All NT OTBook
Compare Texts
Luke 1 John 12

John 13:1-38

John 14 Acts 1

Hollands LEI

 
 
 
Jhn 13:1
 
Het was de dag voor het Paaschfeest. Jezus wist dat de ure gekomen was waarop hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, en daar hij de zijnen die in de wereld waren liefhad, betoonde hij hun zijn liefde tot het einde toe.  
 
Jhn 13:2
 
Op een maaltijd dan--de Duivel had reeds Judas Simonszoon van Iskariot in het hart gegeven hem over te leveren--  
 
Jhn 13:3
 
daar staat Jezus, in het bewustzijn dat de Vader alles in zijn hand had gesteld, en dat hij van God was uitgegaan en tot God zou terugkeren,  
 
Jhn 13:4
 
van den maaltijd op, legt zijn klederen af, neemt een doek, omgordt er zich mee,  
 
Jhn 13:5
 
giet daarna water in een bekken en begint de voeten van zijn leerlingen te wassen en af te drogen met den doek waarmee hij omgord is.  
 
Jhn 13:6
 
Als hij bij Simon Petrus komt, zegt deze: Heer zoudt gij mij de voeten wassen?  
 
Jhn 13:7
 
Jezus gaf hem ten antwoord: Wat ik doe begrijpt gij nu nog niet, maar zult gij later inzien.  
 
Jhn 13:8
 
Petrus zeide tot hem: In der eeuwigheid zult gij mij de voeten niet wassen. Jezus antwoordde hem: Indien ik u de voeten niet was, hebt gij geen deel aan mij.  
 
Jhn 13:9
 
Simon Petrus zeide tot hem: Heer, niet alleen mijn voeten, maar ook handen en hoofd!  
 
Jhn 13:10
 
Jezus zeide tot hem: Wie zich gebaad heeft heeft niet nodig zich te wassen, behalve de voeten, maar is geheel rein. En gij zijt rein, maar niet allen.  
 
Jhn 13:11
 
Want hij wist, wie hem zou overleveren. Daarom zeide hij: Gij zijt niet allen rein.  
 
Jhn 13:12
 
Toen hij hun voeten gewassen, zijn klederen aangedaan had en weer was gaan aanliggen, zeide hij hun: Begrijpt gij wat ik u gedaan heb?  
 
Jhn 13:13
 
Gij noemt mij meester en heer, en doet het terecht, want ik ben het.  
 
Jhn 13:14
 
Indien dan ik, de heer en meester, uw voeten gewassen heb, dan zijt gij ook verplicht elkanders voeten te wassen.  
 
Jhn 13:15
 
Want een voorbeeld heb ik u gegeven; opdat gij zoudt doen zoals ik gedaan heb.  
 
Jhn 13:16
 
Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, een slaaf is niet meer dan zijn heer, een gezant niet meer dan zijn zender.  
 
Jhn 13:17
 
Indien gij dit weet, zalig gij zo gij het doet.  
 
Jhn 13:18
 
Wat ik zeg geldt niet van u allen; ik weet wie ik uitverkoren heb; maar de Schrift moet vervuld worden: Hij die mijn brood eet heeft zijn hiel tegen mij opgeheven.  
 
Jhn 13:19
 
Reeds nu zeg ik het u, voordat het geschiedt; opdat gij moogt geloven dat ik het ben.  
 
Jhn 13:20
 
Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, wie een dien ik zenden zal ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt mijn Zender.  
 
Jhn 13:21
 
Toen Jezus dit gezegd had, werd hij innerlijk ontroerd en getuigde: Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, een van u zal mij overleveren.  
 
Jhn 13:22
 
De leerlingen zagen elkander radeloos aan: wien bedoelde hij?  
 
Jhn 13:23
 
Een zijner leerlingen lag in zijn schoot aan, hij dien Jezus liefhad.  
 
Jhn 13:24
 
Simon Petrus gaf dezen een wenk en zeide tot hem: Zeg ons, wien bedoelt hij?  
 
Jhn 13:25
 
Deze boog zich achterover tegen de borst van Jezus en zeide tot hem: Heer, wien bedoelt gij?  
 
Jhn 13:26
 
Jezus antwoordde hem: Hem aan wien ik een stuk brood, na het ingedoopt te hebben, zal geven. Toen nam hij een stuk brood en gaf het aan Judas Simonszoon van Iskariot.  
 
Jhn 13:27
 
En hiermee voer de Satan in hem. Jezus zeide tot hem: Wat gij doet doe het spoedig.  
 
Jhn 13:28
 
Niemand der gasten begreep, met welk doel hij hem dit zeide.  
 
Jhn 13:29
 
Want sommigen meenden dat Jezus, omdat Judas de kas hield, hem zeide: Koop wat wij nodig hebben voor het feest; of dat hij aan de armen iets moest geven.  
 
Jhn 13:30
 
Hij nam het stuk brood aan en ging naar buiten. En het was nacht.  
 
Jhn 13:31
 
Toen hij heengegaan was, zeide Jezus: Nu is de Mensenzoon verheerlijkt en God door hem.  
 
Jhn 13:32
 
Indien God door hem verheerlijkt is, zal God ook hem door Zich verheerlijken, en wel spoedig.  
 
Jhn 13:33
 
Kinderen, nog een korten tijd ben ik bij u; gij zult mij zoeken, en zoals ik aan de Joden gezegd hebt: Waarheen ik ga kunt gij niet komen--zoo zeg ik het thans ook aan u.  
 
Jhn 13:34
 
Een nieuw gebod geef ik u: Dat gij elkander liefhebt; zoals ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkander liefhebben.  
 
Jhn 13:35
 
Hieraan zullen allen weten dat gij mijn leerlingen zijt indien gij liefde onder elkander hebt.  
 
Jhn 13:36
 
Simon Petrus zeide tot hem: Heer, waar gaat gij heen? Jezus antwoordde: Waarheen ik ga kunt gij mij nu niet volgen; later zult gij mij volgen.  
 
Jhn 13:37
 
Petrus zeide tot hem: Heer, waarom kan ik u nu niet volgen? Mijn leven wil ik voor u prijsgeven.  
 
Jhn 13:38
 
Jezus antwoordde: Zult gij uw leven voor mij prijsgeven? Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, de haan zal niet kraaien voordat gij mij driemaal verloochend hebt.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Luke 1John 121 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 John 14Acts 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards