All NT OTBook
Compare Texts
John 1 Acts 12

Acts 13:1-52

Acts 14 Romans 1

Hollands LEI

 
 
 
Act 13:1
 
Te Antiochie waren in de gemeente profeten en leraren, namelijk Barnabas, Symeon, bijgenaamd Niger, Lucius van Cyrene, Manahem, zoogbroeder van den viervorst Herodes, en Saulus.  
 
Act 13:2
 
Terwijl zij eens een godsdienstige bijeenkomst hielden en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert mij Barnabas en Saulus af voor het werk waartoe ik hen heb geroepen.  
 
Act 13:3
 
Dientengevolge zonden zij hen uit, na hun onder vasten en bidden de handen te hebben opgelegd.  
 
Act 13:4
 
Zij dan, aldus door den Heiligen Geest uitgezonden, daalden naar Seleucie af, voeren van daar naar Cyprus  
 
Act 13:5
 
en predikten, te Salamis gekomen, in de synagogen der Joden het woord Gods. Zij hadden Johannes tot dienaar.  
 
Act 13:6
 
Toen zij het gehele eiland tot Pafos toe waren doorgetrokken, vonden zij daar een waarzegger, een Joodsen leugenprofeet, Barjezus genaamd,  
 
Act 13:7
 
die tot het gevolg van den stadhouder Sergius Paulus behoorde. Deze, een man van doorzicht, ontbood Barnabas en Saulus en begeerde het woord Gods te horen.  
 
Act 13:8
 
De waarzegger Elymas--dit is de vertaling van zijn naam--kwam tegen hen op en trachtte den stadhouder van het geloof afkerig te maken.  
 
Act 13:9
 
Maar Saulus--die ook Paulus heet--zeide, vervuld van heiligen geest, terwijl hij hem scherp aankeek:  
 
Act 13:10
 
Gij mens vol van allerlei bedrog en arglist, duivelskind, vijand van alle gerechtigheid, wilt gij wel eens ophouden des Heeren rechte wegen bochtig te maken!  
 
Act 13:11
 
Zie dan, de Heer keert zijn hand tegen u: gij zult tot tijd en wijle zo blind zijn dat gij de zon niet ziet. Dadelijk viel op hem nevel en duisternis; rondtastend zocht hij naar wie hem bij de hand zouden leiden.  
 
Act 13:12
 
Op het gezicht hiervan werd de stadhouder een gelovige, diep getroffen door de leer des Heeren.  
 
Act 13:13
 
Van Pafos in zee gestoken vertrok het reisgezelschap van Paulus naar Perge in Pamfylie. Daar scheidde Johannes zich van hen; hij keerde naar Jeruzalem terug;  
 
Act 13:14
 
maar zij trokken van Perge af het land door tot Antiochie in Pisidie. Op den sabbat gingen zij naar de synagoge en namen er plaats.  
 
Act 13:15
 
Na de voorlezing van Wet en Profeten zonden de opzieners der gemeente iemand tot hen met de nodiging: Broeders, indien gij het een of ander woord van opwekking voor de gemeente hebt, spreekt dan.  
 
Act 13:16
 
Toen stond Paulus op, wenkte met de hand om stilte en sprak: Israelieten en godvrezenden, luistert.  
 
Act 13:17
 
De God van dit volk Israel heeft onze vaderen uitverkoren en het volk, toen het als vreemden in Egypte leefde, sterk gemaakt, het met opgeheven arm daaruit gevoerd  
 
Act 13:18
 
en ongeveer veertig jaar in de woestijn verdragen,  
 
Act 13:19
 
zeven volken in het land Kanaan uitgeroeid en hun land aan hen ten erfdeel gegeven  
 
Act 13:20
 
voor ongeveer vierhonderd vijftig jaren. Daarna heeft Hij richters geschonken tot aan den profeet Samuel.  
 
Act 13:21
 
Van toen af wilden zij een koning hebben, en God gaf hun Saul den zoon van Kis, uit den stam Benjamin, die veertig jaar regeerde.  
 
Act 13:22
 
Na hem afgezet te hebben, maakte Hij David koning over hen. Van hem getuigde Hij: Ik heb David den zoon van Jessai gevonden, een man naar mijn hart, die mijn gehelen wil volbrengen zal.  
 
Act 13:23
 
Uit zijn kroost nu heeft God, volgens zijn belofte, voor Israel Jezus als redder doen komen,  
 
Act 13:24
 
nadat, reeds voordat hij zijn intocht deed, Johannes den doop der bekering aan het ganse volk Israel verkondigd had.  
 
Act 13:25
 
Toen Johannes aan het eind van zijn loopbaan was gekomen, zeide hij: Hij voor wien gij mij houdt ben ik niet; maar zie, na mij komt een wiens schoenen ik niet waardig ben los te maken.  
 
Act 13:26
 
Broeders, afstammelingen van Abraham, en godvrezenden die zich onder u bevinden, tot ons is dit heilwoord gezonden.  
 
Act 13:27
 
Want de inwoners van Jeruzalem en hun overheid hebben hem miskend en door hem te veroordelen vervuld wat de profeten, die iederen sabbat worden voorgelezen, hebben voorspeld.  
 
Act 13:28
 
Hoewel zij niets vonden dat den dood verdiende, hebben zij Pilatus gevraagd hem om te brengen,  
 
Act 13:29
 
en toen zij alles volbracht hadden wat over hem geschreven staat, hebben zij hem van het kruishout afgenomen en in een graf gelegd.  
 
Act 13:30
 
Maar God heeft hem opgewekt uit de doden;  
 
Act 13:31
 
verscheiden dagen lang is hij verschenen aan hen die met hem uit Galilea naar Jeruzalem waren opgegaan, die nu zijn getuigen zijn voor het volk.  
 
Act 13:32
 
En wij, wij brengen u de blijde belofte over die de vaderen ontvangen hebben; want God heeft haar voor onze kinderen tot vervulling doen komen door Jezus op te wekken;  
 
Act 13:33
 
zoals ook in den tweeden Psalm staat: Gij zijt mijn Zoon; Ik heb u heden verwekt.  
 
Act 13:34
 
Dat Hij hem uit de doden heeft opgewekt, zodat hij niet meer tot bederf zou overgaan, heeft Hij aldus gezegd: Ik zal ulieden geven de heilsgoederen van David die betrouwbaar zijn.  
 
Act 13:35
 
Daarom zegt Hij ook elders: Gij zult uwen heilige het bederf niet laten zien.  
 
Act 13:36
 
David toch is, na in zijn tijd Gods raad te hebben uitgediend, ontslapen en tot zijn vaderen verzameld, en heeft het bederf wel gezien;  
 
Act 13:37
 
maar hij dien God heeft opgewekt heeft het bederf niet gezien.  
 
Act 13:38
 
Weet dus, broeders, dat door hem u schuldvergiffenis aangekondigd wordt;  
 
Act 13:39
 
en van alles waarvan gij door de wet van Mozes niet kondet gerechtvaardigd worden wordt ieder gelovige door hem gerechtvaardigd.  
 
Act 13:40
 
Past dan op, dat u niet overkome wat in de Profeten geschreven staat:  
 
Act 13:41
 
Ziet, laatdunkenden, verbaast u en verdwijnt! Want ik doe in uw dagen iets, iets dat gij niet geloven zult als iemand het u vertelt.  
 
Act 13:42
 
Toen zij heengingen, drong men er op aan dat den volgenden sabbat dezelfde woorden tot hen zouden gesproken worden,  
 
Act 13:43
 
en toen de synagoge uitging, volgden vele der Joden en der godvrezende Jodengenoten Paulus en Barnabas, die hen toespraken en overhaalden bij de genade Gods te blijven.  
 
Act 13:44
 
Den volgenden sabbat kwam schier de gehele stad bijeen om het woord Gods te horen;  
 
Act 13:45
 
maar toen de Joden die menigte zagen, werden zij van afgunst vervuld en weerspraken smalend wat door Paulus gezegd werd.  
 
Act 13:46
 
Nu zeiden Paulus en Barnabas ronduit: Het was noodzakelijk dat het woord Gods het eerst aan u verkondigd werd; maar nu gij het verwerpt en uzelven het eeuwige leven niet waard keurt, nu wenden wij ons tot de heidenen.  
 
Act 13:47
 
Want zo heeft ons de Heer bevolen: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen; opdat gij tot redding moogt zijn tot het einde der aarde.  
 
Act 13:48
 
Op het horen hiervan verheugden zich de heidenen en prezen het woord des Heeren; gelovig werden zovelen ten eeuwigen leven voorbeschikt waren,  
 
Act 13:49
 
en het woord des Heeren verspreidde zich door die gehele streek.  
 
Act 13:50
 
Maar de Joden ruiden de godvrezende aanzienlijke vrouwen en de voornaamsten der stad op, verwekten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verdreven hen uit hun stadsgebied.  
 
Act 13:51
 
Dezen schudden het stof hunner voeten tegen hen af en gingen naar Iconium,  
 
Act 13:52
 
terwijl de leerlingen vervuld werden met vreugd en heiligen geest.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
John 1Acts 121 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 Acts 14Romans 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards