All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 5

Job 6:1-30

Job 7 Psalms 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Job 6:1
 
Maar Job antwoordde en zeide:  
 
Job 6:2
 
Och, of mijn verdriet recht gewogen wierd, en men mijn ellende samen in een weegschaal ophief!  
 
Job 6:3
 
Want het zou nu zwaarder zijn dan het zand der zeeen; daarom worden mijn woorden opgezwolgen.  
 
Job 6:4
 
Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.  
 
Job 6:5
 
Rochelt ook de woudezel bij het jonge gras? Loeit de os bij zijn voeder?  
 
Job 6:6
 
Wordt ook het onsmakelijke gegeten zonder zout? Is er smaak in het witte des dooiers?  
 
Job 6:7
 
Mijn ziel weigert uw woorden aan te roeren; die zijn als mijn laffe spijze.  
 
Job 6:8
 
Och, of mijn begeerte kwame, en dat God mijn verwachting gave;  
 
Job 6:9
 
En dat het Gode beliefde, dat Hij mij verbrijzelde, Zijn hand losliet, en een einde met mij maakte!  
 
Job 6:10
 
Dat zou nog mijn troost zijn, en zou mij verkwikken in den weedom, zo Hij niet spaarde; want ik heb de redenen des Heiligen niet verborgen gehouden.  
 
Job 6:11
 
Wat is mijn kracht, dat ik hopen zou? Of welk is mijn einde, dat ik mijn leven verlengen zou?  
 
Job 6:12
 
Is mijn kracht stenen kracht? Is mijn vlees staal?  
 
Job 6:13
 
Is dan mijn hulp niet in mij, en is de wijsheid uit mij verdreven?  
 
Job 6:14
 
Aan hem, die versmolten is, zou van zijn vriend weldadigheid geschieden; of hij zou de vreze des Almachtigen verlaten.  
 
Job 6:15
 
Mijn broeders hebben trouwelooslijk gehandeld als een beek; als de storting der beken gaan zij door;  
 
Job 6:16
 
Die verdonkerd zijn van het ijs, en in dewelke de sneeuw zich verbergt.  
 
Job 6:17
 
Ten tijde, als zij van hitte vervlieten, worden zij uitgedelgd; als zij warm worden, verdwijnen zij uit haar plaats.  
 
Job 6:18
 
De gangen haars wegs wenden zich ter zijde af; zij lopen op in het woeste, en vergaan.  
 
Job 6:19
 
De reizigers van Thema zien ze, de wandelaars van Scheba wachten op haar.  
 
Job 6:20
 
Zij worden beschaamd, omdat elkeen vertrouwde; als zij daartoe komen, zo worden zij schaamrood.  
 
Job 6:21
 
Voorwaar, alzo zijt gijlieden mij nu niets geworden; gij hebt gezien de ontzetting, en gij hebt gevreesd.  
 
Job 6:22
 
Heb ik gezegd: Brengt mij, en geeft geschenken voor mij van uw vermogen?  
 
Job 6:23
 
Of bevrijdt mij van de hand des verdrukkers, en verlost mij van de hand der tirannen?  
 
Job 6:24
 
Leert mij, en ik zal zwijgen, en geeft mij te verstaan, waarin ik gedwaald heb.  
 
Job 6:25
 
O, hoe krachtig zijn de rechte redenen! Maar wat bestraft het bestraffen, dat van ulieden is?  
 
Job 6:26
 
Zult gij, om te bestraffen, woorden bedenken, en zullen de redenen des mismoedigen voor wind zijn?  
 
Job 6:27
 
Ook werpt gij u op een wees; en gij graaft tegen uw vriend.  
 
Job 6:28
 
Maar nu, belieft het u, wendt u tot mij, en het zal voor ulieder aangezicht zijn, of ik liege.  
 
Job 6:29
 
Keert toch weder, laat er geen onrecht wezen, ja, keert weder; nog zal mijn gerechtigheid daarin zijn.  
 
Job 6:30
 
Zou onrecht op mijn tong wezen? Zou mijn gehemelte niet de ellenden te verstaan geven?  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 51 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Job 7Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards