All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 27

Job 28:1-28

Job 29 Psalms 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Job 28:1
 
Gewisselijk, er is voor het zilver een uitgang, en een plaats voor het goud, dat zij smelten.  
 
Job 28:2
 
Het ijzer wordt uit stof genomen, en uit steen wordt koper gegoten.  
 
Job 28:3
 
Het einde, dat God gesteld heeft voor de duisternis, en al het uiterste onderzoekt hij; het gesteente der donkerheid en der schaduw des doods.  
 
Job 28:4
 
Breekt er een beek door, bij dengene, die daar woont, de wateren vergeten zijnde van den voet, worden van den mens uitgeput, en gaan weg.  
 
Job 28:5
 
Uit de aarde komt het brood voort, en onder zich wordt zij veranderd, alsof zij vuur ware.  
 
Job 28:6
 
Haar stenen zijn de plaats van den saffier, en zij heeft stofjes van goud.  
 
Job 28:7
 
De roofvogel heeft het pad niet gekend, en het oog der kraai heeft het niet gezien.  
 
Job 28:8
 
De jonge hoogmoedige dieren hebben het niet betreden, de felle leeuw is daarover niet heengegaan.  
 
Job 28:9
 
Hij legt zijn hand aan de keiachtige rots, hij keert de bergen van den wortel om.  
 
Job 28:10
 
In de rotsstenen houwt hij stromen uit, en zijn oog ziet al het kostelijke.  
 
Job 28:11
 
Hij bindt de rivier toe, dat niet een traan uitkomt, en het verborgene brengt hij uit in het licht.  
 
Job 28:12
 
Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?  
 
Job 28:13
 
De mens weet haar waarde niet, en zij wordt niet gevonden in het land der levenden.  
 
Job 28:14
 
De afgrond zegt: Zij is in mij niet; en de zee zegt: Zij is niet bij mij.  
 
Job 28:15
 
Het gesloten goud kan voor haar niet gegeven worden, en met zilver kan haar prijs niet worden opgewogen.  
 
Job 28:16
 
Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken Schoham, en den Saffier.  
 
Job 28:17
 
Men kan het goud of het kristal haar niet gelijk waarderen; ook is zij niet te verwisselen voor een kleinood van dicht goud.  
 
Job 28:18
 
De Ramoth en Gabisch zal niet gedacht worden; want de trek der wijsheid is meerder dan der Robijnen.  
 
Job 28:19
 
Men kan de Topaas van Morenland haar niet gelijk waarderen; en bij het fijn louter goud kan zij niet geschat worden.  
 
Job 28:20
 
Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?  
 
Job 28:21
 
Want zij is verholen voor de ogen aller levenden, en voor het gevogelte des hemels is zij verborgen.  
 
Job 28:22
 
Het verderf en de dood zeggen: Haar gerucht hebben wij met onze oren gehoord.  
 
Job 28:23
 
God verstaat haar weg, en Hij weet haar plaats.  
 
Job 28:24
 
Want Hij schouwt tot aan de einden der aarde, Hij ziet onder al de hemelen.  
 
Job 28:25
 
Als Hij den wind het gewicht maakte, en de wateren opwoog in mate;  
 
Job 28:26
 
Als Hij den regen een gezette orde maakte, en een weg voor het weerlicht der donderen;  
 
Job 28:27
 
Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze.  
 
Job 28:28
 
Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 278 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 Job 29Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards