All NT OTBook
Compare Texts
Ruth 1 1 Samuel 14

1 Samuel 15:1-35

1 Samuel 16 2 Samuel 1

Hollands LEI

 
 
 
1Sa 15:1
 
Eens zeide Samuel tot Saul: Mij heeft de Heer gezonden om u tot koning over zijn volk, over Israel, te zalven; luister dan naar 's Heeren bevel.  
 
1Sa 15:2
 
Zo zegt de Heer der heirscharen: Ik heb gelet op hetgeen Amalek aan Israel gedaan heeft, hoe hij hem in den weg trad, toen hij optrok uit Egypte.  
 
1Sa 15:3
 
Daarom, ga, versla Amalek en tref hem en alwat hij heeft met den banvloek; verschoon hem niet, maar sla dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel en ezel.  
 
1Sa 15:4
 
Dienvolgens riep Saul het volk op en monsterde het te Telam, tweehonderd duizend man voetvolk en tienduizend ruiters.  
 
1Sa 15:5
 
Toen hij nu de stad van Amalek bereikt en in het dal een hinderlaag gelegd had,  
 
1Sa 15:6
 
zeide hij tot de Kenieten: Gaat heen, verwijdert u uit het midden der Amalekieten, opdat ik u niet met hen ombrenge; gij toch hebt gunst betoond aan de Israelieten, toen zij uit Egypte optrokken. Zo verwijderden zich de Kenieten uit het midden van Amalek.  
 
1Sa 15:7
 
En Saul sloeg Amalek van Telam af in de richting van Sjur, dat voor Egypte ligt,  
 
1Sa 15:8
 
nam Agag, den koning van Amalek, levend gevangen, en bande het ganse volk met het scherp des zwaards.  
 
1Sa 15:9
 
Doch Saul en het volk verschoonden Agag, alsmede het beste van het kleinvee en van de runderen, de vette en gemeste dieren, en alwat van waarde was, en wilden ze niet met den banvloek treffen; maar alle have van geringe of geen waarde troffen zij met den banvloek.  
 
1Sa 15:10
 
Hierop kwam 's Heeren woord tot Samuel:  
 
1Sa 15:11
 
Het berouwt mij dat ik Saul tot koning heb aangesteld; want hij heeft zich van mij afgekeerd en mijn woorden niet ten uitvoer gebracht. Toen ontroerde Samuel en riep den gansen nacht tot den Heer.  
 
1Sa 15:12
 
Toen Samuel den volgenden morgen Saul tegemoet ging, werd hem medegedeeld: Saul is te Karmel gekomen, heeft zich een gedenkteeken opgericht, is toen weder heengegaan en verder getrokken, afwaarts naar Gilgal.  
 
1Sa 15:13
 
Toen nu Samuel bij Saul was gekomen, zeide Saul tot hem: Wees gezegend door den Heer! Ik heb 's Heeren woord ten uitvoer gebracht.  
 
1Sa 15:14
 
Hierop zeide Samuel: En wat is dan dat geblaat van schapen in mijn oren, en het geloei van runderen dat ik daar hoor?  
 
1Sa 15:15
 
Saul hernam: Van de Amalekieten hebben zij die medegebracht; dewijl het volk de beste stukken van het kleinvee en van de runderen verschoond heeft, om die aan den Heer, uw god, te offeren; maar het overige hebben wij met den banvloek getroffen.  
 
1Sa 15:16
 
Nu zeide Samuel tot Saul: Houd op! Laat mij u mededelen, wat de Heer van nacht tot mij gesproken I heeft. Hij zeide tot hem: Spreek.  
 
1Sa 15:17
 
Samuel zeide: Waart gij niet te klein in eigen oog om hoofd van Israels stammen te zijn? Toch heeft de Heer u tot koning gezalfd over Israel.  
 
1Sa 15:18
 
En nu heeft de Heer u op een weg gezonden en gezegd: Ga en sla hen die tegen mij gezondigd hebben, de Amalekieten, met den banvloek en voer krijg tegen hen, totdat gij hen hebt uitgeroeid.  
 
1Sa 15:19
 
Waarom hebt gij dan niet naar den Heer geluisterd, maar zijt gij op den buit aangevallen en hebt gij gedaan wat kwaad is in het oog des Heeren?  
 
1Sa 15:20
 
Saul zeide tot Samuel: Ik heb naar den Heer geluisterd en den weg bewandeld waarop de Heer mij gezonden heeft: koning Agag heb ik medegebracht en Amalek met den banvloek geslagen.  
 
1Sa 15:21
 
Doch het volk nam van den buit kleinvee en runderen, de keur van het gebannene, om die aan den Heer, uw god, te Gilgal te offeren.  
 
1Sa 15:22
 
Maar Samuel zeide: Heeft de Heer zoveel behagen in brandoffers en slachtoffers als in gehoorzaamheid jegens hem? Zie, gehoorzamen is beter dan offerande, en opletten beter dan rammenvet;  
 
1Sa 15:23
 
want weerspannigheid is zonde van waarzeggerij, en ongezeglijkheid is afgoderij en wichelarij; omdat gij 's Heeren woord hebt geminacht, acht de Heer u te min om koning te zijn.  
 
1Sa 15:24
 
Toen zeide Saul tot Samuel: Ik heb gezondigd; want ik heb den last des Heeren en uw woorden overtreden, daar ik voor het volk bevreesd was en naar hen geluisterd heb.  
 
1Sa 15:25
 
Vergeef dan toch mijn zonde en keer met mij terug, dat ik mij voor den Heer nederwerpe.  
 
1Sa 15:26
 
Maar Samuel zeide tot Saul: Ik keer niet met u terug; omdat gij 's Heeren woord hebt geminacht, heeft de Heer u te min geacht om koning over Israel te zijn.  
 
1Sa 15:27
 
Meteen keerde Samuel zich om heen te gaan. Saul greep hem bij de slip van zijn mantel, en die scheurde.  
 
1Sa 15:28
 
En Samuel zeide tot hem: Afgescheurd heeft de Heer heden van u het koningsschap over Israel, en geven zal hij het aan uw naaste, die beter is dan gij.  
 
1Sa 15:29
 
Ook liegt de Roem van Israel niet en hij heeft geen berouw; want hij is geen mens, dat hij berouw zou hebben.  
 
1Sa 15:30
 
Daarop zeide Saul: Ik heb gezondigd. Doch eer mij nu ten aanschouwen van de oudsten mijns volks en van Israel, en keer met mij terug; dan zal ik mij nederwerpen voor den Heer, uw god.  
 
1Sa 15:31
 
Hierop keerde Samuel terug en volgde Saul; en Saul wierp zich neder voor den Heer.  
 
1Sa 15:32
 
Nu zeide Samuel: Brengt Agag, den koning van Amalek, tot mij. En Agag kwam tot hem met wankelenden tred en zeide: Waarlijk, bitter is de dood.  
 
1Sa 15:33
 
Samuel zeide: Zoals uw zwaard vrouwen kinderloos heeft gemaakt, zo zal uw moeder kinderloos zijn onder de vrouwen. En Samuel hieuw Agag in stukken voor 's Heeren aangezicht te Gilgal.  
 
1Sa 15:34
 
Daarop ging Samuel naar Rama, terwijl Saul huiswaarts keerde naar Gibea Sauls.  
 
1Sa 15:35
 
En Samuel zag Saul niet weder tot den dag zijns doods toe; en Samuel droeg rouw over Saul, hoewel de Heer berouw had dat hij Saul koning had gemaakt over Israel.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Ruth 11 Samuel 141 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 1 Samuel 162 Samuel 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards