All NT OTBook
Compare Texts
Malachi 1 Matthew 10

Matthew 11:1-30

Matthew 12 Mark 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Mat 11:1
 
En het is geschied, toen Jezus geeindigd had Zijn twaalf discipelen bevelen te geven, dat Hij van daar voortging, om te leren en te prediken in hun steden.  
 
Mat 11:2
 
En Johannes, in de gevangenis gehoord hebbende de werken van Christus, zond twee van zijn discipelen;  
 
Mat 11:3
 
En zeide tot hem: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?  
 
Mat 11:4
 
En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weder, hetgeen gij hoort en ziet:  
 
Mat 11:5
 
De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd.  
 
Mat 11:6
 
En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.  
 
Mat 11:7
 
Als nu dezen heengingen, heeft Jezus tot de scharen begonnen te zeggen van Johannes: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?  
 
Mat 11:8
 
Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? Ziet, die zachte klederen dragen, zijn in der koningen huizen.  
 
Mat 11:9
 
Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, ook veel meer dan een profeet.  
 
Mat 11:10
 
Want deze is het, van dewelken geschreven staat: Ziet, Ik zende Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg bereiden zal voor U heen.  
 
Mat 11:11
 
Voorwaar zeg Ik u: onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij.  
 
Mat 11:12
 
En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld.  
 
Mat 11:13
 
Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.  
 
Mat 11:14
 
En zo gij het wilt aannemen, hij is Elias, die komen zou.  
 
Mat 11:15
 
Wie oren heeft om te horen, die hore.  
 
Mat 11:16
 
Doch waarbij zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan de kinderkens, die op de markten zitten, en hun gezellen toeroepen.  
 
Mat 11:17
 
En zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld, en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen, en gij hebt niet geweend.  
 
Mat 11:18
 
Want Johannes is gekomen, noch etende, noch drinkende, en zij zeggen: Hij heeft den duivel.  
 
Mat 11:19
 
De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen.  
 
Mat 11:20
 
Toen begon Hij de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden.  
 
Mat 11:21
 
Wee u, Chorazin! wee u Bethsaida! want zo in Tyrus en Sidon de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden zich eertijds in zak en as bekeerd hebben.  
 
Mat 11:22
 
Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan ulieden.  
 
Mat 11:23
 
En gij, Kapernaum! die tot den hemel toe zijt verhoogd, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden. Want zo in Sodom die krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden tot op den huidigen dag gebleven zijn.  
 
Mat 11:24
 
Doch Ik zeg u, dat het den lande van Sodom verdragelijker zal zijn in den dag des oordeels, dan u.  
 
Mat 11:25
 
In dienzelfden tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde! dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard.  
 
Mat 11:26
 
Ja, Vader! Want alzo is geweest het welbehagen voor U.  
 
Mat 11:27
 
Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren.  
 
Mat 11:28
 
Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.  
 
Mat 11:29
 
Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.  
 
Mat 11:30
 
Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Malachi 1Matthew 101 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Matthew 12Mark 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards