All NT OTBook
Compare Texts
Philemon 1 Hebrews 9

Hebrews 10:1-39

Hebrews 11 James 1

Hollands LEI

 
 
 
Hbr 10:1
 
Daar toch de wet slechts de afschaduwing der toekomstige heilsgoederen, niet het werkelijke beeld er van heeft, kan zij onmogelijk door de offers die men jaar op jaar, altijd dezelfde, brengt hen die tot God naderen tot volmaaktheid voeren.  
 
Hbr 10:2
 
Zou er anders geen eind aan dat brengen gekomen zijn, doordat de offeraars, als eensvooral gereinigd, geen bewustzijn van zonden meer hadden?  
 
Hbr 10:3
 
Integendeel ligt in die offers jaarlijks een herinnering aan zonden.  
 
Hbr 10:4
 
Het bloed van stieren en bokken kan toch onmogelijk zonden wegnemen.  
 
Hbr 10:5
 
Daarom zegt hij bij zijn komst in de wereld; offers en gaven begeert Gij niet; een lichaam hebt Gij mij toebereid;  
 
Hbr 10:6
 
in brandoffers en zondoffers hebt Gij geen welgevallen.  
 
Hbr 10:7
 
Toen zeide ik: Zie, ik kom--in de boekrol is het van mij geschreven--om uw wil, o God, te doen. --  
 
Hbr 10:8
 
Eerst zeide hij: Offers en gaven, brandoffers en zondoffers begeert Gij niet en daarin hebt Gij geen welgevallen--dat zijn de offers die volgens de wet gebracht worden--  
 
Hbr 10:9
 
en daarna zeide hij: Zie, ik kom om uw wil te doen. Zo stelt hij het eerste ter zijde om aan het tweede plaats te geven.  
 
Hbr 10:10
 
Op grond van dien wil zijn wij eensvooral geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus.  
 
Hbr 10:11
 
Ook staat elke priester dag aan dag zijn dienst te verrichten en dezelfde offers meermalen op te dragen--die toch nooit de zonden kunnen wegnemen;  
 
Hbr 10:12
 
maar hij heeft, na een enkel offer voor de zonden gebracht te hebben, voor altijd plaats genomen aan de rechterhand Gods,  
 
Hbr 10:13
 
verder afwachtend dat zijn vijanden zullen gelegd worden als een voetbank onder zijn voeten.  
 
Hbr 10:14
 
Want hij heeft met dat ene offer voor altijd hen die geheiligd worden tot volkomenheid gevoerd.  
 
Hbr 10:15
 
Dit getuigt ons ook de Heilige Geest;  
 
Hbr 10:16
 
want nadat Hij gezegd heeft: Dit is het verbond dat Ik nadezen hun zal beschikken, spreekt de Heer: Ik geef mijn wetten in hun hart en zal ze hun inprenten--  
 
Hbr 10:17
 
zegt Hij: aan hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer denken. --  
 
Hbr 10:18
 
Welnu, waar deze vergeven zijn wordt geen offer voor de zonden meer gebracht.  
 
Hbr 10:19
 
Daar wij dus, broeders, door het bloed van Jezus de vrijmoedigheid hebben om het heiligdom binnen te treden  
 
Hbr 10:20
 
--hij heeft immers voor ons een nieuwen, levenden weg gebaand door het voorhangsel, dat is zijn vlees, --  
 
Hbr 10:21
 
en wij in hem een groten priester over het huis Gods hebben,  
 
Hbr 10:22
 
laat ons met een oprecht hart toetreden in volle verzekerdheid des geloofs, omdat onze harten door besprenging bevrijd zijn van een boos geweten en onze lichamen met rein water zijn gewassen.  
 
Hbr 10:23
 
Laat ons vasthouden aan de onwankelbare belijdenis der hoop; want Hij die de belofte heeft geschonken is getrouw;  
 
Hbr 10:24
 
en laat ons op elkander achtgeven, elkander aansporend tot liefde en goede werken,  
 
Hbr 10:25
 
uw samenkomsten niet verzuimend--zooals sommigen plegen te doen--maar elkander vermanend, te meer naarmate gij ziet dat de grote dag nadert.  
 
Hbr 10:26
 
Want indien wij na tot inzicht in de waarheid gekomen te zijn moedwillig zondigen, blijft er geen offer voor de zonden over,  
 
Hbr 10:27
 
maar een vreselijke verwachting van oordeel en van een vuurgloed die de weerspannigen zal verteren.  
 
Hbr 10:28
 
Minacht iemand de wet van Mozes, dan sterft hij zonder erbarmen op het woord van twee of drie getuigen;  
 
Hbr 10:29
 
hoeveel te zwaarder straf meent gij dat hij verdient die den Zoon Gods vertreedt en het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd is, geringacht, en den geest der genade tart?  
 
Hbr 10:30
 
Wij weten toch hoe Hij gezegd heeft: Mij behoort de wraak: Ik zal het vergelden--en elders: De Heer zal zijn volk oordelen. --  
 
Hbr 10:31
 
Het is vreselijk in de handen van den levenden God te vallen.  
 
Hbr 10:32
 
Denkt aan den verleden tijd, waarin gij na verlicht te zijn veel lijden en strijd hebt doorstaan,  
 
Hbr 10:33
 
deels zelf een toonbeeld van smaad en verdrukking, deels omdat gij gemeenschap hadt met hen wien het zo verging.  
 
Hbr 10:34
 
Want gij leedt mee met de gevangenen en hebt met vreugde verdragen dat gij van uw goederen beroofd werdt, daar gij wist zelf een betere en blijvende bezitting te hebben.  
 
Hbr 10:35
 
Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een groot loon meebrengt.  
 
Hbr 10:36
 
Want volharding hebt gij nodig om door den wil van God te volbrengen het beloofde te verkrijgen.  
 
Hbr 10:37
 
Immers, nog een korte wijle, en Hij die komt zal er zijn en niet uitblijven;  
 
Hbr 10:38
 
mijn rechtschapene zal door het geloof leven, en indien hij uit vrees terugtreedt, heeft mijn ziel geen welgevallen in hem.  
 
Hbr 10:39
 
Maar onze zaak is niet: terugtreden, dat tot verderf voert, maar: geloven, waardoor men het leven erlangt.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Philemon 1Hebrews 91 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Hebrews 11James 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards