All NT OTBook
Compare Texts
Deuteronomy 1 Joshua 23

Joshua 24:1-33

Judges 1 Judges 1

Hollands LEI

 
 
 
Jos 24:1
 
Jozua nu verzamelde al de stammen van Israel te Sichem en ontbood Israels oudsten, hoofden, rechters en ambtlieden. Toen zij zich voor God geplaatst hadden,  
 
Jos 24:2
 
zeide Jozua tot het ganse volk: Zo zegt de Heer, Israels god: Aan de overzijde der Rivier hebben uw vaderen oudtijds gewoond, Terah, de vader van Abraham en Nahor, en zij dienden andere goden.  
 
Jos 24:3
 
Maar ik nam uw vader Abraham van de overzijde der Rivier, liet hem het ganse land Kanaan doortrekken, vermenigvuldigde zijn kroost en schonk hem Izaak.  
 
Jos 24:4
 
Voorts schonk ik aan Izaak Jakob en Ezau, en gaf aan Ezau het gebergte Seir, om het in bezit te nemen, terwijl Jakob en zijn zonen naar Egypte trokken. Toen zij daar tot een groot, talrijk en machtig volk waren geworden en de Egyptenaren hen mishandelden,  
 
Jos 24:5
 
zond ik Mozes en Aaron, sloeg Egypte met de tekenen die ik in zijn midden deed, en leidde u daarna uit.  
 
Jos 24:6
 
Toen ik nu uw vaderen uit Egypte had uitgeleid en zij aan de zee waren gekomen en de Egyptenaren uw vaderen nazetten met wagens en ruiters, in de Schelfzee,  
 
Jos 24:7
 
riepen zij tot den Heer, en hij zette een dikke duisternis tussen u en de Egyptenaren en deed de zee over hen komen, zodat zij hen bedekte. Met eigen ogen hebt gij gezien, wat ik den Egyptenaren aangedaan heb. Nadat gij geruimen tijd in de woestijn hadt vertoefd,  
 
Jos 24:8
 
bracht ik u in het land der Amorieten die aan de overzijde van den Jordaan woonden; zij streden met u, en ik gaf hen in uw hand, zodat gij hun land in bezit naamt, en verdelgde hen voor u uit.  
 
Jos 24:9
 
Toen maakte Balak, de zoon van Sippor, de koning van Moab, zich op, voerde krijg met Israel en liet Bileam, den zoon van Beor, komen om u te vervloeken.  
 
Jos 24:10
 
Maar ik heb naar Bileam niet willen horen, en gezegend heeft hij u; zo heb ik u uit zijn hand gered.  
 
Jos 24:11
 
Toen gij den Jordaan overgetrokken en bij Jericho gekomen waart, voerden de burgers van Jericho krijg tegen u, de Amorieten, Perizzieten, Kanaanieten, Hittieten, Girgasjieten, Hiwwieten en Jebuzieten; maar ik gaf hen in uw hand  
 
Jos 24:12
 
en zond de horzelen voor u uit die hen voor u uit dreven, twaalf koningen der Amorieten, niet door uw zwaard noch door uw boog,  
 
Jos 24:13
 
en ik gaf u een land waaraan gij geen moeite hebt besteed, met steden die gij niet gebouwd hebt en waarin gij toch woont, wijngaarden en olijfbomen die gij niet geplant hebt en waarvan gij toch eet.  
 
Jos 24:14
 
Nu dan, vreest den Heer en dient hem onberispelijk en getrouw; doet de goden weg die uw vaderen aan de overzijde van de Rivier en in Egypte gediend hebben, en dient den Heer.  
 
Jos 24:15
 
Maar indien het u niet goeddunkt den Heer te dienen, doet dan heden een keuze, wien gij wilt dienen, of de goden die uw vaderen aan de overzijde der Rivier hebben gediend, of de goden der Amorieten in wier land gij woont. Wat mij en mijn huis aangaat, wij zullen den Heer dienen.  
 
Jos 24:16
 
Het volk antwoordde en zeide: Het zij verre van ons den Heer te verlaten, om andere goden te dienen,  
 
Jos 24:17
 
want de Heer, onze god, is het die ons en onze vaderen uit Egypteland, uit het slavenhuis, opgevoerd, die deze grote tekenen voor onze ogen gedaan en ons behoed heeft op den gansen weg dien wij afgelegd hebben, en bij al de volken door wier midden wij zijn getrokken.  
 
Jos 24:18
 
Voorts verdreef de Heer voor ons uit al de volken en de Amonieten die het land bewoonden. Ook wij zullen den Heer dienen; want hij is onze god.  
 
Jos 24:19
 
Doch Jozua zeide tot het volk: Gij zult niet bij machte zijn den Heer te dienen; want hij is een heilig god; hij is een naijverig god; hij zal uw overtredingen en uw zonden niet vergeven.  
 
Jos 24:20
 
Wanneer gij den Heer verlaat en vreemde goden dient, zo zal hij van houding veranderen, u kwaad doen en u vernietigen, nadat hij u vroeger heeft welgedaan.  
 
Jos 24:21
 
Daarop zeide het volk tot Jozua: Neen, maar den Heer zullen wij dienen.  
 
Jos 24:22
 
En Jozua zeide tot het volk: Gij zijt getuigen onder u, dat gijzelf den Heer hebt gekozen, om hem te dienen. Waarop zij zeiden: Wij zijn getuigen!  
 
Jos 24:23
 
Welnu dan, doet de vreemde goden weg die in uw midden zijn, en neigt uw hart tot den Heer, Israels god.  
 
Jos 24:24
 
Daarop zeide het volk tot Jozua: Den Heer, onzen god, zullen wij dienenen naar hem zullen wij horen.  
 
Jos 24:25
 
Toen sloot Jozua te dien dage een verbond voor het volk en gaf hun inzettingen en verordeningen, te Sichem.  
 
Jos 24:26
 
Voorts schreef hij deze woorden in het wetboek Gods, nam een groten steen en richtte dien aldaar op onder de terebint in 's Heeren heiligdom.  
 
Jos 24:27
 
Hierop zeide Jozua tot het ganse volk: Zie, deze steen zal tot een getuige onder ons zijn; want hij heeft al de woorden gehoord die de Heer tot ons gesproken heeft. Hij zal tot een getuige onder u zijn; opdat gij uw god niet verloochent.  
 
Jos 24:28
 
Daarop liet Jozua het volk gaan, een ieder naar zijn erfdeel.  
 
Jos 24:29
 
Nadezen stierf Jozua, de zoon van Nun, 's Heeren dienstknecht, in den ouderdom van honderd tien jaar;  
 
Jos 24:30
 
en men begroef hem op het grondgebied van zijn erfdeel te Timnath-serah, in het gebergte van Efraim, ten noorden van den berg Gaas.  
 
Jos 24:31
 
Israel nu diende den Heer zolang Jozua leefde en de oudsten die Jozua overleefd hebben en het ganse werk hadden leren kennen dat de Heer aan Israel gedaan had.  
 
Jos 24:32
 
Het gebeente van Jozef dat de Israelieten uit Egypte hadden medegebracht hebben zij begraven te Sichem, op het stuk land dat Jakob voor honderd goudstukken van de zonen van Hamor, Sichems vader, gekocht en aan Jozef ten erfdeel gegeven had.  
 
Jos 24:33
 
Toen ook Eleazar, de zoon van Aaron, gestorven was, begroef men hem op den heuvel van zijn zoon Pinehas, aan wien die plaats op het gebergte van Efraim gegeven was.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Deuteronomy 1Joshua 231 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 Judges 1Judges 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards