All NT OTBook
Compare Texts
John 1 Acts 18

Acts 19:1-41

Acts 20 Romans 1

Hollands LEI

 
 
 
Act 19:1
 
Terwijl Apollos in Korinthe was, reisde Paulus de bergstreken door en kwam te Efeze, waar hij enige leerlingen vond,  
 
Act 19:2
 
tot wie hij zeide: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen toen gij gelovig zijt geworden? Zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord dat er een Heilige Geest is.  
 
Act 19:3
 
Hij zeide: Met welken doop zijt gij dan gedoopt? Zij zeiden: Met den Johannesdoop.  
 
Act 19:4
 
Paulus zeide: Johannes doopte den bekeringsdoop, terwijl hij het volk wees op hem die na hem kwam, in wien zij moesten geloven, dat is op Jezus.  
 
Act 19:5
 
Toen zij dit hoorden, werden zij door den doop tot den naam van den Heer Jezus gebracht,  
 
Act 19:6
 
en toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest op hen: zij spraken tongetaal en profeteerden.  
 
Act 19:7
 
Bij elkaar waren het ongeveer twaalf mannen.  
 
Act 19:8
 
Drie maanden lang kwam hij in de synagoge en trad er vrijmoedig op met betogen en bewijzen over het Koninkrijk Gods.  
 
Act 19:9
 
Maar toen sommigen zich verhardden en in hun ongeloof ten aanhoren der schare kwaad spraken van den Heilsweg, zonderde hij zich van hen af en verzamelde de leerlingen in de school van Tyrannus, waar hij dag aan dag met hen sprak.  
 
Act 19:10
 
Dit gebeurde twee jaar lang; zodat alle inwoners van Azie, Joden en heidenen, het woord des Heeren hoorden.  
 
Act 19:11
 
Ook deed God ongewone wonderen door de handen van Paulus;  
 
Act 19:12
 
zodat zelfs wanneer doeken en voorschoten van zijn lijf op de zieken werden overgebracht, de kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren.  
 
Act 19:13
 
Toen beproefden sommige van de rondtrekkende Joodse duivelbanners over de mensen die door boze geesten bezeten waren den naam van den Heer Jezus uit te spreken. Zij zeiden dan: Ik bezweer u bij den Jezus dien Paulus predikt!  
 
Act 19:14
 
Zij die dit deden waren de zeven zonen van zekeren Skevas, een Joodsen overpriester.  
 
Act 19:15
 
Maar de boze geest zeide tot hen: Jezus ken ik, en Paulus ook; maar wie zijt gij?  
 
Act 19:16
 
En de mens in wien de boze geest was sprong op hen los, overweldigde hen beiden en mishandelde ze; zodat zij naakt en gewond uit het huis vluchtten.  
 
Act 19:17
 
Toen dit aan alle Joden en heidenen die te Efeze woonden bekend werd, viel vrees op hen allen en kreeg de naam van den Heer Jezus grote eer.  
 
Act 19:18
 
Ja, vele dergenen die het geloof aangenomen hadden, kwamen belijden en bekendmaken wat zij misdaan hadden,  
 
Act 19:19
 
en sommigen die zich met toverkunsten afgegeven hadden, brachten de boeken en verbrandden ze voor aller oog. Men schatte de waarde er van op vijftigduizend zilverstukken.  
 
Act 19:20
 
Zo wies door de kracht des Heeren het woord, en het werd machtig.  
 
Act 19:21
 
Toen deze zaak afgelopen was, vatte Paulus het voornemen op over Macedonie en Achaje naar Jeruzalem te trekken, en, zeide hij, nadat ik daar geweest ben moet ik ook Rome zien.  
 
Act 19:22
 
Hij zond dan twee zijner helpers, Erastus en Timotheus, naar Macedonie, terwijl hijzelf nog enigen tijd in Azie bleef.  
 
Act 19:23
 
En omstreeks dienzelfden tijd ontstond er geen geringe beroering over den Heilsweg.  
 
Act 19:24
 
Want zekere Demetrius, een zilversmid, fabrikant van zilveren Artemis -tempeltjes, bezorgde aan de kunstenaars heel wat werk.  
 
Act 19:25
 
Dezen nu riep hij samen, met de werklieden in dat bedrijf, en sprak hen aldus toe: Mannen, gij weet dat wij aan dit werk onzen welstand danken,  
 
Act 19:26
 
en gij ziet en hoort nu, hoe die Paulus een talrijke schare niet alleen in Efeze, maar ook in bijna geheel Azie, door zijn redeneringen afvallig heeft gemaakt; daar hij zegt dat er geen met handen gemaakte goden zijn.  
 
Act 19:27
 
Zo lopen wij gevaar niet alleen dat ons vak in minachting komt, maar ook dat het heiligdom der grote godin Artemis voor niets wordt gerekend. Ja, zo zal haar majesteit, die door geheel Azie en de wereld geeerd wordt, tenietgaan.  
 
Act 19:28
 
Op het horen hiervan werden zij woedend en riepen: Groot is de Artemis der Efeziers!  
 
Act 19:29
 
De gehele stad kwam in opschudding; men stormde als een enig man naar den schouwburg en sleepte de Macedoniers Cajus en Aristarchus, reisgenoten van Paulus, mee.  
 
Act 19:30
 
Toen Paulus zich onder het volk wilde begeven, lieten de leerlingen het hem niet toe;  
 
Act 19:31
 
en sommige der leden van het bestuur der provincie, die hem goedgezind waren, lieten hem dringend verzoeken niet naar den schouwburg te gaan.  
 
Act 19:32
 
Daar riep de een dit, de ander dat, want de vergadering was verward; de meesten wisten zelfs niet waarom zij saamgekomen waren.  
 
Act 19:33
 
Nu liet men uit de menigte Alexander tevoorschijnkomen, daar de Joden hem voortduwden. Alexander wenkte met de hand en wilde spreken om zich voor het volk te verdedigen;  
 
Act 19:34
 
maar toen men bemerkte dat hij een Jood was, ging er een eenparig geroep onder hen op; wel twee uur lang schreeuwde men: Groot is de Artemis der Efeziers!  
 
Act 19:35
 
De stadssecretaris wist de menigte tot bedaren te brengen en sprak: Mannen van Efeze, welk mens is er die niet weet dat de stad Efeze de tempelbewaarster is van de grote Artemis en van het uit den hemel gevallen beeld?  
 
Act 19:36
 
Daar dit onweersprekelijk is, moet gij u rustig houden en niets onberadens doen.  
 
Act 19:37
 
Want gij hebt hierheen deze mannen gebracht, die geen tempelschenders zijn en onze godin niet smaden.  
 
Act 19:38
 
Indien Demetrius en zijn gildebroeders iets tegen iemand hebben, welnu, er worden rechtszittingen gehouden, en er zijn stadhouders; laten zij een aanklacht indienen.  
 
Act 19:39
 
Hebt gij nog een anderen wens, die kan in een wettige volksvergadering al of niet ingewilligd worden.  
 
Act 19:40
 
Want wij lopen gevaar van oproer aangeklaagd te worden om hetgeen heden gebeurt; daar er geen reden voor is en wij buiten staat zijn ons te rechtvaardigen over dezen oploop.  
 
Act 19:41
 
Met die woorden ontbond hij de bijeenkomst.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
John 1Acts 181 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Acts 20Romans 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards