| |
Statenvertaling 1750 |  | |
 |
| |
| | Psa 15:1 | Een psalm van David. HEERE, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid?
| |
| | Psa 15:2 | Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt;
| |
| | Psa 15:3 | Die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezellen geen kwaad doet, en geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste;
| |
| | Psa 15:4 | In wiens ogen de verworpene veracht is, maar hij eert degenen, die den HEERE vrezen; heeft hij gezworen tot zijn schade, evenwel verandert hij niet;
| |
| | Psa 15:5 | Die zijn geld niet geeft op woeker, en geen geschenk neemt tegen den onschuldige. Die deze dingen doet, zal niet wankelen in eeuwigheid.
| |