All NT OTBook
Compare Texts
Luke 1 John 20

John 21:1-25

Acts 1 Acts 1

Hollands LEI

 
 
 
Jhn 21:1
 
Daarna verscheen Jezus wederom aan de leerlingen bij de zee van Tiberias; hij deed het op de volgende wijze:  
 
Jhn 21:2
 
Toen eens Simon Petrus, Thomas (die ook Didymus heette), Nathanael van Kana in Galilea, de zonen van Zebedeus en twee andere leerlingen bijeenwaren,  
 
Jhn 21:3
 
zeide Simon Petrus tot hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tot hem: Wij gaan met u mee. Zij gingen dan naar buiten en scheepten zich in; maar zij vingen dien nacht niets.  
 
Jhn 21:4
 
Toen de morgen reeds aanbrak, stond Jezus op den oever: maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was.  
 
Jhn 21:5
 
Jezus zeide tot hen: Kinderen, hebt gij geen vis? Zij antwoordden hem: Neen.  
 
Jhn 21:6
 
Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzij van het schip uit; dan zult gij iets vangen. Zij wierpen het uit en waren buiten staat het op te halen vanwege de menigte vissen.  
 
Jhn 21:7
 
Nu zei de leerling dien Jezus liefhad tot Petrus: Het is de Heer. En toen Simon Petrus hoorde dat het de Heer was, gordde hij zich het bovenkleed om--want hij was ongekleed--en sprong in zee.  
 
Jhn 21:8
 
De andere leerlingen kwamen in het vaartuig--want zij waren niet ver van land, ongeveer tweehonderd el--sleepend het net met de vissen.  
 
Jhn 21:9
 
Aan land gekomen, zagen zij op den grond een kolenvuur met vis er op en brood.  
 
Jhn 21:10
 
Jezus zeide tot hen: Haalt van de vissen die gij nu gevangen hebt.  
 
Jhn 21:11
 
Simon Petrus ging naar den oever en sleepte het net aan land, vol grote vissen, honderd drie en vijftig! En hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.  
 
Jhn 21:12
 
Jezus zeide tot hen: komt eten. Geen der leerlingen durfde hem vragen: Wie zijt gij? Zij wisten wel dat het de Heer was.  
 
Jhn 21:13
 
Jezus kwam nader, nam het brood en gaf het hun, desgelijks van de vissen.  
 
Jhn 21:14
 
Dit was reeds de derde keer dat Jezus, na uit de doden te zijn opgestaan, aan de leerlingen verscheen.  
 
Jhn 21:15
 
Toen zij gegeten hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Johannes, hebt gij mij meer lief dan zij? Hij zeide tot hem: Ja, Heer, gij weet dat ik u liefheb. Hij zeide tot hem: Weid mijn lammeren.  
 
Jhn 21:16
 
Ten tweeden male zeide hij tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij mij lief? Hij zeide tot hem: Ja, Heer, gij weet dat ik u liefheb. Jezus zeide tot hem: Hoed mijn schapen.  
 
Jhn 21:17
 
Ten derden male zeide hij tot hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij mij lief? Petrus werd bedroefd omdat hij ten derden male tot hem zeide: Hebt gij mij lief? en zeide tot hem: Heer, gij weet alles; gij weet zelf dat ik u liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid mijn schapen.  
 
Jhn 21:18
 
Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, toen gij jonger waart, omgorddet gij uzelf en gingt waarheen gij wildet; wanneer gij oud zijt, zult gij uw handen uitsteken en zal een ander u omgorden en brengen waar gij niet wilt komen.  
 
Jhn 21:19
 
Hiermee duidde hij den dood aan waarmee hij God zou verheerlijken. En na dit gezegd te hebben zeide hij: Volg mij.  
 
Jhn 21:20
 
Toen Petrus zich omkeerde, zag hij den leerling dien Jezus beminde hen volgen--denzelfden die bij den maaltijd aan Jezus borst gevallen was en gezegd had: Wie is het die u verraadt?  
 
Jhn 21:21
 
Met het oog op hem zeide Petrus tot Jezus: Heer, hoe zal het met hem gaan?  
 
Jhn 21:22
 
Jezus zeide tot hem: Indien ik wil dat hij in leven blijft totdat ik kom, wat gaat dat u aan? Volg gij mij.  
 
Jhn 21:23
 
Daardoor verspreidde zich het gerucht onder de broeders dat die leerling niet sterven zou; maar Jezus had hem niet gezegd dat hij niet sterven zou, maar: Indien ik wil dat hij in leven blijft totdat ik kom, wat gaat het u aan?  
 
Jhn 21:24
 
Dit is de leerling die van deze dingen getuigt en ze opgeschreven heeft, en wij weten dat zijn getuigenis waarachtig is.  
 
Jhn 21:25
 
Jezus heeft nog zoveel andere dingen gedaan, dat, als ze opgeschreven werden, zelfs de hele wereld, naar ik meen, de boeken waarin zij opgetekend waren niet zou kunnen bevatten.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Luke 1John 201 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Acts 1Acts 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards