All NT OTBook
Compare Texts
Acts 1 Acts 28

Romans 1:1-32

Romans 2 1 Corinthians 1

Hollands LEI

 
 
 
Rom 1:1
 
Paulus, een dienstknecht van Christus Jezus, een geroepen apostel, uitverkoren om Gods blijmare te brengen  
 
Rom 1:2
 
de blijmare die Hij tevoren door zijn profeten in de Heilige Schriften heeft aangekondigd  
 
Rom 1:3
 
over zijn Zoon, die naar zijn vleselijke afkomst uit het zaad van David was gesproten  
 
Rom 1:4
 
en naar zijn heilig geestelijk wezen door Gods kracht bestemd was Gods Zoon te zijn door zijn opstanding uit de doden, Jezus Christus, onzen Heer,  
 
Rom 1:5
 
door wien wij ontvangen hebben genade en het apostelschap om de gehoorzaamheid aan het geloof, tot eer van zijn naam, onder alle volken te brengen;  
 
Rom 1:6
 
waartoe ook gij, geroepenen van Jezus Christus, behoort  
 
Rom 1:7
 
aan alle beminden Gods te Rome, geroepen heiligen, genade en vrede zij uw deel, van God, onzen Vader, en den Heer Jezus Christus.  
 
Rom 1:8
 
Voor alles breng ik mijn God door Jezus Christus dank dat van uw aller geloof in de gehele wereld gesproken wordt.  
 
Rom 1:9
 
Want God, dien ik met mijn geest dien door de Blijde boodschap over zijn Zoon te verkondigen, is mijn getuige dat ik onverdroten altijd in mijn gebeden uwer gedenk,  
 
Rom 1:10
 
smekend dat het mij eenmaal nog gegeven worde naar den wil van God tot u te komen.  
 
Rom 1:11
 
Want ik verlang zeer u te zien om u enige geestelijke gaven tot uw versterking mee te delen  
 
Rom 1:12
 
dat wil zeggen dat ik in uw midden mee een geestelijke opwekking hoop te ontvangen door het wederzijds geloof, het uwe en het mijne.  
 
Rom 1:13
 
Gij moet wel weten, broeders, dat ik reeds dikwijls het voornemen heb gehad u te bezoeken ik ben daarin echter tot nog toe verhinderd om enige vruchten van mijn arbeid onder u te plukken, evenals onder de overige volken.  
 
Rom 1:14
 
Mijn plicht strekt zich uit tot Grieken en niet--Grieken, tot geleerden en ongeleerden.  
 
Rom 1:15
 
Daarom voel ik mij gedrongen ook u die te Rome woont de Blijde boodschap te brengen.  
 
Rom 1:16
 
Want ik schaam mij niet voor haar; zij toch is een kracht Gods tot redding voor ieder die gelooft, eerst den Jood, dan den heiden.  
 
Rom 1:17
 
Want door haar wordt de gerechtigheid die door God wordt gegeven aan het licht gebracht; zij ontstaat uit geloof en leidt tot geloof. Zoals geschreven staat: De rechtschapene zal door geloof het leven behouden.  
 
Rom 1:18
 
Gods toorn toch komt uit den hemel aan den dag over al de goddeloosheid en ongerechtigheid der mensen die de waarheid door ongerechtigheid onderdrukken.  
 
Rom 1:19
 
Immers, hetgeen van God geweten kan worden is onder hen openbaar; want God heeft het hun geopenbaard.  
 
Rom 1:20
 
Of worden niet zijn onzichtbaar wezen, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid van de schepping der wereld af in het geschapene met het verstand doorzien? Dus zijn zij niet te verontschuldigen.  
 
Rom 1:21
 
Want, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God geeerd of gedankt, maar zijn door hun bespiegelingen onzinnig geworden; hun onverstandig hart is in duisternis verzonken;  
 
Rom 1:22
 
bewerend wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden  
 
Rom 1:23
 
en hebben zij de majesteit van den onverderfelijken God verruild met iets dat gelijkt op een sterfelijk mens, een vogel, een viervoetig of een kruipend dier.  
 
Rom 1:24
 
Daarom heeft God hen naar den lust van hun hart aan onreinheid overgegeven, opdat zij onderling hun lichamen zouden bezoedelen:  
 
Rom 1:25
 
de goddelijke waarheid hebben zij vervangen door leugen, het schepsel geeerd en gediend in plaats van den Schepper die geloofd zij tot in eeuwigheid! Amen.  
 
Rom 1:26
 
Om die reden heeft God hen overgegeven aan schandelijke hartstochten; want de vrouwen hebben de natuurlijke handelingen door onnatuurlijke vervangen;  
 
Rom 1:27
 
desgelijks zijn de mannen, den natuurlijken omgang met de vrouw latende varen, in lust voor elkander ontbrand: mannen plegen met mannen ontucht en krijgen zo in zichzelf het loon van hun afdwaling.  
 
Rom 1:28
 
Daar zij het versmaad hebben de kennis van God te bewaren, heeft God hen overgegeven aan de dwaasheid onbetamelijke dingen te doen,  
 
Rom 1:29
 
opgevuld als zij zijn met allerlei ongerechtigheid, slechtheid, inhaligheid, boosheid, vol nijd, moord, tweedracht, list, gemeenheid:  
 
Rom 1:30
 
het zijn oorblazers, achterklappers, Godhaters, geweldenaars, verwatenen, pralers, uitvinders van slechte dingen; zij zijn ongehoorzaam aan hun ouders,  
 
Rom 1:31
 
dwaas, onbetrouwbaar, harteloos, onbarmhartig.  
 
Rom 1:32
 
Hoewel zij Gods oordeel kennen, dat zij die zulke dingen doen doodschuldig zijn, doen zij ze niet alleen, maar prijzen ook hen die ze doen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Acts 1Acts 281 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Romans 21 Corinthians 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards