All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 2

Job 3:1-26

Job 4 Psalms 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Job 3:1
 
Daarna opende Job zijn mond, en vervloekte zijn dag.  
 
Job 3:2
 
Want Job antwoordde en zeide:  
 
Job 3:3
 
De dag verga, waarin ik geboren ben, en de nacht, waarin men zeide: Een knechtje is ontvangen;  
 
Job 3:4
 
Diezelve dag zij duisternis; dat God naar hem niet vrage van boven; en dat geen glans over hem schijne;  
 
Job 3:5
 
Dat de duisternis en des doods schaduw hem verontreinigen; dat wolken over hem wonen; dat hem verschrikken de zwarte dampen des dags!  
 
Job 3:6
 
Diezelve nacht, donkerheid neme hem in; dat hij zich niet verheuge onder de dagen des jaars; dat hij in het getal der maanden niet kome!  
 
Job 3:7
 
Ziet, diezelve nacht zij eenzaam; dat geen vrolijk gezang daarin kome;  
 
Job 3:8
 
Dat hem vervloeken de vervloekers des dags, die bereid zijn hun rouw te verwekken;  
 
Job 3:9
 
Dat de sterren van zijn schemertijd verduisterd worden; hij wachte naar het licht, en het worde niet; en hij zie niet de oogleden des dageraads!  
 
Job 3:10
 
Omdat hij niet toegesloten heeft de deuren mijns buiks, noch verborgen de moeite van mijn ogen.  
 
Job 3:11
 
Waarom ben ik niet gestorven van de baarmoeder af, en heb den geest gegeven, als ik uit den buik voortkwam?  
 
Job 3:12
 
Waarom zijn mij de knieen voorgekomen, en waartoe de borsten, opdat ik zuigen zou?  
 
Job 3:13
 
Want nu zou ik nederliggen, en stil zijn; ik zou slapen, dan zou voor mij rust wezen;  
 
Job 3:14
 
Met de koningen en raadsheren der aarde, die voor zich woeste plaatsen bebouwden;  
 
Job 3:15
 
Of met de vorsten, die goud hadden, die hun huizen met zilver vervulden.  
 
Job 3:16
 
Of als een verborgene misdracht, zou ik niet zijn; als de kinderkens, die het licht niet gezien hebben.  
 
Job 3:17
 
Daar houden de bozen op van beroering, en daar rusten de vermoeiden van kracht;  
 
Job 3:18
 
Daar zijn de gebondenen te zamen in rust; zij horen de stem des drijvers niet.  
 
Job 3:19
 
De kleine en de grote is daar; en de knecht vrij van zijn heer.  
 
Job 3:20
 
Waarom geeft Hij den ellendigen het licht, en het leven den bitterlijk bedroefden van gemoed?  
 
Job 3:21
 
Die verlangen naar den dood, maar hij is er niet; en graven daarnaar meer dan naar verborgene schatten;  
 
Job 3:22
 
Die blijde zijn tot opspringens toe, en zich verheugen, als zij het graf vinden;  
 
Job 3:23
 
Aan den man, wiens weg verborgen is, en dien God overdekt heeft?  
 
Job 3:24
 
Want voor mijn brood komt mijn zuchting; en mijn brullingen worden uitgestort als water.  
 
Job 3:25
 
Want ik vreesde een vreze, en zij is mij aangekomen; en wat ik schroomde, is mij overkomen.  
 
Job 3:26
 
Ik was niet gerust; en was niet stil, en rustte niet; en de beroering is gekomen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 21 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 Job 4Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards