| |
Hollands LEI |  | |
 |
| |
| | Jos 16:1 | Wat de Jebuzieten die te Jeruzalem woonden aangaat, de Judeers konden hen niet verdrijven; en de Jebuzieten wonen bij de Judeers te Jeruzalem tot op dezen dag.
| |
| | Jos 16:2 | Het lot kwam uit voor de zonen van Jozef. De grens liep van den Jordaan bij Jericho, ten oosten, langs de woestijn die van Jericho het gebergte oploopt naar Bethel-Luz.
| |
| | Jos 16:3 | Verder van Bethel door het grondgebied der Arkieten naar Ataroth,
| |
| | Jos 16:4 | en westwaarts af naar het gebied der Jafletieten tot aan het gebied van Laag-Beth-horon en over Gezer, om aan de zee te eindigen.
| |
| | Jos 16:5 | De zonen van Jozef, Manasse en Efraim, kregen hun erfdeel.
| |
| | Jos 16:6 | Dit was het gebied der Efraimieten, naar hun geslachten: de grens van hun erfdeel was: Atroth-addar, in het oosten, tot Hoog-Beth-horon;
| |
| | Jos 16:7 | de westelijke grens kwam uit ten noorden van Michmethath; vervolgens liep zij in oostelijke richting naar Taanath-Sjilo, oostwaarts van daarnaar Janoah;
| |
| | Jos 16:8 | voorts van Janoah afwaarts naar Ataroth en Naarath, raakte Jericho en kwam uit bij den Jordaan.
| |
| | Jos 16:9 | Van Tappuah ging de grens westwaarts naar de beek Kana en eindigde aan zee. Dit was het erfdeel van den stam der Efraimieten, naar hun geslachten.
| |
| | Jos 16:10 | Voorts de steden die midden in het erfdeel der Manassieten voor de Efraimieten waren afgezonderd, al die steden met haar gehuchten.
| |