| |
Statenvertaling 1750 |  | |
 |
| |
| | Pro 3:1 | Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.
| |
| | Pro 3:2 | Want langheid van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen.
| |
| | Pro 3:3 | Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf zij op de tafel uws harten.
| |
| | Pro 3:4 | En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen.
| |
| | Pro 3:5 | Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.
| |
| | Pro 3:6 | Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.
| |
| | Pro 3:7 | Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade.
| |
| | Pro 3:8 | Het zal een medicijn voor uw navel zijn, en een bevochtiging voor uw beenderen.
| |
| | Pro 3:9 | Vereer den HEERE van uw goed, en van de eerstelingen al uwer inkomsten;
| |
| | Pro 3:10 | Zo zullen uw schuren met overvloed vervuld worden, en uw perskuipen van most overlopen.
| |
| | Pro 3:11 | Mijn zoon! verwerp de tucht des HEEREN niet, en wees niet verdrietig over Zijn kastijding;
| |
| | Pro 3:12 | Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft.
| |
| | Pro 3:13 | Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!
| |
| | Pro 3:14 | Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud.
| |
| | Pro 3:15 | Zij is kostelijker dan robijnen; en al wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken.
| |
| | Pro 3:16 | Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer.
| |
| | Pro 3:17 | Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.
| |
| | Pro 3:18 | Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vast houdt, wordt gelukzalig.
| |
| | Pro 3:19 | De HEERE heeft de aarde door wijsheid gegrond, de hemelen door verstandigheid bereid.
| |
| | Pro 3:20 | Door Zijn wetenschap zijn de afgronden gekloofd, en de wolken druipen dauw.
| |
| | Pro 3:21 | Mijn zoon! laat ze niet afwijken van uw ogen; bewaar de bestendige wijsheid en bedachtzaamheid.
| |
| | Pro 3:22 | Want zij zullen het leven voor uw ziel zijn, en een aangenaamheid voor uw hals.
| |
| | Pro 3:23 | Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.
| |
| | Pro 3:24 | Zo gij nederligt, zult gij niet schrikken; maar gij zult nederliggen en uw slaap zal zoet wezen.
| |
| | Pro 3:25 | Vrees niet voor haastigen schrik, noch voor de verwoesting der goddelozen, als zij komt.
| |
| | Pro 3:26 | Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.
| |
| | Pro 3:27 | Onthoud het goed van zijn meesters niet, als het in het vermogen uwer hand is te doen.
| |
| | Pro 3:28 | Zeg niet tot uw naaste: Ga heen, en kom weder, en morgen zal ik geven, dewijl het bij u is.
| |
| | Pro 3:29 | Smeed geen kwaad tegen uw naaste, aangezien hij met vertrouwen bij u woont.
| |
| | Pro 3:30 | Twist met een mens niet zonder oorzaak, zo hij u geen kwaad gedaan heeft.
| |
| | Pro 3:31 | Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen.
| |
| | Pro 3:32 | Want de afwijker is den HEERE een gruwel; maar Zijn verborgenheid is met den oprechte.
| |
| | Pro 3:33 | De vloek des HEEREN is in het huis des goddelozen; maar de woning der rechtvaardigen zal Hij zegenen.
| |
| | Pro 3:34 | Zekerlijk, de spotters zal Hij bespotten, maar den zachtmoedigen zal Hij genade geven.
| |
| | Pro 3:35 | De wijzen zullen eer beerven; maar elk een der zotten neemt schande op zich.
| |