All NT OTBook
Compare Texts
Jude 1 Revelation 20

Revelation 21:1-27

Revelation 22

Hollands LEI

 
 
 
Rev 21:1
 
Toen zag ik een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was er niet meer.  
 
Rev 21:2
 
Ik zag de heilige stad, het Nieuw Jeruzalem, neerdalen van God uit den hemel, toegerust als een bruid die getooid is voor haar man.  
 
Rev 21:3
 
Ik hoorde een luide stem, die uit den troon kwam, zeggen: Zie, de tent Gods is bij de mensen; Hij zal onder hen zijn tent opslaan, en zij zullen zijn volk wezen, Hij zal in hun midden God zijn  
 
Rev 21:4
 
en alle tranen van hun ogen afwissen. De dood zal er niet meer zijn, noch rouw, geschrei of moeite. Want al het vorige is voorbijgegaan.  
 
Rev 21:5
 
En Hij die op den troon zat zeide: Zie, Ik maak alles nieuw. En ik hoorde zeggen: Schrijf het op; want dit zijn betrouwbare en ware woorden.  
 
Rev 21:6
 
Hij zeide tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het begin en het einde. Ik zal aan den dorstige omniet te drinken geven uit de bron van het levend water.  
 
Rev 21:7
 
Hij die overwint zal dit beerven, en Ik zal hem tot een God, hij Mij tot een zoon zijn.  
 
Rev 21:8
 
Maar de lafaards, ongelovigen, boosdoeners, moordenaars, hoereerders, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars, hun deel zal zijn in den brandenden vuur poel en zwavelpoel. Dit is de tweede dood.  
 
Rev 21:9
 
Nu kwam een der zeven engelen die de zeven schalen hadden, vol van de laatste plagen, en zeide tot mij: Kom mee; ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam tonen.  
 
Rev 21:10
 
Toen bracht hij mij in den geest op een groten en hogen berg, en liet mij zien, hoe de heilige stad Jeruzalem van God uit den hemel neerdaalde,  
 
Rev 21:11
 
getooid met de heerlijkheid Gods. Haar glans geleek op dien van het allerkostelijkste gesteente, van kristalhelderen jaspis.  
 
Rev 21:12
 
Zij had een groten en hogen muur, met twaalf poorten, en op die poorten twaalf engelen; ook waren er namen op geschreven, de namen der twaalf stammen van Israels zonen.  
 
Rev 21:13
 
Aan de oostzijde waren drie poorten, aan de noordzijde drie poorten, aan de zuidzijde drie poorten, en aan de westzijde drie poorten.  
 
Rev 21:14
 
En de muur der stad had twaalf grondslagen, en daarop stonden de namen der twaalf apostelen van het Lam.  
 
Rev 21:15
 
Hij die met mij sprak had als maatstaf een gouden rietstok om de stad, haar poorten en haar muur op te meten.  
 
Rev 21:16
 
De stad lag daar als een vierkant, even lang als breed. Hij mat met den rietstok de stad op, twaalfduizend stadien; haar lengte, haar breedte en haar hoogte waren gelijk.  
 
Rev 21:17
 
Hij mat haar muur: honderd vier en veertig el, naar mensenmaat, dat is ook engelenmaat.  
 
Rev 21:18
 
Het bekleedsel van den muur was jaspis, en de stad was van zuiver goud, dat op zuiver glas geleek.  
 
Rev 21:19
 
De grondslagen van den muur der stad waren versierd met allerlei kostelijk gesteente; de eerste grondslag was van jaspis, de tweede van saffier, de derde van chalcedon, de vierde van smaragd,  
 
Rev 21:20
 
de vijfde van sardonix, de zesde van sardium, de zevende van goudsteen, de achtste van berillus, de negende van topaas, de tiende van chrysopaas, de elfde van hyacinth, de twaalfde van amethist.  
 
Rev 21:21
 
De twaalf poorten waren paarlen; elke poort een paarl. Het plein der stad was zuiver goud, als doorzichtig glas.  
 
Rev 21:22
 
Een tempel zag ik niet in haar; want de Heere God, de Albeheerscher, is haar tempel, en het Lam.  
 
Rev 21:23
 
De stad heeft niet nodig dat zon of maan haar beschijnt; want de heerlijkheid Gods verlicht haar, en het Lam is haar kandelaar.  
 
Rev 21:24
 
In haar licht zullen de volken zich bewegen, en de koningen der aarde zullen hun heerlijkheid tot haar brengen.  
 
Rev 21:25
 
Haar poorten zullen overdag niet gesloten worden; want daar zal geen nacht zijn,  
 
Rev 21:26
 
en men zal de heerlijkheid en de eer der volken tot haar brengen.  
 
Rev 21:27
 
Niets dat onrein is, niemand die iets verfoeilijks doet of leugens spreekt zal haar binnentreden; alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Jude 1Revelation 201 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 Revelation 22
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards