All NT OTBook
Compare Texts
1 Corinthians 1 2 Corinthians 5

2 Corinthians 6:1-18

2 Corinthians 7 Galatians 1

Hollands LEI

 
 
 
2Cr 6:1
 
Daaraan werken wij mee, en wij vermanen u te zorgen niet vruchteloos Gods genade ontvangen te hebben.  
 
2Cr 6:2
 
Want Hij zegt: In den tijd des welgevallens heb Ik u verhoord, en op den dag des heils heb Ik u geholpen. --Zie, nu is het de tijd des welgevallens; zie, nu is het de dag des heils.  
 
2Cr 6:3
 
Wij geven in genen dele enigen aanstoot; opdat aan de bediening geen smet aangewreven worde;  
 
2Cr 6:4
 
neen, in alles bevelen wij als Gods dienaren ons aan onder velerlei geduldsoefening, verdrukking, nood, benauwdheid,  
 
2Cr 6:5
 
slagen, gevangenschappen, onrust, gezwoeg, nachtwaken, vasten;  
 
2Cr 6:6
 
door een reinen wandel, kennis, lankmoedigheid, vriendelijkheid, heiligen geest, ongeveinsde liefde,  
 
2Cr 6:7
 
door prediking der waarheid, door kracht Gods, met de wapenen waarmee voor de gerechtigheid wordt gestreden, wapenen van aanval en van verdediging,  
 
2Cr 6:8
 
temidden van eer en schande, van blaam en lof, tegelijk als bedriegers en waarachtigen;  
 
2Cr 6:9
 
onbekend en welbekend, als stervenden--zie, wij leven, als getuchtigden en niet gedood,  
 
2Cr 6:10
 
als bedroefden die altijd zich verheugen, als armen die velen rijk maken, als mensen die niets hebben en alles bezitten.  
 
2Cr 6:11
 
Ja, Korinthiers, wij hebben onzen mond voor u opengedaan, ons hart is ruim geworden;  
 
2Cr 6:12
 
gij hebt geen enge plaats in ons, maar zijt zelf enghartig.  
 
2Cr 6:13
 
Nu is het uw beurt, ik spreek als tot kinderen, maakt ook gij ruimte in uw hart.  
 
2Cr 6:14
 
Gaat niet met ongelovigen in een gespan; want welke gemeenschap is er tussen de gerechtigheid en de ongerechtigheid? Wat heeft het licht met de duisternis uitstaande?  
 
2Cr 6:15
 
Welke overeenkomst is er tussen Christus en Belial? Of wat heeft de gelovige met den ongelovige gemeen?  
 
2Cr 6:16
 
Hoe past de tempel Gods bij afgoden? Wij immers zijn een tempel van den levenden God; zoals God zegt: Ik zal onder hen wonen en verkeren; Ik zal hun God zijn, en zij zullen mijn volk wezen.  
 
2Cr 6:17
 
Gaat daarom uit hun midden weg weg en zondert u af, zegt de Heer; raakt niets onreins aan, en Ik zal u aannemen  
 
2Cr 6:18
 
en u tot een Vader zijn, terwijl gij Mij tot zonen en dochteren zult wezen, zegt de Heer, de Almachtige.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
1 Corinthians 12 Corinthians 51 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 2 Corinthians 7Galatians 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards