All NT OTBook
Compare Texts
Luke 1 John 6

John 7:1-53

John 8 Acts 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Jhn 7:1
 
En na dezen wandelde Jezus in Galilea; want Hij wilde in Judea niet wandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden.  
 
Jhn 7:2
 
En het feest der Joden, namelijk de loof huttenzetting, was nabij.  
 
Jhn 7:3
 
Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet.  
 
Jhn 7:4
 
Want niemand doet iets in het verborgen, en zoekt zelf, dat men openlijk van hem spreke. Indien Gij deze dingen doet, zo openbaar Uzelven aan de wereld.  
 
Jhn 7:5
 
Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.  
 
Jhn 7:6
 
Jezus dan zeide tot hen: Mijn tijd is nog niet hier, maar uw tijd is altijd bereid.  
 
Jhn 7:7
 
De wereld kan ulieden niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van dezelve getuig, dat haar werken boos zijn.  
 
Jhn 7:8
 
Gaat gijlieden op tot dit feest; Ik ga nog niet op tot dit feest; want Mijn tijd is nog niet vervuld.  
 
Jhn 7:9
 
En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea.  
 
Jhn 7:10
 
Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen.  
 
Jhn 7:11
 
De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij?  
 
Jhn 7:12
 
En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare.  
 
Jhn 7:13
 
Nochtans sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden.  
 
Jhn 7:14
 
Doch als het nu in het midden van het feest was, zo ging Jezus op in den tempel, en leerde.  
 
Jhn 7:15
 
En de Joden verwonderden zich, zeggende: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft?  
 
Jhn 7:16
 
Jezus antwoordde hun, en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft.  
 
Jhn 7:17
 
Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek.  
 
Jhn 7:18
 
Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem.  
 
Jhn 7:19
 
Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Wat zoekt gij Mij te doden?  
 
Jhn 7:20
 
De schare antwoordde en zeide: Gij hebt den duivel; wie zoekt U te doden?  
 
Jhn 7:21
 
Jezus antwoordde en zeide tot hen: Een werk heb Ik gedaan, en gij verwondert u allen.  
 
Jhn 7:22
 
Daarom heeft Mozes ulieden de besnijdenis gegeven (niet dat zij uit Mozes is, maar uit de vaderen), en gij besnijdt een mens op den sabbat.  
 
Jhn 7:23
 
Indien een mens de besnijdenis ontvangt op den sabbat, opdat de wet van Mozes niet gebroken worde; zijt gij toornig op Mij, dat Ik een gehelen mens gezond gemaakt heb op den sabbat?  
 
Jhn 7:24
 
Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.  
 
Jhn 7:25
 
Sommigen dan uit die van Jeruzalem zeiden: Is Deze niet, Dien zij zoeken te doden?  
 
Jhn 7:26
 
En ziet, Hij spreekt vrijmoediglijk, en zij zeggen Hem niets. Zouden nu wel de oversten waarlijk weten, dat Deze waarlijk is de Christus?  
 
Jhn 7:27
 
Doch van Dezen weten wij, van waar Hij is; maar de Christus, wanneer Hij komen zal, zo zal niemand weten, van waar Hij is.  
 
Jhn 7:28
 
Jezus dan riep in den tempel, lerende en zeggende: En gij kent Mij, en gij weet, van waar Ik ben; en Ik ben van Mijzelven niet gekomen, maar Hij is waarachtig, Die Mij gezonden heeft, Welken gijlieden niet kent.  
 
Jhn 7:29
 
Maar Ik ken Hem; want Ik ben van Hem, en Hij heeft Mij gezonden.  
 
Jhn 7:30
 
Zij zochten Hem dan te grijpen; maar niemand sloeg de hand aan Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.  
 
Jhn 7:31
 
En velen uit de schare geloofden in Hem, en zeiden: Wanneer de Christus zal gekomen zijn, zal Hij ook meer tekenen doen dan die, welke Deze gedaan heeft?  
 
Jhn 7:32
 
De Farizeen hoorden, dat de schare dit van Hem murmelde; en de Farizeen en de overpriesters zonden dienaren, opdat zij Hem grijpen zouden.  
 
Jhn 7:33
 
Jezus dan zeide tot hen: Nog een kleinen tijd ben Ik bij u, en Ik ga heen tot Dengene, Die Mij gezonden heeft.  
 
Jhn 7:34
 
Gij zult Mij zoeken, en gij zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen.  
 
Jhn 7:35
 
De Joden dan zeiden tot elkander: Waar zal Deze heengaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Zal Hij tot de verstrooide Grieken gaan, en de Grieken leren?  
 
Jhn 7:36
 
Wat is dit voor een rede, die Hij gezegd heeft: Gij zult Mij zoeken, en zult Mij niet vinden; en waar Ik ben, kunt gij niet komen?  
 
Jhn 7:37
 
En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.  
 
Jhn 7:38
 
Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.  
 
Jhn 7:39
 
(En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden, die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.)  
 
Jhn 7:40
 
Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet.  
 
Jhn 7:41
 
Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen?  
 
Jhn 7:42
 
Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was?  
 
Jhn 7:43
 
Er werd dan tweedracht onder de schare, om Zijnentwil.  
 
Jhn 7:44
 
En sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de handen aan Hem.  
 
Jhn 7:45
 
De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht?  
 
Jhn 7:46
 
De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.  
 
Jhn 7:47
 
De Farizeen dan antwoordden hun: Zijt ook gijlieden verleid?  
 
Jhn 7:48
 
Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, of uit de Farizeen?  
 
Jhn 7:49
 
Maar deze schare, die de wet niet weet, is vervloekt.  
 
Jhn 7:50
 
Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen:  
 
Jhn 7:51
 
Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?  
 
Jhn 7:52
 
Zij antwoordden en zeiden tot hem: Zijt gij ook uit Galilea? Onderzoek en zie, dat uit Galilea geen profeet opgestaan is.  
 
Jhn 7:53
 
En een iegelijk ging heen naar zijn huis.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Luke 1John 61 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 John 8Acts 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards