All NT OTBook
Compare Texts
Philippians 1 Colossians 2

Colossians 3:1-25

Colossians 4 1 Thessalonians 1

Hollands LEI

 
 
 
Col 3:1
 
Indien gij dan met Christus zijt opgewekt, zoekt dan naar wat hierboven is, waar Christus is, aan Gods rechterhand gezeten;  
 
Col 3:2
 
bedenkt hetgeen hierboven is en niet het aardse.  
 
Col 3:3
 
Want gij zijt gestorven; uw leven is met Christus in God verborgen,  
 
Col 3:4
 
en wanneer Christus, die ons leven is, openbaar wordt, dan zult ook gij met hem in heerlijkheid openbaar worden.  
 
Col 3:5
 
Doodt dan de aardse leden; hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht--die afgoderij is.  
 
Col 3:6
 
Dat alles doet Gods toorn komen.  
 
Col 3:7
 
Ook gij verkeerdet voorheen daarin, toen gij er in leefdet.  
 
Col 3:8
 
Maar thans hebt ook gij dat alles verwijderd; toorn, gramschap, boosheid, en uit uw mond smalende en schandelijke taal.  
 
Col 3:9
 
Liegt niet tegen elkander; daar gij den ouden mens met zijn gedragingen afgelegd  
 
Col 3:10
 
en den nieuwen mens aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot inzicht, naar het beeld van zijn Schepper.  
 
Col 3:11
 
Dan is er geen Griek of Jood, besneden of onbesneden zijn, barbaar, Scyth, slaaf, vrije, maar Christus is alles in allen.  
 
Col 3:12
 
Bekleedt u dan, als Gods uitverkoren heiligen en geliefden, met hartelijke ontferming goedertierenheid, ootmoed, zachtmoedigheid geduld.  
 
Col 3:13
 
Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen den ander een grieve heeft. Zoals de Heer ons vergeven heeft, zo moeten ook wij doen.  
 
Col 3:14
 
Voegt bij dat alles de liefde, die de band is der volmaking.  
 
Col 3:15
 
En de vrede van Christus heersche in uw harten; want daartoe zijt gij als delen van een lichaam geroepen. En weest dankbaar.  
 
Col 3:16
 
Christus' woord wone overvloedig in u; leert en vermaant elkander met alle wijsheid en zingt liefelijk in uw hart, God ter eer, psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.  
 
Col 3:17
 
En alwat gij doet, in woord of werk, doet alles met aanroeping van den naam van den Heer Jezus, God den Vader door zijn bemiddeling dankend.  
 
Col 3:18
 
Vrouwen, weest aan uw mannen onderdanig, zoals het in des Heeren gemeenschap betaamt.  
 
Col 3:19
 
Mannen, hebt uw vrouwen lief en weest niet ruw tegen haar.  
 
Col 3:20
 
Kinderen, weest uw ouders in alles gehoorzaam; want dat is in den Heer welbehaaglijk;  
 
Col 3:21
 
Vaders, vit niet op uw kinderen; anders worden zij moedeloos.  
 
Col 3:22
 
Slaven, weest in alles uw aardsen meesters gehoorzaam niet in ogendienst, als zij die mensen willen behagen, maar in eenvoudigheid des harten, uit ontzag voor den Heer.  
 
Col 3:23
 
Wat gij ook doet, werkt van harte, als voor den Heer, niet voor mensen;  
 
Col 3:24
 
daar gij weet als vergelding het erfdeel te zullen ontvangen. Weest slaven van den Heer Christus.  
 
Col 3:25
 
Want wie onrecht doet zal het loon voor zijn onrecht te dragen hebben. Er is geen aanneming des persoons.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Philippians 1Colossians 21 2 3 4 Colossians 41 Thessalonians 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards