| |
Statenvertaling 1750 |  | |
 |
| |
| | Psa 124:1 | Een lied Hammaaloth, van David. Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, zegge nu Israel,
| |
| | Psa 124:2 | Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, als de mensen tegen ons opstonden;
| |
| | Psa 124:3 | Toen zouden zij ons levend verslonden hebben, als hun toorn tegen ons ontstak.
| |
| | Psa 124:4 | Toen zouden ons de wateren overlopen hebben; een stroom zou over onze ziel gegaan zijn.
| |
| | Psa 124:5 | Toen zouden de stoute wateren over onze ziel gegaan zijn.
| |
| | Psa 124:6 | De HEERE zij geloofd, Die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot een roof.
| |
| | Psa 124:7 | Onze ziel is ontkomen, als een vogel uit den strik der vogelvangers; de strik is gebroken, en wij zijn ontkomen.
| |
| | Psa 124:8 | Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
| |