All NT OTBook
Compare Texts
Malachi 1 Matthew 19

Matthew 20:1-34

Matthew 21 Mark 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Mat 20:1
 
Want het Koninkrijk der hemelen is gelijk een heer des huizes, die met den morgenstond uitging, om arbeiders te huren in zijn wijngaard.  
 
Mat 20:2
 
En als hij met de arbeiders eens geworden was, voor een penning des daags, zond hij hen heen in zijn wijngaard.  
 
Mat 20:3
 
En uitgegaan zijnde omtrent de derde ure, zag hij anderen, ledig staande op de markt.  
 
Mat 20:4
 
En hij zeide tot dezelve: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zal ik u geven. En zij gingen.  
 
Mat 20:5
 
Wederom uitgegaan zijnde omtrent de zesde en negende ure, deed hij desgelijks.  
 
Mat 20:6
 
En uitgegaan zijnde omtrent de elfde ure, vond hij anderen ledig staande, en zeide tot hen: Wat staat gij hier den gehelen dag ledig?  
 
Mat 20:7
 
Zij zeiden tot hem: Omdat ons niemand gehuurd heeft. Hij zeide tot hen: Gaat ook gij heen in den wijngaard, en zo wat recht is, zult gij ontvangen.  
 
Mat 20:8
 
Als het nu avond geworden was, zeide de heer des wijngaards, tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders, en geef hun het loon, beginnende van de laatsten tot de eersten.  
 
Mat 20:9
 
En als zij kwamen, die ter elfder ure gehuurd waren, ontvingen zij ieder een penning.  
 
Mat 20:10
 
En de eersten komende, meenden, dat zij meer ontvangen zouden; en zij zelven ontvingen ook elk een penning.  
 
Mat 20:11
 
En dien ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen den heer des huizes,  
 
Mat 20:12
 
Zeggende: Deze laatsten hebben maar een uur gearbeid, en gij hebt ze ons gelijk gemaakt, die den last des daags en de hitte gedragen hebben.  
 
Mat 20:13
 
Doch hij, antwoordende, zeide tot een van hen: Vriend! ik doe u geen onrecht; zijt gij niet met mij eens geworden voor een penning?  
 
Mat 20:14
 
Neem het uwe en ga heen. Ik wil dezen laatsten ook geven, gelijk als u.  
 
Mat 20:15
 
Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?  
 
Mat 20:16
 
Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.  
 
Mat 20:17
 
En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op den weg, en zeide tot hen:  
 
Mat 20:18
 
Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des mensen zal den overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen;  
 
Mat 20:19
 
En zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan.  
 
Mat 20:20
 
Toen kwam de moeder der zonen van Zebedeus tot Hem met haar zonen, Hem aanbiddende, en begerende wat van Hem.  
 
Mat 20:21
 
En Hij zeide tot haar: Wat wilt gij? Zij zeide tot Hem: Zeg, dat deze mijn twee zonen zitten mogen, de een tot Uw rechter-en de ander tot Uw linker hand in Uw Koninkrijk.  
 
Mat 20:22
 
Maar Jezus antwoordde en zeide: Gijlieden weet niet wat gij begeert; kunt gij den drinkbeker drinken, dien Ik drinken zal, en met den doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt worde? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen.  
 
Mat 20:23
 
En Hij zeide tot hen: Mijn drinkbeker zult gij wel drinken, en met den doop, waarmede Ik gedoopt worde, zult gij gedoopt worden; maar het zitten tot Mijn rechter-,en tot Mijn linker hand, staat bij Mij niet te geven, maar het zal gegeven worden dien het bereid is van Mijn Vader.  
 
Mat 20:24
 
En als de andere tien dat hoorden, namen zij het zeer kwalijk van de twee broeders.  
 
Mat 20:25
 
En als Jezus hen tot Zich geroepen had, zeide Hij: Gij weet, dat de oversten der volken heerschappij voeren over hen, en de groten gebruiken macht over hen.  
 
Mat 20:26
 
Doch alzo zal het onder u niet zijn; maar zo wie onder u zal willen groot worden, die zij uw dienaar;  
 
Mat 20:27
 
En zo wie onder u zal willen de eerste zijn, die zij uw dienstknecht.  
 
Mat 20:28
 
Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.  
 
Mat 20:29
 
En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd.  
 
Mat 20:30
 
En ziet, twee blinden, zittende aan den weg, als zij hoorden, dat Jezus voorbijging, riepen, zeggende: Heere, Gij Zone Davids! ontferm U onzer.  
 
Mat 20:31
 
En de schare bestrafte hen, opdat zij zwijgen zouden; maar zij riepen te meer, zeggende: Ontferm U onzer, Heere, Gij Zone Davids!  
 
Mat 20:32
 
En Jezus, stil staande, riep hen en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doe?  
 
Mat 20:33
 
Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden.  
 
Mat 20:34
 
En Jezus, innerlijk bewogen zijnde met barmhartigheid, raakte hun ogen aan; en terstond werden hun ogen ziende, en zij volgden Hem.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Malachi 1Matthew 191 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Matthew 21Mark 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards