| |
Statenvertaling 1750 |  | |
 |
| |
| | Job 8:1 | Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:
| |
| | Job 8:2 | Hoe lang zult gij deze dingen spreken, en de redenen uws monds een geweldige wind zijn?
| |
| | Job 8:3 | Zou dan God het recht verkeren, en zou de Almachtige de gerechtigheid verkeren?
| |
| | Job 8:4 | Indien uw kinderen gezondigd hebben tegen Hem, Hij heeft hen ook in de hand hunner overtreding geworpen.
| |
| | Job 8:5 | Maar indien gij naar God vroeg zoekt, en tot den Almachtige om genade bidt;
| |
| | Job 8:6 | Zo gij zuiver en recht zijt, gewisselijk zal Hij nu opwaken, om uwentwil, en Hij zal de woning uwer gerechtigheid volmaken.
| |
| | Job 8:7 | Uw beginsel zal wel gering zijn; maar uw laatste zal zeer vermeerderd worden.
| |
| | Job 8:8 | Want vraag toch naar het vorige geslacht, en bereid u tot de onderzoeking hunner vaderen.
| |
| | Job 8:9 | Want wij zijn van gisteren en weten niet; dewijl onze dagen op de aarde een schaduw zijn.
| |
| | Job 8:10 | Zullen die u niet leren, tot u spreken, en uit hun hart redenen voortbrengen?
| |
| | Job 8:11 | Verheft zich de bieze zonder slijk? Groeit het rietgras zonder water?
| |
| | Job 8:12 | Als het nog in zijn groenigheid is, hoewel het niet afgesneden wordt, nochtans verdort het voor alle gras.
| |
| | Job 8:13 | Alzo zijn de paden van allen, die God vergeten; en de verwachting des huichelaars zal vergaan.
| |
| | Job 8:14 | Van denwelke zijn hoop walgen zal; en zijn vertrouwen zal zijn een huis der spinnekop.
| |
| | Job 8:15 | Hij zal op zijn huis leunen, maar het zal niet bestaan; hij zal zich daaraan vasthouden, maar het zal niet staande blijven.
| |
| | Job 8:16 | Hij is sappig voor de zon, en zijn scheuten gaan over zijn hof uit.
| |
| | Job 8:17 | Zijn wortelen worden bij de springader ingevlochten; hij ziet een stenige plaats.
| |
| | Job 8:18 | Maar als God hem verslindt uit zijn plaats, zo zal zij hem loochenen, zeggende: Ik heb u niet gezien.
| |
| | Job 8:19 | Zie, dat is de vreugde zijns wegs; en uit het stof zullen anderen voortspruiten.
| |
| | Job 8:20 | Zie, God zal den oprechte niet verwerpen; Hij vat ook de boosdoeners niet bij de hand;
| |
| | Job 8:21 | Totdat Hij uw mond met gelach vervulle, en uw lippen met gejuich.
| |
| | Job 8:22 | Uw haters zullen met schaamte bekleed worden; en de tent der goddelozen zal niet meer zijn.
| |