| |
Statenvertaling 1750 |  | |
 |
| |
| | Job 5:1 | Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren?
| |
| | Job 5:2 | Want den dwaze brengt de toornigheid om, en de ijver doodt den slechte.
| |
| | Job 5:3 | Ik heb gezien een dwaas wortelende; doch terstond vervloekte ik zijn woning.
| |
| | Job 5:4 | Verre waren zijn zonen van heil; en zij werden verbrijzeld in de poort, en er was geen verlosser.
| |
| | Job 5:5 | Wiens oogst de hongerige verteerde, dien hij ook tot uit de doornen gehaald had; de struikrover slokte hun vermogen in.
| |
| | Job 5:6 | Want uit het stof komt het verdriet niet voort, en de moeite spruit niet uit de aarde;
| |
| | Job 5:7 | Maar de mens wordt tot moeite geboren; gelijk de spranken der vurige kolen zich verheffen tot vliegen.
| |
| | Job 5:8 | Doch ik zou naar God zoeken, en tot God mijn aanspraak richten;
| |
| | Job 5:9 | Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; wonderen, die men niet tellen kan;
| |
| | Job 5:10 | Die den regen geeft op de aarde, en water zendt op de straten;
| |
| | Job 5:11 | Om de vernederden te stellen in het hoge; dat de rouwdragenden door heil verheven worden.
| |
| | Job 5:12 | Hij maakt te niet de gedachten der arglistigen; dat hun handen niet een ding uitrichten.
| |
| | Job 5:13 | Hij vangt de wijzen in hun arglistigheid; dat de raad der verdraaiden gestort wordt.
| |
| | Job 5:14 | Des daags ontmoeten zij de duisternis, en gelijk des nachts tasten zij in den middag.
| |
| | Job 5:15 | Maar Hij verlost den behoeftige van het zwaard, van hun mond, en van de hand des sterken.
| |
| | Job 5:16 | Zo is voor den arme verwachting; en de boosheid stopt haar mond toe.
| |
| | Job 5:17 | Zie, gelukzalig is de mens, denwelken God straft; daarom verwerp de kastijding des Almachtigen niet.
| |
| | Job 5:18 | Want Hij doet smart aan, en Hij verbindt; Hij doorwondt, en Zijn handen helen.
| |
| | Job 5:19 | In zes benauwdheden zal Hij u verlossen, en in de zevende zal u het kwaad niet aanroeren.
| |
| | Job 5:20 | In den honger zal Hij u verlossen van den dood, en in den oorlog van het geweld des zwaards.
| |
| | Job 5:21 | Tegen den gesel der tong zult gij verborgen wezen, en gij zult niet vrezen voor de verwoesting, als zij komt.
| |
| | Job 5:22 | Tegen de verwoesting en tegen den honger zult gij lachen, en voor het gedierte der aarde zult gij niet vrezen.
| |
| | Job 5:23 | Want met de stenen des velds zal uw verbond zijn, en het gedierte des velds zal met u bevredigd zijn.
| |
| | Job 5:24 | En gij zult bevinden, dat uw tent in vrede is; en gij zult uw woning verzorgen, en zult niet feilen.
| |
| | Job 5:25 | Ook zult gij bevinden, dat uw zaad menigvuldig wezen zal, en uw spruiten als het kruid der aarde.
| |
| | Job 5:26 | Gij zult in ouderdom ten grave komen, gelijk de korenhoop te zijner tijd opgevoerd wordt.
| |
| | Job 5:27 | Zie dit, wij hebben het doorzocht, het is alzo; hoor het, en bemerk gij het voor u.
| |