All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 40

Job 41:1-34

Job 42 Psalms 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Job 41:1
 
(40:20) Zult gij den Leviathan met den angel trekken, of zijn tong met een koord, dat gij laat nederzinken?  
 
Job 41:2
 
(40:21) Zult gij hem een bieze in den neus leggen, of met een doorn zijn kaak doorboren?  
 
Job 41:3
 
(40:22) Zal hij aan u veel smekingen maken? Zal hij zachtjes tot u spreken?  
 
Job 41:4
 
(40:23) Zal hij een verbond met u maken? Zult gij hem aannemen tot een eeuwigen slaaf?  
 
Job 41:5
 
(40:24) Zult gij met hem spelen gelijk met een vogeltje, of zult gij hem binden voor uw jonge dochters?  
 
Job 41:6
 
(40:25) Zullen de metgezellen over hem een maaltijd bereiden? Zullen zij hem delen onder de kooplieden?  
 
Job 41:7
 
(40:26) Zult gij zijn huis met haken vullen, of met een visserskrauwel zijn hoofd?  
 
Job 41:8
 
(40:27) Leg uw hand op hem, gedenk des strijds, doe het niet meer.  
 
Job 41:9
 
(40:28) Zie, zijn hoop zal feilen; zal hij ook voor zijn gezicht nedergeslagen worden?  
 
Job 41:10
 
(41:1) Niemand is zo koen, dat hij hem opwekken zou; wie is dan hij, die zich voor Mijn aangezicht stellen zou?  
 
Job 41:11
 
(41:2) Wie heeft Mij voorgekomen, dat Ik hem zou vergelden? Wat onder den gansen hemel is, is het Mijne.  
 
Job 41:12
 
(41:3) Ik zal zijn leden niet verzwijgen, noch het verhaal zijner sterkte, noch de bevalligheid zijner gestaltenis.  
 
Job 41:13
 
(41:4) Wie zou het opperste zijns kleeds ontdekken? Wie zou met zijn dubbelen breidel hem aankomen?  
 
Job 41:14
 
(41:5) Wie zou de deuren zijns aangezichts opendoen? Rondom zijn tanden is verschrikking.  
 
Job 41:15
 
(41:6) Zeer uitnemend zijn zijn sterke schilden, elkeen gesloten als met een nauwdrukkend zegel.  
 
Job 41:16
 
(41:7) Het een is zo na aan het andere, dat de wind daar niet kan tussen komen.  
 
Job 41:17
 
(41:8) Zij kleven aan elkander, zij vatten zich samen, dat zij zich niet scheiden.  
 
Job 41:18
 
(41:9) Elk een zijner niezingen doet een licht schijnen; en zijn ogen zijn als de oogleden des dageraads.  
 
Job 41:19
 
(41:10) Uit zijn mond gaan fakkelen, vurige vonken raken er uit.  
 
Job 41:20
 
(41:11) Uit zijn neusgaten komt rook voort, als uit een ziedenden pot en ruimen ketel.  
 
Job 41:21
 
(41:12) Zijn adem zou kolen doen vlammen, en een vlam komt uit zijn mond voort.  
 
Job 41:22
 
(41:13) In zijn hals herbergt de sterkte; voor hem springt zelfs de droefheid van vreugde op.  
 
Job 41:23
 
(41:14) De stukken van zijn vlees kleven samen; elkeen is vast in hem, het wordt niet bewogen.  
 
Job 41:24
 
(41:15) Zijn hart is vast gelijk een steen; ja, vast gelijk een deel van den ondersten molensteen.  
 
Job 41:25
 
(41:16) Van zijn verheffen schromen de sterken; om zijner doorbrekingen wille ontzondigen zij zich.  
 
Job 41:26
 
(41:17) Raakt hem iemand met het zwaard, dat zal niet bestaan, spies, schicht noch pantsier.  
 
Job 41:27
 
(41:18) Hij acht het ijzer voor stro, en het staal voor verrot hout.  
 
Job 41:28
 
(41:19) De pijl zal hem niet doen vlieden, de slingerstenen worden hem in stoppelen veranderd.  
 
Job 41:29
 
(41:20) De werpstenen worden van hem geacht als stoppelen, en hij belacht de drilling der lans.  
 
Job 41:30
 
(41:21) Onder hem zijn scherpe scherven; hij spreidt zich op het puntachtige, als op slijk.  
 
Job 41:31
 
(41:22) Hij doet de diepte zieden gelijk een pot; hij stelt de zee als een apothekerskokerij.  
 
Job 41:32
 
(41:23) Achter zich verlicht hij het pad; men zou den afgrond voor grijzigheid houden.  
 
Job 41:33
 
(41:24) Op de aarde is niets met hem te vergelijken, die gemaakt is om zonder schrik te wezen.  
 
Job 41:34
 
(41:25) Hij aanziet alles, wat hoog is, hij is een koning over alle jonge hoogmoedige dieren.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 408 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 Job 42Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards