All NT OTBook
Compare Texts
Joshua 1 Judges 9

Judges 10:1-18

Judges 11 Ruth 1

Hollands LEI

 
 
 
Jdg 10:1
 
Na Abimelech stond op om Israel te redden Tola, de zoon van Pua, den zoon van Dodo, uit Issachar; hij woonde te Sjamir, op het gebergte van Efraim.  
 
Jdg 10:2
 
Drie en twintig jaar richtte hij Israel; toen stierf hij en werd te Sjamir begraven.  
 
Jdg 10:3
 
Na hem stond Jair, de Gileadiet, op en richtte Israel twee en twintig jaar.  
 
Jdg 10:4
 
Hij had dertig zonen; zij reden op dertig ezelveulens en hadden dertig steden, die men de Jairs-gehuchten noemde, zoals zij tot op dezen dag heten; zij liggen in het land Gilead.  
 
Jdg 10:5
 
Jair stierf en werd begraven in Kamon.  
 
Jdg 10:6
 
De Israelieten gingen voort te doen wat kwaad was in 's Heeren oog: zij dienden de baals en de Astarte's, de goden van Aram, van Sidon en van Moab, die der Ammonieten en der Filistijnen; zij verzaakten den Heer en dienden hem niet.  
 
Jdg 10:7
 
Hierover ontstak de Heer in toorn tegen Israel en hij verkocht hen aan de Filistijnen en de Ammonieten.  
 
Jdg 10:8
 
Zij verpletterden en verbrijzelden de Israelieten in dat jaar, en achttien jaren lang, alle Israelieten die in het Overjordaansche woonden, in het land der Amorieten die in Gilead waren.  
 
Jdg 10:9
 
Zelfs trokken de Ammonieten den Jordaan over, om ook tegen Juda, Benjamin en het huis Efraim te strijden; zodat het Israel zeer bang werd.  
 
Jdg 10:10
 
Toen riepen de Israelieten tot den Heer: Wij hebben tegen u gezondigd, daar wij onzen god verzaakt en de baals gediend hebben!  
 
Jdg 10:11
 
En de Heer zeide tot de Israelieten: Heb ik niet, toen de Egyptenaren, Amorieten, Ammonieten, Filistijnen,  
 
Jdg 10:12
 
Sidoniers, Amalekieten en Midianieten u onderdrukten en gij tot mij riept, u uit hun hand gered?  
 
Jdg 10:13
 
Toch hebt gij mij verzaakt en andere goden gediend; daarom zal ik u niet weder redden.  
 
Jdg 10:14
 
Gaat heen en roept tot de goden die gij uitverkoren hebt; laten die u redden ten tijde uwer benauwdheid!  
 
Jdg 10:15
 
Maar de Israelieten zeiden tot den Heer: Wij hebben gezondigd. Doe met ons naar alwat u goeddunkt; maar verlos ons toch heden.  
 
Jdg 10:16
 
Ook deden zij de buitenlandsche goden uit hun midden weg en dienden den Heer. Nu raakte, bij het zien van Israels lijden, zijn geduld ten einde.  
 
Jdg 10:17
 
Toen eens de Ammonieten zich verzamelden en in Gilead legerden, terwijl de Israelieten bijeenkwamen en zich in Mispa legerden,  
 
Jdg 10:18
 
zeide het volk onder elkander: Wie is de man die den strijd tegen de Ammonieten aanbinden zal? Hij zal ten hoofdman over alle inwoners van Gilead zijn.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Joshua 1Judges 91 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Judges 11Ruth 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards