All NT OTBook
Compare Texts
Malachi 1 Matthew 4

Matthew 5:1-48

Matthew 6 Mark 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Mat 5:1
 
En Jezus, de schare ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem.  
 
Mat 5:2
 
En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende:  
 
Mat 5:3
 
Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.  
 
Mat 5:4
 
Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.  
 
Mat 5:5
 
Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven.  
 
Mat 5:6
 
Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.  
 
Mat 5:7
 
Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.  
 
Mat 5:8
 
Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.  
 
Mat 5:9
 
Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.  
 
Mat 5:10
 
Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.  
 
Mat 5:11
 
Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.  
 
Mat 5:12
 
Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.  
 
Mat 5:13
 
Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buiten geworpen, en van de mensen vertreden te worden.  
 
Mat 5:14
 
Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn.  
 
Mat 5:15
 
Noch steekt men een kaars aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen, die in het huis zijn;  
 
Mat 5:16
 
Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.  
 
Mat 5:17
 
Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.  
 
Mat 5:18
 
Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.  
 
Mat 5:19
 
Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.  
 
Mat 5:20
 
Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.  
 
Mat 5:21
 
Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doden; maar zo wie doodt, die zal strafbaar zijn door het gericht.  
 
Mat 5:22
 
Doch Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka! die zal strafbaar zijn door den groten raad; maar wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur.  
 
Mat 5:23
 
Zo gij dan uw gave zult op het altaar offeren, en aldaar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft;  
 
Mat 5:24
 
Laat daar uw gave voor het altaar, en gaat heen, verzoent u eerst met uw broeder, en komt dan en offert uw gave.  
 
Mat 5:25
 
Weest haastelijk welgezind jegens uw wederpartij, terwijl gij nog met hem op den weg zijt; opdat de wederpartij niet misschien u den rechter overlevere, en de rechter u den dienaar overlevere, en gij in de gevangenis geworpen wordt.  
 
Mat 5:26
 
Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult daar geenszins uitkomen, totdat gij den laatsten penning zult betaald hebben.  
 
Mat 5:27
 
Gij hebt gehoord, dat van de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen.  
 
Mat 5:28
 
Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.  
 
Mat 5:29
 
Indien dan uw rechteroog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.  
 
Mat 5:30
 
En indien uw rechterhand u ergert, houwt ze af, en werpt ze van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.  
 
Mat 5:31
 
Er is ook gezegd: Zo wie zijn vrouw verlaten zal, die geve haar een scheidbrief.  
 
Mat 5:32
 
Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaten zal, anders dan uit oorzake van hoererij, die maakt, dat zij overspel doet; en zo wie de verlatene zal trouwen, die doet overspel.  
 
Mat 5:33
 
Wederom hebt gij gehoord, dat van de ouden gezegd is: Gij zult den eed niet breken, maar gij zult den Heere uw eden houden.  
 
Mat 5:34
 
Maar Ik zeg u: Zweert ganselijk niet, noch bij den hemel, omdat hij is de troon Gods;  
 
Mat 5:35
 
Noch bij de aarde, omdat zij is de voetbank Zijner voeten; noch bij Jeruzalem, omdat zij is de stad des groten Konings;  
 
Mat 5:36
 
Noch bij uw hoofd zult gij zweren, omdat gij niet een haar kunt wit of zwart maken;  
 
Mat 5:37
 
Maar laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen; wat boven deze is, dat is uit den boze.  
 
Mat 5:38
 
Gij hebt gehoord, dat gezegd is: Oog om oog, en tand om tand.  
 
Mat 5:39
 
Maar Ik zeg u, dat gij den boze niet wederstaat; maar, zo wie u op de rechterwang slaat, keert hem ook de andere toe;  
 
Mat 5:40
 
En zo iemand met u rechten wil, en uw rok nemen, laat hem ook den mantel;  
 
Mat 5:41
 
En zo wie u zal dwingen een mijl te gaan, gaat met hem twee mijlen.  
 
Mat 5:42
 
Geeft dengene, die iets van u bidt, en keert u niet af van dengene, die van u lenen wil.  
 
Mat 5:43
 
Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben, en uw vijand zult gij haten.  
 
Mat 5:44
 
Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen;  
 
Mat 5:45
 
Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.  
 
Mat 5:46
 
Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?  
 
Mat 5:47
 
En indien gij uw broeders alleen groet, wat doet gij boven anderen? Doen ook niet de tollenaars alzo?  
 
Mat 5:48
 
Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Malachi 1Matthew 41 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Matthew 6Mark 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards