All NT OTBook
Compare Texts
Numbers 1 Deuteronomy 12

Deuteronomy 13:1-18

Deuteronomy 14 Joshua 1

Hollands LEI

 
 
 
Deu 13:1
 
Wanneer in uw midden een profeet of iemand die dromen heeft opstaaten u een teken of wonder stelt,  
 
Deu 13:2
 
en het teken of wonder komt uit waarop hij zich bij u beroepen heeft, en hij zegt: Laat ons andere goden volgen, die gij niet hebt leren kennen, en laat ons hen dienen--  
 
Deu 13:3
 
dan zult gij naar de woorden van dien profeet of naar dien dromer niet luisteren; want de Heer, uw god stelt u op de proef, om te weten of gij werkelijk den Heer, uw god, met uw ganse hart en met uw ganse ziel liefhebt.  
 
Deu 13:4
 
Den Heer, uw god, zult gij volgen, hem vrezen, naar hem horen en hem aanhangen.  
 
Deu 13:5
 
En die profeet of die man die dromen heeft moet ter dood gebracht worden, daar hij afval heeft gepredikt van den Heer, uw god, die u uit Egypteland leidde en uit het slavenhuis loskocht, door u af te drijven van den weg dien de Heer, uw god, u geboden heeft te bewandelen. Zo zult gij het kwaad uit uw midden uitroeien.  
 
Deu 13:6
 
Wanneer uw broeder, de zoon van uw vader of van uw moeder, of uw zoon of dochter, of uw echtvriendin, of uw boezemvriend in het geheim u aanzet, zeggende: Laat ons andere goden gaan dienen, goden die gij noch uw vaderen hebt leren kennen,  
 
Deu 13:7
 
van de goden der volken die rondom u, hetzij dicht bij of verre van u wonen, van het ene tot het andere einde der aarde--dan zult gij hem niet ter wille zijn noch naar hem horen;  
 
Deu 13:8
 
gij zult hem verschoonen noch sparen, het niet stilhouden,  
 
Deu 13:9
 
maar hem zeker doden; uw hand zal het eerst tegen hem zijn om hem ter dood te brengen, en de hand van het ganse volk daarna;  
 
Deu 13:10
 
en gij zult hem stenigen, dat hij sterft; omdat hij getracht heeft u af te drijven van den Heer, uw god, die u uit Egypteland, uit het slavenhuis heeft uitgeleid.  
 
Deu 13:11
 
En geheel Israel zal het horen en vrezen, en men zal zulk een kwaad niet meer in uw midden doen.  
 
Deu 13:12
 
Wanneer gij van een uwer steden, die de Heer, uw god, u geeft om er te wonen, het volgende hoort:  
 
Deu 13:13
 
Er zijn deugnieten uit uw midden opgekomen die de bewoners hunner stad verleid hebben met deze woorden: Laat ons andere goden gaan dienen, goden die gij niet hebt leren kennen--  
 
Deu 13:14
 
zo zult gij nauwgezet onderzoeken, navorschen en ondervragen; en is het waarheid staat de zaak vast, is dit afschuwelijk stuk in uw midden bedreven,  
 
Deu 13:15
 
zo zult gij de inwoners dier stad met het scherp des zwaards slaan, haar en alwat in haar is met den banvloek treffende:  
 
Deu 13:16
 
al haar buit zult gij midden op het plein bijeenbrengen, en dan de stad met al haar buit verbranden ten aloffer voor den Heer, uw god; en zij zal voor eeuwig een steenhoop zijn, zij mag niet weder opgebouwd worden.  
 
Deu 13:17
 
Niet het geringste van het met den banvloek getroffene blijve aan uw hand hangen; opdat de Heer zijn gloeienden toorn late varen en u barmhartigheid bewijze, zich uwer erbarme en u vermenigvuldige, zoals hij uw vaderen onder eede beloofd heeft;  
 
Deu 13:18
 
als gij hoort naar den Heer, uw god, al zijn geboden die ik u heden gebied onderhoudt, doende wat recht is in het oog van den Heer, uw god.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Numbers 1Deuteronomy 121 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 Deuteronomy 14Joshua 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards