All NT OTBook
Compare Texts
Esther 1 Job 18

Job 19:1-29

Job 20 Psalms 1

Statenvertaling 1750

 
 
 
Job 19:1
 
Maar Job antwoordde en zeide:  
 
Job 19:2
 
Hoe lang zult gijlieden mijn ziel bedroeven, en mij met woorden verbrijzelen?  
 
Job 19:3
 
Gij hebt nu tienmaal mij schande aangedaan; gij schaamt u niet, gij verhardt u tegen mij.  
 
Job 19:4
 
Maar ook het zij waarlijk, dat ik gedwaald heb, mijn dwaling zal bij mij vernachten.  
 
Job 19:5
 
Indien gijlieden waarlijk u verheft tegen mij, en mijn smaad tegen mij drijft;  
 
Job 19:6
 
Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld.  
 
Job 19:7
 
Ziet, ik roep, geweld! doch word niet verhoord; ik schreeuw, doch er is geen recht.  
 
Job 19:8
 
Hij heeft mijn weg toegemuurd, dat ik niet doorgaan kan, en over mijn paden heeft Hij duisternis gesteld.  
 
Job 19:9
 
Mijn eer heeft Hij van mij afgetrokken, en de kroon mijns hoofds heeft Hij weggenomen.  
 
Job 19:10
 
Hij heeft mij rondom afgebroken, zodat ik henenga, en heeft mijn verwachting als een boom weggerukt.  
 
Job 19:11
 
Daartoe heeft Hij Zijn toorn tegen mij ontstoken, en mij bij Zich geacht als Zijn vijanden.  
 
Job 19:12
 
Zijn benden zijn te zamen aangekomen, en hebben tegen mij haar weg gebaand, en hebben zich gelegerd rondom mijn tent.  
 
Job 19:13
 
Mijn broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd.  
 
Job 19:14
 
Mijn nabestaanden houden op, en mijn bekenden vergeten mij.  
 
Job 19:15
 
Mijn huisgenoten en mijn dienstmaagden achten mij voor een vreemde; een uitlander ben ik in hun ogen.  
 
Job 19:16
 
Ik riep mijn knecht, en hij antwoordde niet; ik smeekte met mijn mond tot hem.  
 
Job 19:17
 
Mijn adem is mijn huisvrouw vreemd; en ik smeek om der kinderen mijns buiks wil.  
 
Job 19:18
 
Ook versmaden mij de jonge kinderen; sta ik op, zo spreken zij mij tegen.  
 
Job 19:19
 
Alle mensen mijns heimelijken raads hebben een gruwel aan mij; en die ik liefhad, zijn tegen mij gekeerd.  
 
Job 19:20
 
Mijn gebeente kleeft aan mijn huid en aan mijn vlees; en ik ben ontkomen met de huid mijner tanden.  
 
Job 19:21
 
Ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, o gij, mijn vrienden! want de hand Gods heeft mij aangeraakt.  
 
Job 19:22
 
Waarom vervolgt gij mij als God, en wordt niet verzadigd van mijn vlees?  
 
Job 19:23
 
Och, of nu mijn woorden toch opgeschreven wierden. Och, of zij in een boek ook wierden ingetekend!  
 
Job 19:24
 
Dat zij met een ijzeren griffie en lood voor eeuwig in een rots gehouwen wierden!  
 
Job 19:25
 
Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan;  
 
Job 19:26
 
En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen;  
 
Job 19:27
 
Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot.  
 
Job 19:28
 
Voorwaar, gij zoudt zeggen: Waarom vervolgen wij hem? Nademaal de wortel der zaak in mij gevonden wordt.  
 
Job 19:29
 
Schroomt u vanwege het zwaard; want de grimmigheid is over de misdaden des zwaards; opdat gij weet, dat er een gericht zij.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Esther 1Job 182 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 Job 20Psalms 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards