All NT OTBook
Compare Texts
Numbers 1 Deuteronomy 20

Deuteronomy 21:1-23

Deuteronomy 22 Joshua 1

Hollands LEI

 
 
 
Deu 21:1
 
Wanneer men in het land dat de Heer, uw god, u in bezit geeft een verslagene op het veld vindt liggen, zonderdat bekend is wie hem omgebracht heeft,  
 
Deu 21:2
 
dan zullen uw oudsten en rechters uitgaan en den afstand meten van den verslagene tot de steden in den omtrek.  
 
Deu 21:3
 
En dan zullen de oudsten van de stad die het dichtst bij den verslagene is een vaars nemen waarmede nog niet gearbeid is en die nog niet met het juk getrokken heeft;  
 
Deu 21:4
 
de oudsten dier stad zullen de vaars brengen in een dal met altijd stromend water waar niet gearbeid en niet gezaaid wordt, en daar in het dal de vaars den nek breken.  
 
Deu 21:5
 
Daarop zullen de priesters, zonen van Levi, toetreden; want hen heeft de Heer, uw god, uitgekozen om hem te dienen en met den naam des Heeren te zegenen, en volgens hun uitspraak moet elk geding van twist en van verwonding worden beslecht.  
 
Deu 21:6
 
Al de oudsten nu van die stad die het dichtst bij den verslagene ligt, zullen boven de vaars waarvan in het dal de nek is gebroken hun handen wassen,  
 
Deu 21:7
 
en dan aanheffen en zeggen: Onze handen hebben dit bloed niet vergoten, en onze ogen hebben het niet gezien.  
 
Deu 21:8
 
Verzoen de schuld van uw volk Israel, dat gij, de Heer, hebt losgekocht; laat geen onschuldig bloed rusten op uw volk Israel, en worde hun verzoening van de bloedschuld verleend. --  
 
Deu 21:9
 
En gij zult het onschuldig bloed uit uw midden delgen, wanneer gij doet wat recht is in het oog des Heeren.  
 
Deu 21:10
 
Wanneer gij uittrekt ten oorlog tegen uw vijanden, en de Heer, uw god, geeft hen in uw hand en gij maakt van hen krijgsgevangenen;  
 
Deu 21:11
 
ziet gij dan onder de krijgsgevangenen een vrouw van een schone gestalte voor wie gij liefde opvat en die gij tot vrouw wilt nemen,  
 
Deu 21:12
 
zo zult gij haar in uw huis brengen, waar zij haar hoofd kaal schere, haar nagels knippe,  
 
Deu 21:13
 
en het kleed dat zij als krijgsgevangene droeg aflegge; dan blijve zij in uw huis een maand lang en beweene haar vader en moeder. Daarna moogt gij tot haar komen en haar huwen, en zal zij u tot vrouw zijn.  
 
Deu 21:14
 
Indien gij straks geen behagen meer in haar hebt, zult gij haar laten gaan waarheen zij wil; maar haar voor geld verkopen moogt gij niet; gij moogt haar niet als een rechtloze behandelen, dewijl gij haar onteerd hebt.  
 
Deu 21:15
 
Wanneer iemand twee vrouwen heeft, de ene geliefd en de andere niet geliefd, en zij baren hem zonen, zowel de geliefde als de niet geliefde, en de eerstgeboren zoon is van de niet geliefde,  
 
Deu 21:16
 
dan is het hem niet geoorloofd, wanneer hij zijn bezittingen aan zijn zonen toewijst, den zoon der geliefde vrouw het deel des eerstgeborenen te geven, met voorbijgang van den zoon der niet geliefde, die de eerstgeborene is;  
 
Deu 21:17
 
maar den eerstgeborene, den zoon der niet geliefde vrouw, moet hij erkennen, door hem van alwat hem toebehoort een dubbel deel te geven; want hij is de eersteling zijner sterkte, hem komt het recht der eerstgeboorte toe.  
 
Deu 21:18
 
Wanneer iemand een onhandelbaren, weerspannigen zoon heeft, die niet luistert naar zijn vader en moeder, en zij tuchtigen hem, maar hij luistert nog niet naar hen,  
 
Deu 21:19
 
dan zullen zijn vader en zijn moeder hem aangrijpen en tot de oudsten zijner stad brengen, naar de poort zijner woonplaats;  
 
Deu 21:20
 
en zij zullen tot de oudsten zijner stad zeggen: Onze zoon hier is onhandelbaar en weerspannig; hij luistert niet naar ons; hij is een brasser en dronkaard  
 
Deu 21:21
 
dan zullen alle lieden zijner stad hem stenigen, dat hij sterft. Zo zult gij het kwaad uit uw midden uitroeien, en gans Israel zal het horen en vrezen.  
 
Deu 21:22
 
Wanneer iemand een misdrijf pleegt waarop de doodstraf staat, en hij wordt ter dood gebracht, en gij hangt hem op aan een paal,  
 
Deu 21:23
 
dan zal zijn lijk niet den nacht over aan den paal blijven, maar moet gij hem stellig nog dien dag begraven; want een gehangene is van God vervloekt, en gij moogt uw land dat de Heer, uw god, u ten erve geeft niet verontreinigen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Numbers 1Deuteronomy 201 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 Deuteronomy 22Joshua 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards