All NT OTBook
Compare Texts
Job 1 Psalms 118

Psalms 119:1-176

Psalms 120 Proverbs 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Psa 119:1
 
Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan.  
 
Psa 119:2
 
Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;  
 
Psa 119:3
 
Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.  
 
Psa 119:4
 
HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.  
 
Psa 119:5
 
Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!  
 
Psa 119:6
 
Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.  
 
Psa 119:7
 
Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.  
 
Psa 119:8
 
Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.  
 
Psa 119:9
 
Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.  
 
Psa 119:10
 
Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.  
 
Psa 119:11
 
Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.  
 
Psa 119:12
 
HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.  
 
Psa 119:13
 
Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.  
 
Psa 119:14
 
Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.  
 
Psa 119:15
 
Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.  
 
Psa 119:16
 
Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.  
 
Psa 119:17
 
Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware.  
 
Psa 119:18
 
Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.  
 
Psa 119:19
 
Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet.  
 
Psa 119:20
 
Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.  
 
Psa 119:21
 
Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.  
 
Psa 119:22
 
Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.  
 
Psa 119:23
 
Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.  
 
Psa 119:24
 
Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.  
 
Psa 119:25
 
Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.  
 
Psa 119:26
 
Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.  
 
Psa 119:27
 
Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.  
 
Psa 119:28
 
Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord.  
 
Psa 119:29
 
Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.  
 
Psa 119:30
 
Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.  
 
Psa 119:31
 
Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.  
 
Psa 119:32
 
Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.  
 
Psa 119:33
 
He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.  
 
Psa 119:34
 
Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.  
 
Psa 119:35
 
Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.  
 
Psa 119:36
 
Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.  
 
Psa 119:37
 
Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.  
 
Psa 119:38
 
Bevestig Uw toezegging aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.  
 
Psa 119:39
 
Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.  
 
Psa 119:40
 
Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.  
 
Psa 119:41
 
Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;  
 
Psa 119:42
 
Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.  
 
Psa 119:43
 
En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.  
 
Psa 119:44
 
Zo zal ik Uw wet steeds onderhouden, eeuwiglijk en altoos.  
 
Psa 119:45
 
En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.  
 
Psa 119:46
 
Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.  
 
Psa 119:47
 
En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.  
 
Psa 119:48
 
En ik zal mijn handen opheffen naar Uw geboden, die ik liefheb, en ik zal Uw inzettingen betrachten.  
 
Psa 119:49
 
Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.  
 
Psa 119:50
 
Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.  
 
Psa 119:51
 
De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken.  
 
Psa 119:52
 
Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.  
 
Psa 119:53
 
Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.  
 
Psa 119:54
 
Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.  
 
Psa 119:55
 
HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.  
 
Psa 119:56
 
Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.  
 
Psa 119:57
 
Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.  
 
Psa 119:58
 
Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.  
 
Psa 119:59
 
Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.  
 
Psa 119:60
 
Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.  
 
Psa 119:61
 
De goddeloze hopen hebben mij beroofd; nochtans heb ik Uw wet niet vergeten.  
 
Psa 119:62
 
Te middernacht sta ik op, om U te loven voor de rechten Uwer gerechtigheid.  
 
Psa 119:63
 
Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.  
 
Psa 119:64
 
HEERE! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen.  
 
Psa 119:65
 
Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord.  
 
Psa 119:66
 
Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.  
 
Psa 119:67
 
Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.  
 
Psa 119:68
 
Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen.  
 
Psa 119:69
 
De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.  
 
Psa 119:70
 
Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet.  
 
Psa 119:71
 
Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.  
 
Psa 119:72
 
De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver.  
 
Psa 119:73
 
Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.  
 
Psa 119:74
 
Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.  
 
Psa 119:75
 
Ik weet, HEERE! dat Uw gerichten de gerechtigheid zijn, en dat Gij mij uit getrouwheid verdrukt hebt.  
 
Psa 119:76
 
Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.  
 
Psa 119:77
 
Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.  
 
Psa 119:78
 
Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.  
 
Psa 119:79
 
Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.  
 
Psa 119:80
 
Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.  
 
Psa 119:81
 
Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.  
 
Psa 119:82
 
Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?  
 
Psa 119:83
 
Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.  
 
Psa 119:84
 
Hoe vele zullen de dagen Uws knechts zijn? Wanneer zult Gij recht doen over mijn vervolgers?  
 
Psa 119:85
 
De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet.  
 
Psa 119:86
 
Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij.  
 
Psa 119:87
 
Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.  
 
Psa 119:88
 
Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.  
 
Psa 119:89
 
Lamed. O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen.  
 
Psa 119:90
 
Uw goedertierenheid is van geslacht tot geslacht; Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan;  
 
Psa 119:91
 
Naar Uw verordeningen blijven zij nog heden staan, want zij allen zijn Uw knechten.  
 
Psa 119:92
 
Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan.  
 
Psa 119:93
 
Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.  
 
Psa 119:94
 
Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.  
 
Psa 119:95
 
De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.  
 
Psa 119:96
 
In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd.  
 
Psa 119:97
 
Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.  
 
Psa 119:98
 
Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.  
 
Psa 119:99
 
Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.  
 
Psa 119:100
 
Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.  
 
Psa 119:101
 
Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.  
 
Psa 119:102
 
Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.  
 
Psa 119:103
 
Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!  
 
Psa 119:104
 
Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.  
 
Psa 119:105
 
Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.  
 
Psa 119:106
 
Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.  
 
Psa 119:107
 
Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.  
 
Psa 119:108
 
Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.  
 
Psa 119:109
 
Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.  
 
Psa 119:110
 
De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.  
 
Psa 119:111
 
Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.  
 
Psa 119:112
 
Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.  
 
Psa 119:113
 
Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.  
 
Psa 119:114
 
Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.  
 
Psa 119:115
 
Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.  
 
Psa 119:116
 
Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.  
 
Psa 119:117
 
Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.  
 
Psa 119:118
 
Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.  
 
Psa 119:119
 
Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.  
 
Psa 119:120
 
Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.  
 
Psa 119:121
 
Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.  
 
Psa 119:122
 
Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.  
 
Psa 119:123
 
Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.  
 
Psa 119:124
 
Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.  
 
Psa 119:125
 
Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.  
 
Psa 119:126
 
Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken.  
 
Psa 119:127
 
Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.  
 
Psa 119:128
 
Daarom heb ik al Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.  
 
Psa 119:129
 
Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.  
 
Psa 119:130
 
De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.  
 
Psa 119:131
 
Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.  
 
Psa 119:132
 
Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.  
 
Psa 119:133
 
Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.  
 
Psa 119:134
 
Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.  
 
Psa 119:135
 
Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.  
 
Psa 119:136
 
Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.  
 
Psa 119:137
 
Tsade. HEERE! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht.  
 
Psa 119:138
 
Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden.  
 
Psa 119:139
 
Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben.  
 
Psa 119:140
 
Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.  
 
Psa 119:141
 
Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.  
 
Psa 119:142
 
Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.  
 
Psa 119:143
 
Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.  
 
Psa 119:144
 
De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.  
 
Psa 119:145
 
Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.  
 
Psa 119:146
 
Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.  
 
Psa 119:147
 
Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.  
 
Psa 119:148
 
Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.  
 
Psa 119:149
 
Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.  
 
Psa 119:150
 
Die kwade praktijken najagen, genaken mij, zij wijken verre van Uw wet.  
 
Psa 119:151
 
Maar Gij, HEERE! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid.  
 
Psa 119:152
 
Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.  
 
Psa 119:153
 
Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.  
 
Psa 119:154
 
Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.  
 
Psa 119:155
 
Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet.  
 
Psa 119:156
 
HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.  
 
Psa 119:157
 
Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.  
 
Psa 119:158
 
Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.  
 
Psa 119:159
 
Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.  
 
Psa 119:160
 
Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.  
 
Psa 119:161
 
Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.  
 
Psa 119:162
 
Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.  
 
Psa 119:163
 
Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.  
 
Psa 119:164
 
Ik loof U zevenmaal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.  
 
Psa 119:165
 
Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.  
 
Psa 119:166
 
O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.  
 
Psa 119:167
 
Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.  
 
Psa 119:168
 
Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.  
 
Psa 119:169
 
Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.  
 
Psa 119:170
 
Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.  
 
Psa 119:171
 
Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.  
 
Psa 119:172
 
Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.  
 
Psa 119:173
 
Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.  
 
Psa 119:174
 
O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.  
 
Psa 119:175
 
Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.  
 
Psa 119:176
 
Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Job 1Psalms 118102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 Psalms 120Proverbs 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards