All NT OTBook
Compare Texts
Psalms 1 Proverbs 13

Proverbs 14:1-35

Proverbs 15 Ecclesiastes 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Pro 14:1
 
Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.  
 
Pro 14:2
 
Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem.  
 
Pro 14:3
 
In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.  
 
Pro 14:4
 
Als er geen ossen zijn, zo is de krib rein; maar door de kracht van den os is der inkomsten veel.  
 
Pro 14:5
 
Een waarachtig getuige zal niet liegen; maar een vals getuige blaast leugens.  
 
Pro 14:6
 
De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.  
 
Pro 14:7
 
Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.  
 
Pro 14:8
 
De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.  
 
Pro 14:9
 
Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.  
 
Pro 14:10
 
Het hart kent zijn eigen bittere droefheid; en een vreemde zal zich met deszelfs blijdschap niet vermengen.  
 
Pro 14:11
 
Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien.  
 
Pro 14:12
 
Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.  
 
Pro 14:13
 
Het hart zal ook in het lachen smart hebben; en het laatste van die blijdschap is droefheid.  
 
Pro 14:14
 
Die afkerig van hart is, zal van zijn wegen verzadigd worden; maar een goed man van zich zelven.  
 
Pro 14:15
 
De slechte gelooft alle woord; maar de kloekzinnige merkt op zijn gang.  
 
Pro 14:16
 
De wijze vreest, en wijkt van het kwade; maar de zot is oplopende toornig, en zorgeloos.  
 
Pro 14:17
 
Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.  
 
Pro 14:18
 
De slechten erven dwaasheid; maar de kloekzinnigen zullen zich met wetenschap kronen.  
 
Pro 14:19
 
De kwaden buigen voor het aangezicht der goeden neder, en de goddelozen voor de poorten des rechtvaardigen.  
 
Pro 14:20
 
De arme wordt zelfs van zijn vriend gehaat; maar de liefhebbers des rijken zijn vele.  
 
Pro 14:21
 
Die zijn naaste veracht, zondigt; maar die zich der nederigen ontfermt, die is welgelukzalig.  
 
Pro 14:22
 
Dwalen zij niet, die kwaad stichten? Maar weldadigheid en trouw is voor degenen, die goed stichten.  
 
Pro 14:23
 
In allen smartelijken arbeid is overschot; maar het woord der lippen strekt alleen tot gebrek.  
 
Pro 14:24
 
Der wijzen kroon is hun rijkdom; de dwaasheid der zotten is dwaasheid.  
 
Pro 14:25
 
Een waarachtig getuige redt de zielen; maar die leugens blaast, is een bedrieger.  
 
Pro 14:26
 
In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen, en Hij zal Zijn kinderen een Toevlucht wezen.  
 
Pro 14:27
 
De vreze des HEEREN is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.  
 
Pro 14:28
 
In de menigte des volks is des konings heerlijkheid; maar in gebrek van volk is eens vorsten verstoring.  
 
Pro 14:29
 
De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.  
 
Pro 14:30
 
Een gezond hart is het leven des vleses; maar nijd is verrotting der beenderen.  
 
Pro 14:31
 
Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem.  
 
Pro 14:32
 
De goddeloze zal heengedreven worden in zijn kwaad; maar de rechtvaardige betrouwt zelfs in zijn dood.  
 
Pro 14:33
 
Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.  
 
Pro 14:34
 
Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natien.  
 
Pro 14:35
 
Het welbehagen des konings is over een verstandigen knecht; maar zijn verbolgenheid zal zijn over dengene, die beschaamd maakt.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Psalms 1Proverbs 131 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 Proverbs 15Ecclesiastes 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards