All NT OTBook
Compare Texts
Luke 1 John 9

John 10:1-42

John 11 Acts 1

Hollands LEI

 
 
 
Jhn 10:1
 
Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, wij niet door de deur in de schaapskooi binnenkomt maar van elders inklimt, die is een dief en rover;  
 
Jhn 10:2
 
wie door de deur binnenkomt is een herder der schapen.  
 
Jhn 10:3
 
Hem opent de deurwachter; de schapen horen naar zijn stem; hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en brengt ze naar buiten.  
 
Jhn 10:4
 
Wanneer hij alle die hem toebehoren naar buiten heeft gedreven, gaat hij voor hen uit, en de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen.  
 
Jhn 10:5
 
Zij zullen een ander niet volgen, maar van hem vluchten, omdat zij de stem van die vreemden niet kennen.  
 
Jhn 10:6
 
Deze beeldspraak gebruikte Jezus voor hen, maar zij begrepen niet, waarover hij tot hen sprak.  
 
Jhn 10:7
 
Nu hief Jezus opnieuw aan: Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: Ik ben de deur der schapen.  
 
Jhn 10:8
 
Zovelen voor mij zijn gekomen zijn allen dieven en rovers; maar de schapen luisterden niet naar hen.  
 
Jhn 10:9
 
Ik ben de deur; indien iemand door mij binnengaat, zal hij gered worden, in gaan en uitgaan en weide vinden.  
 
Jhn 10:10
 
De dief komt alleen om te stelen, te slachten en te verderven; ik ben gekomen opdat zij het leven en overvloed zouden hebben.  
 
Jhn 10:11
 
Ik ben de goede herder. De goede herder staat zijn leven voor de schapen af.  
 
Jhn 10:12
 
De huurling en wie geen herder is, wien de schapen niet toebehoren, ziet den wolf komen, verlaat de schapen en neemt de vlucht--en de wolf rooft en verstrooit ze--  
 
Jhn 10:13
 
want hij is een huurling en bekommert zich niet om de schapen.  
 
Jhn 10:14
 
Ik ben de goede herder; ik ken de mijnen; en de mijnen kennen mij,  
 
Jhn 10:15
 
zoals de Vader mij kent en ik den Vader ken; en ik sta mijn leven voor de schapen af.  
 
Jhn 10:16
 
Nog andere schapen heb ik, die niet uit deze kooi zijn. Ook die moet ik leiden; zij zullen mijn stem horen, en het zal zijn: Een kudde een herder.  
 
Jhn 10:17
 
Daarom heeft mij de Vader lief, omdat ik mijn leven afsta om het terug te nemen.  
 
Jhn 10:18
 
Niemand nam het mij af, maar ik geef het vrijwillig. Ik heb de macht het af te staan en macht het terug te nemen. Dit bevel heb ik van mijn Vader ontvangen.  
 
Jhn 10:19
 
Wederom ontstond onder de Joden verdeeldheid om die woorden.  
 
Jhn 10:20
 
Velen van hen zeiden: Hij is bezeten en raaskalt; wat luistert gij naar hem?  
 
Jhn 10:21
 
Anderen zeiden: Dat zijn niet de woorden van een bezetene. Een duivel kan toch niet de ogen van blinden openen?  
 
Jhn 10:22
 
Toen werd het feest der tempelwijding in Jeruzalem gevierd; het was winter,  
 
Jhn 10:23
 
en Jezus wandelde in den tempel, in de gaanderij van Salomo.  
 
Jhn 10:24
 
Hier omringden hem de Joden en zeiden tot hem: Hoelang houdt gij ons in spanning? Indien gij de Christus zijt, zeg het ons ronduit.  
 
Jhn 10:25
 
Jezus antwoordde hun: Ik heb het u gezegd, maar gij gelooft het niet. De werken die ik met den naam mijns Vaders doe, die leggen over mij getuigenis af;  
 
Jhn 10:26
 
maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort.  
 
Jhn 10:27
 
Mijn schapen luisteren naar mijn stem; ik ken ze, zij volgen mij,  
 
Jhn 10:28
 
en ik geef hun het eeuwige leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan, en niemand zal ze aan mijn hand ontrukken.  
 
Jhn 10:29
 
Wat de Vader mij gegeven heeft is meer dan alles, en niemand kan iets ontrukken aan de hand mijns Vaders.  
 
Jhn 10:30
 
Ik en de Vader zijn een.  
 
Jhn 10:31
 
Wederom namen de Joden stenen op om hem te stenigen.  
 
Jhn 10:32
 
Jezus antwoordde hun: Veel goede werken heb ik u getoond vanwege mijn Vader; om welk daarvan wilt gij mij stenigen?  
 
Jhn 10:33
 
De Joden antwoordden hem: Wij willen u niet om een goed werk stenigen, maar om een godslastering, omdat gij, die een mens zijt, u tot God maakt.  
 
Jhn 10:34
 
Jezus antwoordde hun: Staat niet in uw wet: Ik heb gezegd: Gij zijt goden?  
 
Jhn 10:35
 
Indien gij goden noemt hen tot wie het woord Gods gekomen is en de wet niet van kracht beroofd kan worden,  
 
Jhn 10:36
 
zegt gij dan van hem dien de Vader heeft geheiligd en in de wereld gezonden: Gij spreekt een godslastering uit--omdat ik zeide: Ik ben de Zoon Gods?  
 
Jhn 10:37
 
Indien ik de werken van mijn Vader niet doe, gelooft mij niet;  
 
Jhn 10:38
 
maar indien ik ze doe en gij mij niet gelooft, gelooft dan de werken; opdat gij moogt inzien en erkennen dat de Vader in mij is en ik in den Vader ben.  
 
Jhn 10:39
 
Zij zochten derhalve opnieuw hem te grijpen, maar hij ontkwam hun.  
 
Jhn 10:40
 
Hij keerde nu terug naar het Overjordaansche, naar de plaats waar Johannes weleer gedoopt had, en bleef daar.  
 
Jhn 10:41
 
Velen kwamen tot hem en zeiden: Johannes deed wel geen wonderen, maar alwat Johannes over hem zeide was waar.  
 
Jhn 10:42
 
En velen kwamen daar tot geloof in hem.  

Genesis | Exodus | Leviticus | Numbers | Deuteronomy | Joshua | Judges | Ruth | 1 Samuel | 2 Samuel | 1 Kings | 2 Kings | 1 Chronicles | 2 Chronicles | Ezra | Nehemiah | Esther | Job | Psalms | Proverbs | Ecclesiastes | Song of Solomon | Isaiah | Jeremiah | Lamentations | Ezekiel | Daniel | Hosea | Joel | Amos | Obadiah | Jonah | Micah | Nahum | Habakkuk | Zephaniah | Haggai | Zechariah | Malachi | Matthew | Mark | Luke | John | Acts | Romans | 1 Corinthians | 2 Corinthians | Galatians | Ephesians | Philippians | Colossians | 1 Thessalonians | 2 Thessalonians | 1 Timothy | 2 Timothy | Titus | Philemon | Hebrews | James | 1 Peter | 2 Peter | 1 John | 2 John | 3 John | Jude | Revelation
Luke 1John 91 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 John 11Acts 1
© 2005 redegg.org Home | Bible | About | Help | Site Map | Violin Flash Cards