Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend?  
 
Jhn 9:11
 
Hij antwoordde en zeide: De Mens, genaamd Jezus, maakte slijk, en bestreek mijn ogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam, en was u. En ik ging heen, en wies mij, en ik werd ziende.  
 
Jhn 9:12
 
Zij dan zeiden tot hem: Waar is Die? Hij zeide: Ik weet het niet.  
 
Jhn 9:13
 
Zij brachten hem tot de Farizeen, hem namelijk, die te voren blind geweest was.  
 
Jhn 9:14
 
En het was sabbat, als Jezus het slijk maakte, en zijn ogen opende.  
 
Jhn 9:15
 
De Farizeen dan vraagden hem ook wederom, hoe hij ziende geworden was. En hij zeide tot hen: Hij legde slijk op mijn ogen, en ik wies mij, en ik zie.  
 
Jhn 9:16
 
Sommigen dan uit de Farizeen zeiden: Deze Mens is van God niet, want Hij houdt den sabbat niet. Anderen zeiden: Hoe kan een mens, die een zondaar is, zulke tekenen doen? En er was tweedracht onder hen.  
 
Jhn 9:17
 
Zij zeiden wederom tot den blinde: Gij, wat zegt gij van Hem; dewijl Hij uw ogen geopend heeft? En hij zeide: Hij is een Profeet.  
 
Jhn 9:18
 
De Joden dan geloofden van hem niet, dat hij blind geweest was, en ziende was geworden, totdat zij geroepen hadden de ouders desgenen, die ziende geworden was.  
 
Jhn 9:19
 
En zij vraagden hun, zeggende: Is deze uw zoon, welken gij zegt, dat blind geboren is? Hoe ziet hij dan nu?  
 
Jhn 9:20
 
Zijn ouders antwoordden hun en zeiden: Wij weten, dat deze onze zoon is, en dat hij blind geboren is;  
 
Jhn 9:21
 
Maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven; hij zal van zichzelven spreken.  
 
Jhn 9:22
 
Dit zeiden zijn ouders, omdat zij de Joden vreesden; want de Joden hadden alrede te zamen een besluit gemaakt, zo iemand Hem beleed Christus te zijn, dat die uit de synagoge zou geworpen worden.  
 
Jhn 9:23
 
Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven.  
 
Jhn 9:24
 
Zij dan riepen voor de tweede maal den mens, die blind geweest was, en zeiden tot hem: Geef God de eer; wij weten, dat deze Mens een zondaar is.  
 
Jhn 9:25
 
Hij dan antwoordde en zeide: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie.  
 
Jhn 9:26
 
En zij zeiden wederom tot hem: Wat heeft Hij u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend?  
 
Jhn 9:27
 
Hij antwoordde hun: Ik heb het u alrede gezegd, en gij hebt het niet gehoord; wat wilt gij het wederom horen? Wilt gijlieden ook Zijn discipelen worden?  
 
Jhn 9:28
 
Zij gaven hem dan scheldwoorden, en zeiden: Gij zijt Zijn discipel; maar wij zijn discipelen van Mozes.  
 
Jhn 9:29
 
Wij weten, dat God tot Mozes gesproken heeft; maar Dezen weten wij niet, van waar Hij is.  
 
Jhn 9:30
 
De mens antwoordde, en zeide tot hen: Hierin is immers wat wonders, dat gij niet weet, van waar Hij is, en nochtans heeft Hij mijn ogen geopend.  
 
Jhn 9:31
 
En wij weten, dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is, en Zijn wil doet, dien hoort Hij.  
 
Jhn 9:32
 
Van alle eeuw is het niet gehoord, dat iemand eens blindgeborenen ogen geopend heeft.  
 
Jhn 9:33
 
Indien Deze van God niet ware, Hij zou niets kunnen doen.  
 
Jhn 9:34
 
Zij antwoordden, en zeiden tot hem: Gij zijt geheel in zonden geboren, en leert gij ons? En zij wierpen hem uit.  
 
Jhn 9:35
 
Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en hem vindende, zeide Hij tot hem: Gelooft gij in den Zoon van God?  
 
Jhn 9:36
 
Hij antwoordde en zeide: Wie is Hij, Heere, opdat ik in Hem moge geloven?  
 
Jhn 9:37
 
En Jezus zeide tot Hem: En gij hebt Hem gezien, en Die met u spreekt, Dezelve is het.  
 
Jhn 9:38
 
En hij zeide: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem.  
 
Jhn 9:39
 
En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden.  
 
Jhn 9:40
 
En dit hoorden enigen uit de Farizeen, die bij Hem waren, en zeiden tot Hem: Zijn wij dan ook blind?  
 
Jhn 9:41
 
Jezus zeide tot hen: Indien gij blind waart, zo zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; zo blijft dan uw zonde.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Luke 1John 81 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 John 10Acts 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards