| |
Statenvertaling 1750 |  | |
 |
| |
| | Pro 10:1 | De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.
| |
| | Pro 10:2 | Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood.
| |
| | Pro 10:3 | De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij weg.
| |
| | Pro 10:4 | Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk.
| |
| | Pro 10:5 | Die in den zomer vergadert, is een verstandig zoon; maar die in den oogst vast slaapt, is een zoon die beschaamd maakt.
| |
| | Pro 10:6 | Zegeningen zijn op het hoofd des rechtvaardigen; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.
| |
| | Pro 10:7 | De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn; maar de naam der goddelozen zal verrotten.
| |
| | Pro 10:8 | Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden.
| |
| | Pro 10:9 | Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.
| |
| | Pro 10:10 | Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden.
| |
| | Pro 10:11 | De mond des rechtvaardigen is een springader des levens; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.
| |
| | Pro 10:12 | Haat verwekt krakelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe.
| |
| | Pro 10:13 | In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.
| |
| | Pro 10:14 | De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.
| |
| | Pro 10:15 | Des rijken goed is een stad zijner sterkte; de armoede der geringen is hun verstoring.
| |
| | Pro 10:16 | Het werk des rechtvaardigen is ten leven; de inkomst des goddelozen is ter zonde.
| |
| | Pro 10:17 | Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.
| |
| | Pro 10:18 | Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.
| |
| | Pro 10:19 | In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen weerhoudt, is kloek verstandig.
| |
| | Pro 10:20 | De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver; het hart der goddelozen is weinig waard.
| |
| | Pro 10:21 | De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand.
| |
| | Pro 10:22 | De zegen des HEEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.
| |
| | Pro 10:23 | Het is voor den zot als spel schandelijkheid te doen; maar voor een man van verstand, wijsheid te plegen.
| |
| | Pro 10:24 | De vreze des goddelozen, die zal hem overkomen; maar de begeerte der rechtvaardigen zal God geven.
| |
| | Pro 10:25 | Gelijk een wervelwind voorbijgaat, alzo is de goddeloze niet meer; maar de rechtvaardige is een eeuwige grondvest.
| |
| | Pro 10:26 | Gelijk edik den tanden, en gelijk rook den ogen is, zo is de luie dengenen, die hem uitzenden.
| |
| | Pro 10:27 | De vreze des HEEREN vermeerdert de dagen; maar de jaren der goddelozen worden verkort.
| |
| | Pro 10:28 | De hoop der rechtvaardigen is blijdschap; maar de verwachting der goddelozen zal vergaan.
| |
| | Pro 10:29 | De weg des HEEREN is voor den oprechte sterkte; maar voor de werkers der ongerechtigheid verstoring.
| |
| | Pro 10:30 | De rechtvaardige zal in eeuwigheid niet bewogen worden; maar de goddelozen zullen de aarde niet bewonen.
| |
| | Pro 10:31 | De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.
| |
| | Pro 10:32 | De lippen des rechtvaardigen weten wat welgevallig is; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid.
| |