All NT OTBook
Compare Texts
Luke 1 John 19

John 20:1-31

John 21 Acts 1

Hollands LEI

 
 
 
Jhn 20:1
 
Op den eersten dag der week ging Maria van Magdala, 's morgens vroeg, terwijl het nog donker was, naar het graf en zag den steen afgenomen van het graf.  
 
Jhn 20:2
 
Ijlings ging zij naar Simon Petrus en den anderen leerling, den van Jezus beminden, en zeiden hun: Zij hebben den Heer uit het graf genomen, en wij weten niet waar zij hem hebben gelegd.  
 
Jhn 20:3
 
Toen gingen Petrus en de andere leerling op weg naar het graf.  
 
Jhn 20:4
 
Zij gingen samen, maar de andere leerling liep sneller dan Petrus en kwam het eerst aan het graf.  
 
Jhn 20:5
 
Voorover bukkend, zag hij de doeken liggen, maar hij ging niet in het graf.  
 
Jhn 20:6
 
En Simon Petrus kwam achter hem aan en ging het graf binnen; hij zag de doeken liggen,  
 
Jhn 20:7
 
en den doek die op zijn hoofd was geweest zag hij er niet bij liggen, maar opgerold afzonderlijk.  
 
Jhn 20:8
 
Nu ging ook de andere leerling, die het eerst aan het graf gekomen was, er in, zag het en geloofde.  
 
Jhn 20:9
 
Want zij kenden nog de Schrift niet, die leert dat hij uit de doden moest opstaan.  
 
Jhn 20:10
 
Toen keerden die leerlingen naar huis.  
 
Jhn 20:11
 
Maria bleef, wenend, buiten bij het graf staan. Toen zij nu, al wenend zich over het graf bukte,  
 
Jhn 20:12
 
zag zij twee engelen in blinkend gewaad zitten, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde van de plaats waar het lichaam van Jezus gelegen had.  
 
Jhn 20:13
 
Die zeiden tot haar: Vrouw, waarom weent gij? Zij zeide tot hen: Omdat zij mijn heer hebben weggenomen, en ik weet niet waar zij hem hebben gelegd.  
 
Jhn 20:14
 
Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag zij Jezus staan, maar zij wist niet dat het Jezus was.  
 
Jhn 20:15
 
Jezus zeide tot haar: Vrouw waarom weent gij? Wien zoekt gij? Zij, menend dat het de tuinman was, zeide: Heer, als gij hem weggenomen hebt, zeg mij waar gij hem hebt gelegd; dan zal ik hem wegdragen.  
 
Jhn 20:16
 
Jezus zeide tot haar: Maria! Zij wendde zich om en zeide tot hem in het Hebreeuws: Rabboeni! --dat is: Meester!  
 
Jhn 20:17
 
Jezus zeide tot haar: Raak mij niet aan; want ik ben nog niet opgevaren tot den Vader; maar ga aan mijn broeders zeggen: Ik vaar op naar mijn en uw Vader, mijn en uw God.  
 
Jhn 20:18
 
Maria van Magdala ging aan de leerlingen meedelen dat zij den Heer gezien en hij haar dit gezegd had.  
 
Jhn 20:19
 
Des avonds laat op denzelfden eersten dag der week, toen de deuren van het huis waar de leerlingen zich bevonden, uit vrees voor de Joden, gesloten waren, kwam Jezus, plaatste zich in hun midden en zeide tot hen: Vrede zij u!  
 
Jhn 20:20
 
En na dit gezegd te hebben toonde hij hun zijn handen en zijde. Op het zien van den Heer verheugden zich de leerlingen.  
 
Jhn 20:21
 
Opnieuw zeide Jezus tot hen: Vrede zij u! Zoals de Vader mij gezonden heeft zend ik u.  
 
Jhn 20:22
 
Na dit gezegd te hebben blies hij op hen en zeide: Ontvangt den Heiligen Geest.  
 
Jhn 20:23
 
Indien gij iemands zonden vergeeft, zijn ze hem vergeven: als gij ze iemand laat houden, dan behoudt hij ze.  
 
Jhn 20:24
 
Thomas, een der Twaalve, ook Didymus genaamd, was niet tegenwoordig toen Jezus bij hen kwam.  
 
Jhn 20:25
 
De andere leerlingen zeiden hem: Wij hebben den Heer gezien. Maar hij zeide tot hen: Indien ik niet in zijn handen de tekenen der nagelen zie en mijn vinger leg in het teken der nagelen, en mijn hand leg op zijn zijde, dan geloof ik het niet.  
 
Jhn 20:26
 
Acht dagen later nu waren de leerlingen weer bijeen, en Thomas was bij hen. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus, ging in hun midden staan en zeide: Vrede zij u!  
 
Jhn 20:27
 
Daarna zeide hij tot Thomas: Steek uw vinger uit en bezie mijn handen, strek uw hand uit en leg ze op mijn zijde, en word van een ongelovige een gelovige.  
 
Jhn 20:28
 
Thomas antwoordde hem en zeide: Mijn Heer en mijn God!  
 
Jhn 20:29
 
Jezus zeide tot hem: Omdat gij mij hebt gezien zijt gij gelovig geworden. Zalig wie geloven zonder zien.  
 
Jhn 20:30
 
Wel heeft Jezus nog voor de ogen zijner leerlingen vele andere wonderen gedaan, die niet in dit boek opgeschreven zijn;  
 
Jhn 20:31
 
maar deze zijn geschreven opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus, de Zoon Gods is, en opdat gij door dat geloof het leven moogt hebben door de aanroeping van zijn naam.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Luke 1John 191 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 John 21Acts 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards