All NT OTBook
Compare Texts
John 1 Acts 1

Acts 2:1-47

Acts 3 Romans 1

Hollands LEI

 
 
 
Act 2:1
 
Op den volgenden Pinksterdag waren zij allen bijeen,  
 
Act 2:2
 
toen onverwachts uit den hemel een geruis kwam als van een hevigen storm, dat het gehele huis waar zij zaten vulde.  
 
Act 2:3
 
Ook vertoonden zich aan hen verspreide tongen als van vuur, dat zich op ieder van hen neerliet;  
 
Act 2:4
 
zij werden allen van heiligen geest vervuld en begonnen te spreken in andere talen naardat de Geest hun gaf te spreken.  
 
Act 2:5
 
Nu woonden in Jeruzalem Joden, vrome mannen uit alle volken onder den hemel.  
 
Act 2:6
 
Toen dan dit geluid ontstond, kwam de menigte samen en was ontsteld; want ieder hoorde hen spreken in zijn eigen taal.  
 
Act 2:7
 
Zij raakten buiten zichzelf van verbazing en zeiden: Zijn niet al de mannen die daar spreken Galileers?  
 
Act 2:8
 
Hoe horen wij hen dan spreken ieder in onze moedertaal--  
 
Act 2:9
 
Parthen, Meden, Elamieten, bewoners van Mesopotamie, Judea, Kappadocie, Pontus, Azie,  
 
Act 2:10
 
Frygie, Pamfylie, Egypte, de delen van Libye aan den kant van Cyrene, ook hier gevestigde Romeinen, Joden en Jodengenoten,  
 
Act 2:11
 
Kretenzen en Arabieren--hoe horen wij hen in onze talen Gods grote werken verkondigen?  
 
Act 2:12
 
Allen zeiden tot elkander, buiten zichzelf, niet wetend wat er van te denken: Wat betekent dit toch?  
 
Act 2:13
 
Doch anderen zeiden spottend: Zij zijn vol zoeten wijn!  
 
Act 2:14
 
Nu trad Petrus, met de Elve, op en sprak hen met luide stem toe: Gij Joden en alwie te Jeruzalem wonen, neemt ter harte wat ik u bekend zal maken.  
 
Act 2:15
 
Deze toch zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is eerst het derde uur.  
 
Act 2:16
 
Maar dit is wat gezegd is bij monde van den profeet Joel:  
 
Act 2:17
 
En het zal geschieden in de laatste dagen, zegt God, dat Ik van mijn geest zal uitstorten over alle vlees; uw zonen en dochteren zullen profeteren, uw jongelingen gezichten zien, uw ouden dromen;  
 
Act 2:18
 
zelfs over mijn slaven en slavinnen stort Ik in die dagen van mijn geest uit, en zij zullen profeteren.  
 
Act 2:19
 
Ook zal Ik wonderen doen in den hemel daar boven en tekenen op de aarde hier beneden geven, bloed, vuur, rookwalm.  
 
Act 2:20
 
De zon zal in duisternis veranderen, de maan in bloed, eer de grote en doorluchte dag des Heeren komt.  
 
Act 2:21
 
En alwie den naam des Heeren aanroept zal behouden worden.  
 
Act 2:22
 
Israelieten, luistert naar deze woorden: Jezus den Nazoreer, een man u van God aangewezen door de krachtige werken, wonderen en tekenen die God onder u door hem gedaan heeft, zoals gijzelf weet,  
 
Act 2:23
 
hem, die naar het bepaalde raadsbesluit en de voorkennis van God overgeleverd was, hebt gij door middel van mensen die de wet niet kennen aan het kruis geslagen en gedood;  
 
Act 2:24
 
maar God heeft de smarten des doods gebroken en hem opgewekt, omdat het niet mogelijk was dat hij door den dood vastgehouden werd.  
 
Act 2:25
 
Want David zegt met het oog op hem: Ik zag den Heer voortdurend voor mij; hij toch is aan mijn rechterhand, opdat ik niet wankele.  
 
Act 2:26
 
Daarom was mijn hart verblijd en jubelde mijn tong; ook zal mijn vlees in hope rusten;  
 
Act 2:27
 
omdat Gij mijn ziel niet aan het dodenrijk zult overlaten, noch toestaan dat uw heilige het verderf ziet.  
 
Act 2:28
 
Gij hebt mij den weg ten leven bekendgemaakt en zult mij vervullen met vreugde bij het zien van U. --  
 
Act 2:29
 
Broeders, men mag onbewimpeld tot u spreken over den aartsvader David; hij is en gestorven en begraven; zijn graf is tot den huidigen dag toe onder ons.  
 
Act 2:30
 
Dus, daar hij een profeet was en wist dat God hem bij eede beloofd had een der vruchten zijner lenden op zijn troon te plaatsen,  
 
Act 2:31
 
heeft hij, in de toekomst ziende, over de opstanding van den Christus gezegd dat God hem niet aan het dodenrijk overlaten, en zijn vlees het verderf niet zien zou.  
 
Act 2:32
 
Dezen Jezus nu heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn,  
 
Act 2:33
 
en hij, aan de rechterhand Gods verhoogd, heeft de belofte van den Heiligen Geest ontvangen van den Vader en hem nu uitgestort, zoals gij ziet en hoort.  
 
Act 2:34
 
David toch is niet ten hemel opgevaren en zegt zelf: De Heer heeft tot mijn heer gesproken: Zit aan mijn rechterhand,  
 
Act 2:35
 
totdat Ik uw vijanden tot een voetbank uwer voeten heb gemaakt. -  
 
Act 2:36
 
Wete dan voorzeker het ganse huis Israel dat God hem tot Heer en Christus gemaakt heeft, dienzelfden Jezus dien gij hebt gekruisigd.  
 
Act 2:37
 
Dit horend, werden zij diep getroffen en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, broeders?  
 
Act 2:38
 
Petrus antwoordde: Bekeert u, en dat ieder uwer gedoopt worde met den naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden; dan zal u de gave des Heiligen Geestes tendeelvallen.  
 
Act 2:39
 
Want u komt de belofte toe en uwen kinderen en allen die nog verre zijn, zovelen de Heer onze God zal roepen.  
 
Act 2:40
 
Met nog veel meer woorden getuigde hij en vermaande hij hen: Redt u toch uit dit kromme geslacht.  
 
Act 2:41
 
Zij nu die het woord aannamen werden gedoopt, en op dien dag werden ongeveer drieduizend zielen gewonnen.  
 
Act 2:42
 
Zij namen voortdurend deel aan het onderricht der apostelen, het gemeenteleven, de broodbreking en de gebeden.  
 
Act 2:43
 
Vrees beving allen. Veel wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.  
 
Act 2:44
 
Allen die gelovig waren geworden hadden alles met elkander gemeen,  
 
Act 2:45
 
verkochten hun bezittingen en have en deelden de opbrengst aan allen uit naar gelang iemand behoefte had.  
 
Act 2:46
 
Ook hielden zij vol om dagelijks eendrachtig in den tempel saam te komen en huis aan huis brood te breken; waarbij zij hun spijs nuttigden in vreugde en eenvoud des harten,  
 
Act 2:47
 
God lovend terwijl zij in gunst stonden bij het gehele volk. Dag aan dag bracht de Heer hen die gered werden tot hetzelfde leven.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
John 1Acts 11 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Acts 3Romans 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards