| |
Statenvertaling 1750 |  | |
 |
| |
| | Job 18:1 | Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:
| |
| | Job 18:2 | Hoe lang is het, dat gijlieden een einde van woorden zult maken? Merkt op, en daarna zullen wij spreken.
| |
| | Job 18:3 | Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?
| |
| | Job 18:4 | O gij, die zijn ziel verscheurt door zijn toorn! Zal om uwentwil de aarde verlaten worden, en zal een rots versteld worden uit haar plaats?
| |
| | Job 18:5 | Ja, het licht der goddelozen zal uitgeblust worden, en de vonk zijns vuurs zal niet glinsteren.
| |
| | Job 18:6 | Het licht zal verduisteren in zijn tent, en zijn lamp zal over hem uitgeblust worden.
| |
| | Job 18:7 | De treden zijner macht zullen benauwd worden, en zijn raad zal hem nederwerpen.
| |
| | Job 18:8 | Want met zijn voeten zal hij in het net geworpen worden, en zal in het wargaren wandelen.
| |
| | Job 18:9 | De strik zal hem bij de verzenen vatten; de struikrover zal hem overweldigen.
| |
| | Job 18:10 | Zijn touw is in de aarde verborgen, en zijn val op het pad.
| |
| | Job 18:11 | De beroeringen zullen hem rondom verschrikken, en hem verstrooien op zijn voeten.
| |
| | Job 18:12 | Zijn macht zal hongerig wezen, en het verderf is bereid aan zijn zijde.
| |
| | Job 18:13 | De eerstgeborene des doods zal de grendelen zijner huid verteren, zijn grendelen zal hij verteren.
| |
| | Job 18:14 | Zijn vertrouwen zal uit zijn tent uitgerukt worden; zulks zal hem doen treden tot den koning der verschrikkingen.
| |
| | Job 18:15 | Zij zal wonen in zijn tent, waar zij de zijne niet is; zijn woning zal met zwavel overstrooid worden.
| |
| | Job 18:16 | Van onder zullen zijn wortelen verdorren, en van boven zal zijn tak afgesneden worden.
| |
| | Job 18:17 | Zijn gedachtenis zal vergaan van de aarde, en hij zal geen naam hebben op de straten.
| |
| | Job 18:18 | Men zal hem stoten van het licht in de duisternis, en men zal hem van de wereld verjagen.
| |
| | Job 18:19 | Hij zal geen zoon, noch neef hebben onder zijn volk; en niemand zal in zijn woningen overig zijn.
| |
| | Job 18:20 | Over zijn dag zullen de nakomelingen verbaasd zijn, en de ouden met schrik bevangen worden.
| |
| | Job 18:21 | Gewisselijk, zodanige zijn de woningen des verkeerden, en dit is de plaats desgenen die God niet kent.
| |