All NT OTBook
Compare Texts
Numbers 1 Deuteronomy 4

Deuteronomy 5:1-33

Deuteronomy 6 Joshua 1

Hollands LEI

 
 
 
Deu 5:1
 
Mozes riep gans Israel samen en zeide tot hen: Hoor, Israel, de inzettingen en verordeningen die ik heden ten aanhoren van u ga afkondigen; gij moet ze leren en zorgen ze te betrachten.  
 
Deu 5:2
 
De Heer, onze god, heeft met ons een verbond op den Horeb gesloten:  
 
Deu 5:3
 
niet met onze vaderen, maar met ons heeft de Heer dat verbond gesloten, met ons die hier heden allen in leven zijn.  
 
Deu 5:4
 
Van aangezicht tot aangezicht heeft de Heer op den berg midden uit het vuur met u gesproken--  
 
Deu 5:5
 
ik stond te dier tijd tussen den Heer en u in, om u dus Heeren woorden te verkondigen; want gij waart bevreesd voor het vuur en beklomt den berg niet--aldus:  
 
Deu 5:6
 
Ik, de Heer, ben uw god, die u uit Egypteland, uit het slavenhuis, heb uitgeleid.  
 
Deu 5:7
 
Gij zult geen andere goden nevens mij hebben;  
 
Deu 5:8
 
gij zult u geen beeld maken in de gedaante van iets dat aan den hemel daar boven, of op de aarde hier beneden, of in het water onder de aarde is;  
 
Deu 5:9
 
gij zult ze niet aanbidden of dienen want ik, de Heer, uw god, ben een naijverig god; ik verhaal de schuld der vaderen op de kinderen, en op het derde en vierde geslacht mijner haters  
 
Deu 5:10
 
maar betoon gunst aan duizenden van wie Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.  
 
Deu 5:11
 
Gij zult den naam van den Heer, uw god, niet misbruiken; want de Heer zal niet ongestraft laten wie zijn naam misbruikt.  
 
Deu 5:12
 
Onderhoud den sabbat, dat gij dien heiligt, zoals de Heer, uw god, u heeft geboden:  
 
Deu 5:13
 
zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk verrichten,  
 
Deu 5:14
 
maar de zevende dag is rustdag ter ere van den Heer, uw god; dan zult gij generlei werk verrichten, gij, noch uw zoon of dochter, noch uw slaaf of slavin, noch uw rund of ezel of enig vee, noch de vreemde die bij u in uw steden woont; opdat uw slaaf en slavin rust hebben evenals gij.  
 
Deu 5:15
 
Gedenk dat gij slaaf zijt geweest in Egypteland en de Heer, uw god, u van daar met sterke hand en uitgestrekten arm heeft uitgeleid; daarom heeft de Heer, uw god, u geboden den sabbatdag te vieren.  
 
Deu 5:16
 
Eer uw vader en uw moeder, zoals de Heer, uw god, u geboden heeft; opdat gij lang gevestigd blijft en het u welga op den bodem dien de Heer, uw god, u geeft.  
 
Deu 5:17
 
Gij zult niet doden;  
 
Deu 5:18
 
noch overspel doen;  
 
Deu 5:19
 
noch stelen;  
 
Deu 5:20
 
noch een vals getuigenis afleggen tegen uw naaste;  
 
Deu 5:21
 
noch begeren uws naasten vrouw, of haken naar uws naasten huis, naar zijn akker, zijn slaaf of slavin, zijn rund of ezel, of naar iets dat uws naasten is.  
 
Deu 5:22
 
Deze woorden heeft de Heer tot uw ganse vergadering, op den berg, midden uit het vuur, de wolk en de donkerheid, met luider stem gesproken, en niets meer; daarna schreef hij ze op twee stenen tafelen en gaf ze mij.  
 
Deu 5:23
 
Maar toen gij de stem midden uit de duisternis hoordet, terwijl de berg brandde, naderdet gij tot mij, al uw stamhoofden en oudsten,  
 
Deu 5:24
 
en zeidet: Zie, de Heer, onze god, heeft ons zijn heerlijkheid en grootheid laten zien, en zijn stem hebben wij midden uit het vuur gehoord; heden hebben wij gezien dat God met den mens spreekt terwijl deze in leven blijft.  
 
Deu 5:25
 
Nu dan, waarom zouden wij sterven? Want dat grote vuur zal ons verteren; indien wij nog langer de stem van den Heer, onzen god, horen, dan besterven wij het;  
 
Deu 5:26
 
immers, welk sterveling heeft ooit midden uit het vuur de stem van den levenden God horen spreken, zoals wij, en is in leven gebleven?  
 
Deu 5:27
 
Treed gij nader en hoor alwat de Heer, onze god, zal zeggen, en zeg gij dan tot ons alwat de Heer, onze god, tot u zegt; dan zullen wij het horen en doen.  
 
Deu 5:28
 
Toen nu de Heer, terwijl gij tot mij spraakt, uw woorden hoorde, zeide hij tot mij: Ik heb de woorden gehoord die dit volk tot u gesproken heeft; zij hebben alleszins goed gesproken.  
 
Deu 5:29
 
Och of zij te allen tijde deze gezindheid hadden, mij te vrezen en al mijn geboden te onderhouden, opdat het hun en hun kinderen tot in eeuwigheid welging!  
 
Deu 5:30
 
Ga hun zeggen: Keert terug naar uw tenten!  
 
Deu 5:31
 
Maar gij, kom hier bij mij staan; opdat ik u mededele al de geboden, inzettingen en verordeningen welke gij hun moet leren en zij moeten betrachten in het land dat ik hun in bezit zal geven.  
 
Deu 5:32
 
Komt dan nauwgezet na hetgeen de Heer, uw god, u geboden heeft; wijkt niet af ter rechter zij of ter linkerzij:  
 
Deu 5:33
 
den gansen weg dien de Heer, uw god, u heeft voorgeschreven zult gij volgen; opdat gij moogt leven en gelukkig zijn en lang gevestigd blijven in het land dat gij in bezit zult nemen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Numbers 1Deuteronomy 41 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 Deuteronomy 6Joshua 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards