All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 20

Job 21:1-34

Job 22 Psalms 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Job 21:1
 
Maar Job antwoordde en zeide:  
 
Job 21:2
 
Hoort aandachtelijk mijn rede, en laat dit zijn uw vertroostingen.  
 
Job 21:3
 
Verdraagt mij, en ik zal spreken; en nadat ik gesproken zal hebben, spot dan.  
 
Job 21:4
 
Is (mij aangaande) mijn klacht tot den mens? Doch of het zo ware, waarom zou mijn geest niet verdrietig zijn?  
 
Job 21:5
 
Ziet mij aan, en wordt verbaasd, en legt de hand op den mond.  
 
Job 21:6
 
Ja, wanneer ik daaraan gedenk, zo word ik beroerd, en mijn vlees heeft een gruwen gevat.  
 
Job 21:7
 
Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden geweldig in vermogen?  
 
Job 21:8
 
Hun zaad is bestendig met hen voor hun aangezicht, en hun spruiten zijn voor hun ogen.  
 
Job 21:9
 
Hun huizen hebben vrede zonder vreze, en de roede Gods is op hen niet.  
 
Job 21:10
 
Zijn stier bespringt, en mist niet; zijn koe kalft, en misdraagt niet.  
 
Job 21:11
 
Hun jonge kinderen zenden zij uit als een kudde, en hun kinderen huppelen.  
 
Job 21:12
 
Zij heffen op met de trommel en de harp, en zij verblijden zich op het geluid des orgels.  
 
Job 21:13
 
In het goede verslijten zij hun dagen; en in een ogenblik dalen zij in het graf.  
 
Job 21:14
 
Nochtans zeggen zij tot God: Wijk van ons, want aan de kennis Uwer wegen hebben wij geen lust.  
 
Job 21:15
 
Wat is de Almachtige, dat wij Hem zouden dienen? En wat baat zullen wij hebben, dat wij Hem aanlopen zouden?  
 
Job 21:16
 
Doch ziet, hun goed is niet in hun hand; de raad der goddelozen is verre van mij.  
 
Job 21:17
 
Hoe dikwijls geschiedt het, dat de lamp der goddelozen uitgeblust wordt, en hun verderf hun overkomt; dat God hun smarten uitdeelt in Zijn toorn!  
 
Job 21:18
 
Dat zij gelijk stro worden voor den wind, en gelijk kaf, dat de wervelwind wegsteelt;  
 
Job 21:19
 
Dat God Zijn geweld weglegt voor Zijn kinderen, hem vergeldt, dat hij het gewaar wordt;  
 
Job 21:20
 
Dat zijn ogen zijn ondergang zien, en hij drinkt van de grimmigheid des Almachtigen!  
 
Job 21:21
 
Want wat lust zou hij na zich aan zijn huis hebben, als het getal zijner maanden afgesneden is?  
 
Job 21:22
 
Zal men God wetenschap leren, daar Hij de hogen richt?  
 
Job 21:23
 
Deze sterft in de kracht zijner volkomenheid, daar hij gans stil en gerust was;  
 
Job 21:24
 
Zijn melkvaten waren vol melk, en het merg zijner benen was bevochtigd.  
 
Job 21:25
 
De ander daarentegen sterft met een bittere ziel, en hij heeft van het goede niet gegeten.  
 
Job 21:26
 
Zij liggen te zamen neder in het stof, en het gewormte overdekt ze.  
 
Job 21:27
 
Ziet, ik weet ulieder gedachten, en de boze verdichtselen, waarmede gij tegen mij geweld doet.  
 
Job 21:28
 
Want gij zult zeggen: Waar is het huis van den prins, en waar is de tent van de woningen der goddelozen?  
 
Job 21:29
 
Hebt gijlieden niet gevraagd de voorbijgaanden op den weg, en kent gij hun tekenen niet?  
 
Job 21:30
 
Dat de boze onttrokken wordt ten dage des verderfs; dat zij ten dage der verbolgenheden ontvoerd worden.  
 
Job 21:31
 
Wie zal hem in het aangezicht zijn weg vertonen? Als hij wat doet, wie zal hem vergelden?  
 
Job 21:32
 
Eindelijk wordt hij naar de graven gebracht, en is gedurig in den aardhoop.  
 
Job 21:33
 
De kluiten des dals zijn hem zoet, en hij trekt na zich alle mensen; en dergenen, die voor hem geweest zijn, is geen getal.  
 
Job 21:34
 
Hoe vertroost gij mij dan met ijdelheid, dewijl in uw antwoorden overtreding overig is?  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 204 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 Job 22Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards