All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 21

Job 22:1-30

Job 23 Psalms 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Job 22:1
 
Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:  
 
Job 22:2
 
Zal ook een man Gode voordelig zijn? Maar voor zichzelven zal de verstandige voordelig zijn.  
 
Job 22:3
 
Is het voor den Almachtige nuttigheid, dat gij rechtvaardig zijt; of gewin, dat gij uw wegen volmaakt?  
 
Job 22:4
 
Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt?  
 
Job 22:5
 
Is niet uw boosheid groot, en uwer ongerechtigheden geen einde?  
 
Job 22:6
 
Want gij hebt uw broederen zonder oorzaak pand afgenomen, en de klederen der naakten hebt gij uitgetogen.  
 
Job 22:7
 
Den moede hebt gij geen water te drinken gegeven, en van den hongerige hebt gij het brood onthouden.  
 
Job 22:8
 
Maar was er een man van geweld, voor dien was het land, en een aanzienlijk persoon woonde daarin.  
 
Job 22:9
 
De weduwen hebt gij ledig weggezonden, en de armen der wezen zijn verbrijzeld.  
 
Job 22:10
 
Daarom zijn strikken rondom u, en vervaardheid heeft u haastelijk beroerd.  
 
Job 22:11
 
Of gij ziet de duisternis niet, en des water overvloed bedekt u.  
 
Job 22:12
 
Is niet God in de hoogte der hemelen? Zie toch het opperste der sterren aan, dat zij verheven zijn.  
 
Job 22:13
 
Daarom zegt gij: Wat weet er God van? Zal Hij door de donkerheid oordelen?  
 
Job 22:14
 
De wolken zijn Hem een verberging, dat Hij niet ziet; en Hij bewandelt den omgang der hemelen.  
 
Job 22:15
 
Hebt gij het pad der eeuw waargenomen, dat de ongerechtige lieden betreden hebben?  
 
Job 22:16
 
Die rimpelachtig gemaakt zijn, als het de tijd niet was; een vloed is over hun grond uitgestort;  
 
Job 22:17
 
Die zeiden tot God: Wijk van ons! En wat had de Almachtige hun gedaan?  
 
Job 22:18
 
Hij had immers hun huizen met goed gevuld; daarom is de raad der goddelozen verre van mij.  
 
Job 22:19
 
De rechtvaardigen zagen het, en waren blijde, en de onschuldige bespotte hen;  
 
Job 22:20
 
Dewijl onze stand niet verdelgd is, maar het vuur hun overblijfsel verteerd heeft.  
 
Job 22:21
 
Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen.  
 
Job 22:22
 
Ontvang toch de wet uit Zijn mond, en leg Zijn redenen in uw hart.  
 
Job 22:23
 
Zo gij u bekeert tot den Almachtige, gij zult gebouwd worden; doe het onrecht verre van uw tenten.  
 
Job 22:24
 
Dan zult gij het goud op het stof leggen, en het goud van Ofir bij den rotssteen der beken;  
 
Job 22:25
 
Ja, de Almachtige zal uw overvloedig goud zijn, en uw krachtig zilver zijn;  
 
Job 22:26
 
Want dan zult gij u over den Almachtige verlustigen, en gij zult tot God uw aangezicht opheffen.  
 
Job 22:27
 
Gij zult tot Hem ernstiglijk bidden, en Hij zal u verhoren; en gij zult uw geloften betalen.  
 
Job 22:28
 
Als gij een zaak besluit, zo zal zij u bestendig zijn; en op uw wegen zal het licht schijnen.  
 
Job 22:29
 
Als men iemand vernederen zal, en gij zeggen zult: Het zij verhoging; dan zal God den nederige van ogen behouden.  
 
Job 22:30
 
Ja, Hij zal dien bevrijden, die niet onschuldig is, want hij wordt bevrijd door de zuiverheid uwer handen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 215 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 Job 23Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards