All NT OTBook
Compare Texts
Luke 1 John 15

John 16:1-33

John 17 Acts 1

Hollands LEI

 
 
 
Jhn 16:1
 
Dit heb ik tot u gesproken opdat gij aan mij geen aanstoot nemen moogt.  
 
Jhn 16:2
 
Zij zullen u buiten de synagogen sluiten; ja, de ure komt waarin ieder die u doodt zal menen aan God een dienst te bewijzen.  
 
Jhn 16:3
 
Dit zullen zij doen omdat zij noch den Vader noch mij erkend hebben.  
 
Jhn 16:4
 
Maar dit heb ik tot u gesproken opdat gij, wanneer het uur daarvoor gekomen zal zijn, u zult herinneren dat ik het u gezegd heb. Van den aanvang af heb ik het u niet gezegd, omdat ik bij u was.  
 
Jhn 16:5
 
Nu ga ik heen naar mijn Zender, en niemand van u vraagt mij: Waar gaat gij heen?  
 
Jhn 16:6
 
Maar omdat ik dit tot u gesproken heb, heeft droefenis uw hart vervuld.  
 
Jhn 16:7
 
Doch ik zeg u de waarheid: Het is heilzaam voor u dat ik heen ga. Want indien ik niet heenging, zou de Helper niet tot u komen; maar indien ik heenga, zal ik hem tot u zenden.  
 
Jhn 16:8
 
En als hij komt, zal hij de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel.  
 
Jhn 16:9
 
Van zonde, omdat zij in mij niet geloven;  
 
Jhn 16:10
 
van gerechtigheid, omdat ik naar den Vader ga en gij mij niet meer zien zult;  
 
Jhn 16:11
 
van oordeel, omdat de Overste dezer wereld geoordeeld is.  
 
Jhn 16:12
 
Nog veel heb ik u te zeggen, maar gij kunt dat nu nog niet dragen;  
 
Jhn 16:13
 
wanneer hij komt, de Geest der waarheid, dan zal hij u leiden tot de volle waarheid; want hij zal niet uit zichzelf spreken, maar zal zeggen alwat hij hoort en u de toekomst aankondigen.  
 
Jhn 16:14
 
Hij zal mij verheerlijken; want hij zal nemen uit het mijne en het u verkondigen.  
 
Jhn 16:15
 
Alwat de Vader heeft is het mijne; daarom zeide ik dat hij uit het mijne nemen en het u verkondigen zal.  
 
Jhn 16:16
 
Een korten tijd nog, dan ziet gij mij niet meer, en weer een korten tijd, dan ziet gij mij terug.  
 
Jhn 16:17
 
Nu zeiden enige zijner leerlingen onder elkander: Wat betekent toch wat hij zegt: Een korten tijd, dan ziet gij mij niet, en weer een korten tijd, dan ziet gij mij terug--en: Ik ga heen naar den Vader?  
 
Jhn 16:18
 
Zij zeiden dan: Wat bedoelt hij toch met dat: Een korten tijd? Wij begrijpen niet wat hij zegt.  
 
Jhn 16:19
 
Jezus wist dat zij hem dit wilden vragen en zeide tot hen: Bespreekt gij onder elkander dat ik zeide: Een korten tijd nog, dan ziet gij mij niet, en weer een korten tijd, dan ziet gij mij terug?  
 
Jhn 16:20
 
Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, gij zult wenen en rouwbedrijven, maar de wereld zal zich verheugen; gij zult smart hebben, maar uw smart zal in blijdschap veranderd worden.  
 
Jhn 16:21
 
Een vrouw heeft smart wanneer zij baart, omdat haar uur gekomen is; maar is het kind geboren, dan denkt zij niet meer aan de benauwdheid, om de blijdschap dat een mens in de wereld gekomen is.  
 
Jhn 16:22
 
Zo hebt ook gij nu smart; maar ik zal u weerzien, en uw hart zal zich verblijden, en niemand zal die blijdschap van u wegnemen.  
 
Jhn 16:23
 
Te dien dage zult gij mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, indien gij den Vader iets bidt, Hij zal het u door de kracht van mijn naam geven.  
 
Jhn 16:24
 
Tot nog toe hebt gij om niets gebeden mijn naam aanroepend; bidt, en gij zult ontvangen; opdat uw blijdschap volkomen zij.  
 
Jhn 16:25
 
Dit heb ik in beelden tot u gesproken. De ure komt waarin ik niet meer in beelden tot u spreken, maar onbewimpeld u den Vader verkondigen zal.  
 
Jhn 16:26
 
Te dien dage zult gij bidden mijn naam aanroepend; en ik zeg u niet dat ik den Vader iets voor u vragen zal;  
 
Jhn 16:27
 
want de Vader zelf heeft u lief, omdat gij mij hebt liefgehad en hebt geloofd dat ik van God ben uitgegaan.  
 
Jhn 16:28
 
Ik ben van den Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; nu verlaat ik de wereld en ga naar den Vader.  
 
Jhn 16:29
 
Toen zeiden zijn leerlingen: Zie, nu spreekt gij onbewimpeld en gebruikt geen beeldspraak.  
 
Jhn 16:30
 
Nu weten wij dat gij alles weet en niet nodig hebt dat iemand u iets vraagt; daarom geloven wij dat gij van God zijt uitgegaan.  
 
Jhn 16:31
 
Jezus antwoordde hun: Gelooft gij nu?  
 
Jhn 16:32
 
Zie, de ure komt en is gekomen dat gij verstrooid wordt, ieder naar zijn huis, en mij alleen laat. Maar ik ben niet alleen; want de Vader is bij mij.  
 
Jhn 16:33
 
Dit heb ik tot u gesproken, opdat gij in mijn gemeenschap vrede moogt hebben. In de wereld hebt gij verdrukking; maar hebt goeden moed; ik heb de wereld overwonnen.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Luke 1John 151 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 John 17Acts 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards