All NT OTBook
Compare Texts
Ruth 1 1 Samuel 18

1 Samuel 19:1-24

1 Samuel 20 2 Samuel 1

Hollands LEI

 
 
 
1Sa 19:1
 
Daarom sprak Saul tot zijn zoon Jonathan en al zijn dienaren er over David ter dood te brengen. Maar Jonathan, Sauls zoon, had groot behagen in David;  
 
1Sa 19:2
 
dies bracht hij het aan David over en zeide: Mijn vader Saul zoekt u te doden. Neem u dus in acht, zet u morgenochtend op een verborgen plaats neder en houd u schuil;  
 
1Sa 19:3
 
dan zal ik naar buiten gaan en naast mijn vader blijven staan op het veld waar gij u bevindt; ik zal over u tot mijn vader spreken, zien hoe het staat en het u overbrengen.  
 
1Sa 19:4
 
En Jonathan deed voor David een goed woord bij zijn vader Saul en zeide tot hem: De koning bezondige zich toch niet aan zijn dienaar David; want hij heeft niet tegen u gezondigd en zijn daden zijn u tot groot voordeel geweest.  
 
1Sa 19:5
 
Hij heeft zijn leven op het spel gezet en den Filistijn verslagen; zodat de Heer door hem een grote zege aan gans Israel verschaft heeft. Gij hebt het gezien en er u in verheugd. Waarom zoudt gij u dan aan onschuldig bloed bezondigen door zonder reden David te doden?  
 
1Sa 19:6
 
En Saul luisterde naar Jonathan en zwoer: Zo waar als de Heer leeft, hij zal niet ter dood gebracht worden.  
 
1Sa 19:7
 
Toen ontbood Jonathan David en deelde hem al deze woorden mede. Daarna bracht hij David tot Saul, voor wien hij verkeerde als gisteren en eergisteren.  
 
1Sa 19:8
 
Toen de oorlog opnieuw uitbrak, trok David uit, streed met de Filistijnen en richtte een grote slachting onder hen aan, zodat zij voor hem vluchtten.  
 
1Sa 19:9
 
Nu kwam een boze geest des Heeren op Saul, terwijl hij, de speer in de hand, in zijn huis zat en David het speeltuig tokkelde.  
 
1Sa 19:10
 
Saul trachtte David met de speer aan den muur te steken, maar hij week uit voor Saul, zodat deze de speer in den muur slingerde. Zo vluchtte David en ontkwam.  
 
1Sa 19:11
 
Doch in denzelfden nacht zond Saul boden naar het huis van David, om er het oog op te houden, ten einde hem den volgenden morgen te doden. Maar Michal, Davids vrouw, deelde het hem mede en zeide: Indien gij van nacht uw leven niet in veiligheid brengt, zult gij morgen ter dood gebracht worden.  
 
1Sa 19:12
 
En Michal liet David door een venster naar beneden, waarna hij op de vlucht ging en ontsnapte.  
 
1Sa 19:13
 
Hierop nam Michal den huisgod en legde dien in het bed, legde den geitenharen doek aan het hoofdeinde en dekte hem met de sprei toe.  
 
1Sa 19:14
 
Toen nu Saul boden zond om David gevangen te nemen, zeide zij: Hij is ziek.  
 
1Sa 19:15
 
Daarop zond Saul de boden om David te zien en gaf hun den last mede: Haalt hem op het bed hierheen, opdat ik hem dode.  
 
1Sa 19:16
 
De boden kwamen binnen, en daar lag waarlijk de huisgod op het bed, met den geitenharen doek aan het hoofdeinde!  
 
1Sa 19:17
 
En Saul zeide tot Michal: Waarom hebt gij mij zo misleid en mijn vijand laten gaan, zodat hij ontsnapt is? Hierop zeide Michal tot Saul: Hijzelf zeide tot mij: Help mij om weg te komen; anders dood ik u.  
 
1Sa 19:18
 
Toen David op de vlucht gegaan en ontkomen was, kwam hij bij Samuel te Rama en verhaalde hem alles wat Saul hem gedaan had. Hij ging met Samuel mede, en samen namen zij hun intrek in het profetenhuis te Rama.  
 
1Sa 19:19
 
Zodra men aan Saul had medegedeeld: Zie, David is in het profetenhuis te Rama--  
 
1Sa 19:20
 
zond hij boden uit om David gevangen te nemen. Maar toen zij de schare van profeten zagen, profeterend, Samuel als voorganger aan hun hoofd, kwam de geest Gods op de boden van Saul en profeteerden zij mede.  
 
1Sa 19:21
 
Toen men dit aan Saul deed weten, zond hij andere boden; maar ook zij profeteerden. Nog eenmaal, voor den derden keer, zond Saul boden; maar ook dezen profeteerden.  
 
1Sa 19:22
 
Nu ging Saul, in toorn ontstoken, zelf naar Rama. Bij den groten put in Sechu gekomen, vroeg hij: Waar zijn Samuel en David? Men antwoordde hem: In het profetenhuis te Rama.  
 
1Sa 19:23
 
Zo ging hij van daar naar het profetenhuis te Rama. Maar ook op hem kwam de geest Gods, en hij profeteerde onderweg al voortgaande, totdat hij in het profetenhuis te Rama kwam.  
 
1Sa 19:24
 
Ook hij trok zijn klederen uit, profeteerde insgelijks voor het aangezicht van Samuel, viel neder en bleef dien gansen dag en nacht naakt liggen. Daarom zegt men: Is Saul ook onder de profeten?  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Ruth 11 Samuel 181 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 1 Samuel 202 Samuel 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards