| |
Statenvertaling 1750 |  | |
 |
| |
| | Job 11:1 | Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:
| |
| | Job 11:2 | Zou de veelheid der woorden niet beantwoord worden, en zou een klapachtig man recht hebben?
| |
| | Job 11:3 | Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand u beschamen?
| |
| | Job 11:4 | Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in uw ogen.
| |
| | Job 11:5 | Maar gewisselijk, och, of God sprak, en Zijn lippen tegen u opende;
| |
| | Job 11:6 | En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.
| |
| | Job 11:7 | Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?
| |
| | Job 11:8 | Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?
| |
| | Job 11:9 | Langer dan de aarde is haar maat, en breder dan de zee.
| |
| | Job 11:10 | Indien Hij voorbijgaat, opdat Hij overlevere of vergadere, wie zal dan Hem afkeren?
| |
| | Job 11:11 | Want Hij kent de ijdele lieden, en Hij ziet de ondeugd; zou Hij dan niet aanmerken?
| |
| | Job 11:12 | Dan zal een verstandeloos man kloekzinnig worden; hoewel de mens als het veulen eens woudezels geboren is.
| |
| | Job 11:13 | Indien gij uw hart bereid hebt, zo breid uw handen tot Hem uit.
| |
| | Job 11:14 | Indien er ondeugd in uw hand is, doe die verre weg; en laat het onrecht in uw tenten niet wonen.
| |
| | Job 11:15 | Want dan zult gij uw aangezicht opheffen uit de gebreken, en zult vast wezen, en niet vrezen.
| |
| | Job 11:16 | Want gij zult de moeite vergeten, en harer gedenken als der wateren, die voorbijgegaan zijn.
| |
| | Job 11:17 | Ja, uw tijd zal klaarder dan de middag oprijzen; gij zult uitvliegen, als de morgenstond zult gij zijn.
| |
| | Job 11:18 | En gij zult vertrouwen, omdat er verwachting zal zijn; en gij zult graven, gerustelijk zult gij slapen;
| |
| | Job 11:19 | En gij zult nederliggen, en niemand zal u verschrikken; en velen zullen uw aangezicht smeken.
| |
| | Job 11:20 | Maar de ogen der goddelozen zullen bezwijken, en de toevlucht zal van hen vergaan; en hun verwachting zal zijn de uitblazing der ziel.
| |