All NT OTBook
Compare Texts
Acts 1 Romans 10

Romans 11:1-36

Romans 12 1 Corinthians 1

Hollands LEI

 
 
 
Rom 11:1
 
Dus zeg ik: God heeft toch niet zijn volk verstoten? Volstrekt niet. Immers, ik ben zelf een Israeliet, uit Abrahams zaad, uit den stam Benjamin.  
 
Rom 11:2
 
Neen, God heeft zijn volk, dat Hij uitverkoren heeft, niet verstoten. Gij weet immers, dat de Schrift in de Eliageschiedenis zegt, wanneer hij bij God over Israel klaagt:  
 
Rom 11:3
 
Heer, zij hebben uw profeten gedood, uw altaren verwoest; ik alleen ben overgebleven, en zij staan mij naar het leven.  
 
Rom 11:4
 
Wat zegt ten antwoord de godsspraak tot hem: Ik heb voor Mij zevenduizend overgelaten, die de knie niet voor den afgod gebogen hebben.  
 
Rom 11:5
 
Eveneens is dus ook nu een overschot bewaard gebleven, naar genade uitverkoren;  
 
Rom 11:6
 
en indien naar genade, dan niet naar verdienste; want anders zou de genade geen genade meer zijn.  
 
Rom 11:7
 
Dus--wat Israel heeft gezocht heeft Israel niet verkregen, maar de uitverkorenen uit hen hebben het verkregen; de overigen zijn verhard;  
 
Rom 11:8
 
zoals geschreven staat: God heeft hun een geest der verdoving gegeven, ogen die niet zien en oren die niet horen kunnen, tot den dag van heden toe.  
 
Rom 11:9
 
Ook zegt David: Hun tafel zij hun een strik, een val, een struikelblok en straf;  
 
Rom 11:10
 
mogen hun ogen verduisterd worden, zodat zij niet zien, en krom hun rug altijd.  
 
Rom 11:11
 
Ik zeg dan: Zij zijn toch niet gestruikeld, opdat zij zouden vallen? Dat niet. Maar door hun val is de redding het deel der heidenen geworden om hen naijverig te maken.  
 
Rom 11:12
 
Welnu, indien hun val de wereld rijk heeft gemaakt, hun onvoltalligheid de heidenen, hoeveel te meer zal hun voltalligheid zegen aanbrengen.  
 
Rom 11:13
 
En nu, een woord tot u, heidenen: juist omdat ik heidenapostel ben, houd ik mijn ambt hoog,  
 
Rom 11:14
 
in de hoop mijn volksgenoten naijverig te maken en enigen uit hen te behouden.  
 
Rom 11:15
 
Want indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal dan hun aanneming minder zijn dan een opleven uit de doden?  
 
Rom 11:16
 
Immers, indien de eerstelingen heilig zijn, dan is ook het deeg heilig; is de wortel heilig, dan ook de takken.  
 
Rom 11:17
 
Indien nu enige takken zijn afgebroken en gij, loten van een wilden olijfboom, op de plaats daarvan zijt geent en zo deel hebt gekregen aan den wortel der vetheid van den olijfboom,  
 
Rom 11:18
 
dan moet gij u niet beroemen tegenover die takken. Indien gij dit gaat doen, bedenkt dan: Gij draagt den wortel niet, de wortel draagt u.  
 
Rom 11:19
 
Gij zult dan zeggen: Die takken zijn afgebroken, opdat ik zou geent worden. Het zij zo!  
 
Rom 11:20
 
Zij zijn afgebroken om hun ongeloof, en gij staat door het geloof. Denkt over uzelf niet te hoog, maar vreest.  
 
Rom 11:21
 
Want indien God de echte takken niet gespaard heeft, dan zal Hij ook u niet sparen.  
 
Rom 11:22
 
Let dan op de goedertierenheid en de gestrengheid van God: over de gevallenen de gestrengheid, over u de goedertierenheid Gods, indien gij althans bij die goedertierenheid volhardend blijft; anders zult ook gij worden afgehouwen.  
 
Rom 11:23
 
En die anderen, indien zij niet volharden in hun ongeloof, zullen weer geent worden; want God is machtig om hen weer in den stam te enten.  
 
Rom 11:24
 
Indien toch gij afgehouwen zijt van een boom die van nature een wilde olijfboom is, en tegen uw natuur zijt geent op een tammen olijfboom, hoeveel te eer zullen zij die van nature er toe behoren geent worden op hun eigen olijfboom!  
 
Rom 11:25
 
Daarom wil ik niet, broeders, dat gij onbekend zijt met dit heilsgeheim--opdat gij niet eigenwijs moogt zijn--dat de verharding over een deel van Israel gekomen is, totdat de ganse heidenwereld zal zijn toegetreden,  
 
Rom 11:26
 
en zo zal geheel Israel gered worden. Gelijk geschreven staat: Uit Sion zal komen de redder; hij zal de goddeloosheden uit Jakob wegdoen.  
 
Rom 11:27
 
En hierin bestaat het verbond met hen van mijnentwege: dat Ik hun zonden vergeef.  
 
Rom 11:28
 
Zij zijn wel door hun verhouding tot de Blijmare vijanden om uwentwil, maar volgens de uitverkiezing zijn zij beminden om de aartsvaders;  
 
Rom 11:29
 
want God heeft nooit berouw over zijn genadegaven en roeping.  
 
Rom 11:30
 
Immers, zoals gij weleer aan God ongehoorzaam waart, maar nu ontferming hebt gevonden door hun ongehoorzaamheid,  
 
Rom 11:31
 
zo zijn zij thans ongehoorzaam geworden door de u bewezen ontferming; opdat ook zij die ontferming nu mogen genieten.  
 
Rom 11:32
 
Want God heeft allen zo gevangen gehouden, dat zij ongehoorzaam zouden zijn om zich over allen te ontfermen.  
 
Rom 11:33
 
O diepte van rijkdom en wijsheid en kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn gerichten hoe onnaspeurlijk zijn wegen!  
 
Rom 11:34
 
Want wie heeft den zin des Heeren gekend of wie is zijn raadsman geweest?  
 
Rom 11:35
 
Of wie heeft Hem iets gegeven, zodat het Hem zou moeten vergolden worden?  
 
Rom 11:36
 
Want uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem de ere tot in eeuwigheid! Amen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Acts 1Romans 101 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Romans 121 Corinthians 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards